Dag 82: dinsdag 13 mei 2014: Alles verandert…

Ergens gedurende de nacht is het opgehouden met regenen. De zon schijnt volop als we na de ochtenddienst ons karige ontbijt nuttigen, stiekum op de stoeltjes op de binnenveranda. Honger. Altijd maar weer honger. Daar zullen we nu weer aan moeten wennen. Elke pelgrim klaagt erover na zo’n lange tocht: Je lichaam is gewend om veel te moeten presteren en denkt veel te moeten blijven eten. En in razend tempo kom je op deze manier aan na zo’n tocht, veel meer dan je aan kilo’s kwijt bent geraakt…

We lopen eerst naar het Okunoin, de enorme begraafplaats ten oosten van Kōya-san – bijna even groot als het plaatsje zelf -, waar ook het mausoleum is te vinden waar Kobo Daishi een paar 100 jaar na zijn dood is begonnen te mediteren. Naar goed gebruik onder de Shikoku henro’s, gaan wij hem verantwoording afleggen over onze pelgrimstocht. We laten het dorp achter ons en lopen door de kilometerslange begraafplaats vol bemoste grafstenen en beelden, in een eeuwenoud bos vol reuzenugi’s. Kōya-san mag dan op zijn mooist zijn in de regen, het is ook erg fijn in de zon te slenteren. Tussen de lawaaierige bladblazers, graafmachientjes en slijpschijven, waarmee enkele graven opnieuw worden opgepoetst, is het enkele momenten weer stil, net als 4 jaar geleden, toen we hier voor het eerst waren. We halen een stempel bij het stempelkantoor en nemen dan thee in de ernaast gelegen ontvangstruimte. We zijn allebei moe, erg moe. Eigenlijk ben ik de hele tocht moe geweest, meer dan tijdens de tocht 2 jaar geleden. En we voelen ons ook een beetje leeg. ‘Misschien hadden we meteen na onze henro michi naar huis moeten reizen’, suggereert Mels. ‘Net als vorig jaar na de Camino.’ ‘Maar toen hadden we maandenlang moeite om ons aan te passen aan het normale leven, omdat we geen overgangsfase hadden’, werp ik tegen. Maar Mels denkt dat dat niet daarvan afhankelijk was: ‘Met elke tocht wordt het alleen maar moeilijker ons aan te passen. Het bouwt op…’

Om half 11 lopen we naar het mausoleum aan het eind van de lange begraafplaats, als 3 priesters Kobo Daishi zijn eten gaan brengen in een draagkist. Na de ceremonie in de tempel voor het mausoleum, lopen we naar de achterkant van de tempel en voeren daar, voor de voorlopig laatste maal, de rituelen uit. We zien voor het eerst allerlei Engelse teksten rond de tempel: Slippery road, Overhead obstacles, etc. De eeuwige rust van Kobo Daishi wordt wat verstoord door de renovatiewerkzaamheden aan het gebouwtje waar hij zou verblijven.
Als we teruglopen, komen de 1e groepen toeristen binnen. De parkeerplaats voor touringcars staat vol. De ene na de andere groep wordt gedirigeerd naar een kleine tribune voor het nemen van groepsfoto’s. Ook de parkeerplaats in het dorp staat al vol met touringcars en enkele eetgelegenheden worden volledig aan het zicht onttrokken door de ervoor geparkeerde touringcars. Door de hoofdstaat denderen betonwagens voorbij. En hele slierten touringcars. De hoofdstraat ziet er welvarender uit. Meer eetgelegenheden en grote souvenirbazaars. Zelfs een café met cappuccino. Voor elke tempel staan houten, stripfiguurachtige monnikjes, blijkbaar hier het symbool van het jubileumjaar. Aten we 4 jaar geleden nog in 1 van de aftandse tentjes aan de hoofdstraat, nu in een hypermoderne eetgelegenheid. We worden er consequent aangesproken in het Engels, ook al proberen wij halsstarrig in het Japans te bestellen. Maar sommige dingen zijn niet veranderd: bij het informatiecentrum middenin het dorp proberen we wifi te pakken te krijgen. We krijgen 10 minuten, maar voordat het eindelijk lukt, is onze tijd al bijna op…

Na de lunch is het, door een wegopbreking en een renovatie van de grote poort ervoor, even zoeken naar de Daito, de Grote Pagode. De bouw ervan is geïnitieerd door Kobo Daishi en vormt een 3D-verbeelding van de mandala’s die in het door Kobo Daishi gestichte shingon boeddhisme zo belangrijk zijn. In de Grote Pagode zit een groep enorme, goudkleurige boeddha’s, omringd door kleurige pilaren met afbeeldingen van bodhisattva’s. Op de muren zijn afbeeldingen van de leiders van het shingon boeddhisme, waaronder die van Kobo Daishi. Een indrukwekkende ruimte met al die reuzenboeddha’s en dikke, rode pilaren. We halen bij het ticket- annex stempelkantoortje elk een ander stempel: ik neem een stempel van de Medicijn Boeddha van de Kondo, de Gouden Hal naast de pagode, Mels neemt een stempel van de pagode zelf.
Even verderop is er de Kongobuji tempel, het hoofdkwartier van de shingon-secte. We hebben deze tempel al eens eerder bezocht en halen er nu alleen een stempel. Daarna slenteren we terug naar onze overnachtingsplaats, langs winkels met pelgrimsbenodigdheden, altaarrekwisieten en souvenirs. Het stripfiguurachtige monnikje is ruim vertegenwoordigd op handdoekjes en aan sleutelhangers.

Bij terugkomst in de Jimyoin tempel, onze overnachtingsplaats, vragen we ook daar nog een stempel. Dat vinden we wel een passende afsluiting van ons verblijf in Kōya-san. En dan is het koffers ompakken, want morgen gaan onze ‘burgerkleren’ weer aan voor nog een paar dagen sightseeën. De koffers zien we pas in Kyoto terug, kort voor we terugvliegen naar Nederland.

Bezochte tempels: Okunoin tempel, Daito/Kondo tempel, Kongobuji tempel, Jimyoin tempel
Overnachting: gastenverblijf tempel Jimyoin, Kōya-san, hoogte 814 m (kamer 8 tatami groot, tokonoma, tafeltje, tv, halletje, binnenveranda met tafeltje/2 stoeltjes, uitzicht op fraaie binnentuin met Japanse esdoorns en bloeiende rododendrons en sering, vegetarisch avondeten goed, vegetarisch ontbijt matig)

20140527-183810.jpg

20140527-183836.jpg

20140527-183856.jpg

20140527-183936.jpg

20140527-183959.jpg

20140527-184029.jpg

20140527-184043.jpg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *