Dag 68: dinsdag 29 april 2014: Ame-otoko again!

De hele nacht komt de regen met bakken tegelijk uit de hemel vallen, het geluidseffect nog eens versterkt door het plastic op het platte dak. Nog even wat van het blog uploaden. En dan een laatste blik op de zee, die we voorlopig niet terug zullen zien. We hebben ervoor gekozen vandaag via de doorgaande weg te lopen die vanaf Minami Town landinwaarts buigt. Een route die we nog niet eerder hebben gelopen. Dat betekent afscheid van het kusttraject; het resterende deel van de henro michi loopt door het binnenland.

De weg voert ons naar het oostnoordoosten het binnenland in, meestal langzaam stijgend, dan weer langzaam dalend, tussen de bergen door. Meestal zonder stoep, net als bij de vele korte tunnels die we door moeten. Maar er is nauwelijks verkeer op de weg; vandaag is het officiële begin van de Golden Week.
Vanonder de paraplu zie ik af en toe wat sawa’s voorbij drijven, soms wat huizen en enkele keren een schrijntje. Rivieren en beekjes zijn er ook volop, soms met mooie watervalletjes, maar meestal verscholen in het groen en alleen hoorbaar. De herrie van de regen en de talloze stroompjes overstemt de grote aantallen ratelende kikkers. Uit de betonnen wanden, waarmee de meeste hellingen langs de weg de 1e paar meters zijn bekleed, spuit het afvoerwater soms ver over de weg.
Tegenhenro’s zien we niet de 1e 8-9 km. ‘Misschien hadden we toch een taxi moeten nemen’, zegt Mels, doelend op de henro’s in het hotel die vanmorgen plotseling erg zere voeten hadden en zich met de taxi naar de volgende overnachtingsplaats lieten brengen. Het lijkt of het telkens zo mogelijk nog harder gaat regenen en onze kleding en tassen houden het niet… Al binnen een half uur na vertrek voel ik het water over mijn rug lopen, na een uur loopt het langs mijn benen en begint mijn rechterschoen ernstig te soppen. Af en toe voel ik een nieuwe vloedgolf langs mijn nek lopen, ondanks mijn capuchon en paraplu.
De 1e tegenhenro van de dag en ik wensen elkaar breedgrijnzend vanonder capuchon c.q. henrohoedje met douchekapje: ‘Gambatte!’ De 2e kijkt heel wat ongelukkiger. Er rijdt ook een henro op een scootertje voorbij. De rest huts voor henro’s zijn van nul en generlei waarde met dit weer: binnen word je even nat als buiten en ze tochten bovendien. Maar zo’n 11 km na onze start menen we een grote rest room voor henro’s te ontwaren. Er zitten 3 henro’s te schuilen. Ze breken net op, als we besluiten bij ze in te trekken. De ruimte blijkt echter een verlaten restaurant te zijn; het enige gedurende dit dagtraject volgens ons routeboekje. ‘Nou, we hoeven in ieder geval niet meer bang te zijn dat we bij restaurants worden geweigerd vanwege onze natte kleding’, concludeer ik. We hebben geen lunch ingeslagen, daarom eten we maar onze noodvoorraad aan crackers op, zittend op wat stoffige stoeltjes in de halfdonkere, naar pis stinkende eetruimte. We blijven niet lang, het is wat te koud daarvoor.

Om 12.14 u wordt van het ene op het andere moment de kraan dichtgedraaid. Daarna is er af en toe een licht buitje. Zo’n 16 km na onze start komen weer op de route die we tijdens voorgaande tochten al hebben gelopen als beide wegen zich samen voegen. Kort daarna buigen we via een klein, stil weggetje naar het noorden af. Terwijl het weggetje zich rond de berghellingen slingert, worden de sluizen opnieuw opengezet. Meer nog dan op de eerdere grote weg, moeten we nu veelvuldig soppen door stroompjes die van links naar rechts over het wegdek proberen weg te komen. Niet dat het iets uitmaakt: alle schoenen zijn al lang doorweekt.
Na een pasje op zo’n 140 m is er een lange, gestage afdaling. Een kort parallelpaadje langs een mooi tempeltje, waar we verschillende keren op een bankje hebben gerust en ook wel geluncht, kunnen we deze keer niet nemen: het in het begin zeer steil aflopende betonnen paadje is in bezit genomen door een stroompje. Daarna daalt de weg in een meer open landschap. In de sawa’s links en rechts van de weg zijn vaak alleen nog de groene topjes van de rijstplantjes te zien. De van alle kanten komende warrelwind betekent het einde van mijn paraplu. Het is met 21-22 km niet eens een lange dagtocht, maar tegen het eind hebben we het helemaal zitten. Dan komen we eindelijk weer in de bebouwde kom en kort daarna bij tempel 22, waar onze minshuku zich naast bevindt. De tempel bewaren we voor morgen, in de hoop dat het dan droog is. Al om kwart over 2 melden we ons aan en worden zeer hartelijk ontvangen. De gastvrouw helpt ons met uitkleden en ophangen, en ofuro en wasmachine staan al klaar. En dat is fijn. Erg fijn. Want ik heb geen droge draad meer aan mijn lijf.
Op de kamer stallen we de inhoud van alle tassen uit. Alles zit weliswaar dubbel in plastic gepakt, maar dat is geen garantie. Op het tv-tafeltje liggen weer wat lappen geld te drogen. En ook enkele andere zakken hebben doorgelekt. Zoals die van het routeboekje… We vragen de gastvrouw of ze nog een kleinigheid te eten heeft, want de lunch met kaakjes was wat karig. We krijgen prompt een stapel lekkere cakejes en 2 buntans.
Als we schoon en droog zijn, rusten we nog wat op de kamer, Mels lezend, ik schrijvend. Tot we een heel bekende stem horen in de eetzaal van de minshuku, waar de achterkant van onze kamer tegenaan ligt. ‘Ame-otoko!’, kondigt hij zich grijnzend aan. ‘De man die regen komt brengen.’ Hide-san! Hij gaat de komende dagen met ons meelopen en zal ons langs enkele oude henro-routes voeren. Wat een verrassing! Hide-san had om 1 uur een sms-je gestuurd dat hij eraan kwam, maar Mels leest hem pas na Hides aankomst. ‘Uiteraard’, zegt Mels. ‘Ik had het kunnen weten. De spleet komt eraan.’ Doelend op de rotsspleet bij bekkaku 3, waar hij als een berg tegen opziet, omdat hij angst heeft voor kleine ruimtes…
Nadat Hide-san uit de ofuro is, hebben we krijgsberaad op zijn kamer: we nemen alle routes even door. En na het avondeten de rest. En, terwijl buiten de kikkers een oorverdovend concert hebben aangeheven, legt Hide-san nogmaals het verschil uit tussen camelia en haar zus: tsubaki en sazanka. Bij beide bomen hebben de bladeren – in tegenstelling tot wat Hide-san eerder dacht – een kartelrand, maar alleen bij de echte camelia vallen de bloemen in zijn geheel af en niet per bloemblaadje. ‘Daarom hebben de samoerai een hekel aan de camelia… Het herinnert hen aan een koppie kleiner…’ En wij maar al die struiken op Shikoku checken op kartelrandjes rond de bladeren, Hide…

Geplande afstand: 23,0 km (via zeeroute) of 21,0 km (via binnenland), totale stijging 200 m, totale daling 100 m
Werkelijke afstand: 22,3 km (via binnenland), totale stijging 524 m, totale daling 486 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1255,3 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.30 – ca. 14.15 uur
Looptijd: 4.37 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: 0
Blaren: 0
Overnachting: minshuku Sazanka in Anan City, hoogte ca. 44 m (kamer ca. 10 tatami groot, tokonoma, tafeltje, tv, uitzicht over sawa’s, avondeten prima, ontbijt goed)

20140511-081021.jpg

20140511-081031.jpg

1 reactie op “Dag 68: dinsdag 29 april 2014: Ame-otoko again!

  1. Hallo allebei,

    Zijn jullie nog steeds gelukkig?
    Wanneer kom je weer thuis?
    ’t Is hier een kale boel, zo zonder jullie.
    Hier is het al maanden voorjaar en sinds een week met regen. Alles schiet uit de grond en het blad is sappig en lichtgroen.
    Heel veel plezier!

    Liefs, Willy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *