Dag 33: dinsdag 25 maart 2014: De paaseierentocht

‘We lopen uit de tijd!’ We horen het Mels verschillende keren roepen. ‘We lopen volledig uit de tijd!’ Voordat we aan ons eigenlijke dagprogramma beginnen – 19 km door de bergen, met zo’n 500 m stijging – voeren we een extra tochtje uit bij de 2 km van de onsen gelegen tempel 45: de seriwari zenjo. Tempel 45 ligt hoog tegen een van de gatenkaasrotsen aan geklemd. Om er te komen, is al een kleine klim nodig langs een steil, betonnen pad omgeven door fleurige, langwerpige vlaggen. Achter de tempel is een kleine maar brede vallei die verder omhoog voert naar de top van het rotsplateau. Een betoverend mooie, mysterieuze vallei vol reuzensugi’s, zwaarbemoste grafsteentjes en shinto heiligdommetjes. We zijn tijdens voorgaande tochten verschillende keren vanaf het plateau door deze vallei afgedaald naar de tempel, want een van de henro michi routes loopt hierlangs. We hebben dan ook meermalen de grote spleet gezien tussen enkele rotsen, waarin een grote ketting hangt en die afgesloten is door een deur met een hangslot. ‘Seriwari zenjo’, vertelde Hide ons. Met de ketting klim je zo’n 15-20 meter omhoog in de spleet, waarna je verderop verder omhoog klimt via een ladder om uiteindelijk bovenop een rots boven het tempelcomplex uit te komen, waar een klein schrijntje staat. Hide-san wilde ons graag op deze tocht begeleiden en ook Asaka wil deze klim dolgraag doen. Het is haar top priority no. 2. Mels is er niet voor en ik twijfel: Met onze breekbare botten aan zo’n ketting omhoog klimmen? En, nog erger: Weer afdalen? Dat de eigenaar van de onsen vanochtend de tocht aanraadde en erbij vermeldde dat er iemand was neergestort – dood – helpt ook niet echt…

Maar nadat we de rituelen hebben uitgevoerd bij tempel 45 en de nodige stempels hebben laten zetten, vragen we de stempeldame toch om de sleutel die toegang biedt tot de spleet. We krijgen er voor elk van ons een stapeltje osame fuda’s bij, in allerlei kleuren. We laten onze rugzakken achter en dan begint een wonderlijke tocht in een mystiek landschap. In plaats dat we direct naar de spleet gaan, moeten we in hetzelfde valleitje eerst een tocht uitvoeren langs zo’n 50 kleine beelden die de kinderen van Boeddha worden genoemd. Ze moeten een veilige klim door de spleet garanderen. Voor elk beeld staat een langwerpig mandje waar je 1 van de gekleurde briefjes in moet achterlaten. Bij elk staat ook een langwerpige vlag, een vuilnisbakje voor de ‘afgewerkte’ briefjes en een kleurig windmolentje. Eigenlijk moet je op elk briefje ook je naam, leeftijd, gezondheidstoestand, wens, etc. invullen, maar al bij het 1e bakje merk ik op dat niemand dat heeft gedaan. Gelukkig, want ik ben erg langzaam met schrijven in het Japans en deze tocht gaat ons toch al heel veel tijd kosten. De route voert steeds hoger de vallei in, langs allerlei zijpaadjes, al dan niet doodlopend. Over smalle richels in hoge rotsen. Over, tussen en langs andere enorme rotsen. Tot we bijna bovenaan bij het plateau zijn aanbeland. Mels en ik zijn ons er al die tijd pijnlijk van bewust dat we na deze tocht en het weer afdalen naar het stempelkantoor om de sleutel af te geven, opnieuw deze hele klim van zo’n 200 meter hoogte moeten maken om onze henro michi te vervolgen…

We zijn uren bezig. Het is de bedoeling dat we het juiste briefje bij het juiste beeldje leggen, d.w.z. met de juiste kleur en met de naam die correspondeert met de naam op het beeldje, want elk beeldje heeft een andere(!) naam… Na vele correct neergelegde briefjes – hoogstens dat Mels er 1-tje per ongeluk gelijk in een prullenbakje stopt… – raken we toch de draad kwijt. We lopen weer terug naar eerder gelegde briefjes om te checken of het al eerder mis ging. Checken ook nog eens bij een volgend beeldje. Of in een zijpaadje. En nog een zijpaadje… Maar feit is dat we steeds meer briefjes overhouden. De beeldjes staan blijkbaar ook niet precies allemaal op volgorde… Het valt niet mee. Mels en ik zijn ook nog best wel moe van de vorige dag en het is een hele klim over niet al te makkelijke paadjes… ‘We lopen uit de tijd!’, roept Mels regelmatig wanhopig, denkend aan de dagtocht die we nog moeten maken.
Bovenop een richel langs een grote rots – niet lang voor we bij de spleet zullen aanbelanden waar het allemaal om te doen is – zegt Mels plotseling: ‘Ik ga niet verder.’ Het richeltje loopt steil naar beneden met wat gladde gleuven, op weg naar een volgende alleenstaande rots. Niet alleen zijn hoogtevrees speelt hem parten, hij vraagt zich hevig af of dit nog wel verstandig is, of we niet de hele pelgrimstocht in gevaar brengen. Elk risico dat je neemt, kan immers gevolgen hebben voor de tocht en dus ook voor de ander. Mels gaat terug. Ik werp een blik op het paadje én op de volgende rots waar we nog tegenop moeten. Twijfel. En nog eens twijfel. En roep dan naar Asaka dat we allebei teruggaan, maar wel op haar zullen wachten. Ik vraag me af waarom ik zelf pas afhaak nadat Mels is gestopt. Omdat ik geen ‘nee’ durf te zeggen? Omdat ik geen spelbreker durf te zijn? Ik ben er niet zozeer mee bezig of we nog wel op ons tijdschema liggen. Ik ga er altijd vanuit dat dat nog wel op te lossen is. Maar ik ben moe. Te moe. Veel te moe om mezelf nog eens langs een ketting omhoog en omlaag te moeten hijsen.

Er is bovendien regen voorspeld aan het eind van de middag. En de lucht begint steeds meer te betrekken. Regen betekent problemen in de bergen. Asaka steekt haar hoofd om de rots: ‘I will follow you.’ Dit moet een moeilijke beslissing zijn voor haar. Ze had dit zó graag gewild… We keren om, dalen de berghelling weer af en leveren de sleutel in bij het stempelkantoor. Na een korte onigiri-lunch op een bankje beklimmen we om 20 over 12 opnieuw het valleitje, deze keer met bepakking. Het henro michi pad leidt directer naar boven en deze keer komen we al gauw bij de spleet. Asaka werpt enkele verlangende blikken door de getraliede deur naar de ketting in de spleet. Ik neem foto’s. We lopen verder. En op dat moment komt er een man naar beneden in de vallei, druk bezig met briefjes leggen. Het is duidelijk dat hij nu de sleutel heeft van de deur naar de spleet. ‘Ask him!’, sis ik naar Asaka. We wachten tot hij klaar is, met het leggen van briefjes, met het reciteren van de hartsoetra bij de shinto schrijn naast de spleet, met het nemen van foto’s… Met 1000 verontschuldigingen neemt Asaka afscheid van ons. Het is voor ons geen probleem, als we maar zeker weten dat ze in goede handen is. We zullen elkaar later weer zien, Mels en ik klimmen langzaam verder terwijl zij de spleet in gaat.

Kort daarna bereiken Mels en ik het plateau. Lange tijd loopt het pad langs diepe afgronden, tot we bij een splitsing komen. Rechtsaf loopt een pad naar beneden, terug naar de weg waar de onsen aan ligt, dezelfde weg waarlangs we op de heenweg naar tempel 45 zijn gekomen. Rechtdoor loopt een oud henro michi pad dat we deze keer willen nemen, een paar kilometer langer dan de andere route. We twijfelen, want het pad ziet er te vervallen uit en links loopt de helling steil naar beneden. Even zoeken we op het pad rechts of daar soms nog een ander pad op uit komt, maar dan keren we toch terug naar de splitsing en nemen het pad rechtdoor. Na 500 meter zou dat pad al op een weggetje uit moeten komen. Maar van het begin af aan levert het pad problemen op. Een 2 voeten breed richeltje, soms half overgroeid, nog vaker afbrokkelend als 1 voet te dicht bij de rand komt. En het is erg moeilijk je evenwicht te bewaren met een rugzak op je rug, balancerend boven een afgrond… We zijn de 500 meter al lang voorbij als het pad volledig blijkt weggevaagd door een kruisend beekje vol grote boomstammen. Ook naast het beekje heeft een aardverschuiving plaatsgevonden. Terwijl ik me afvraag hoe ik hier overheen moet komen, hoor ik ver achter mij Mels roepen: ‘Ik ga terug!’ Mels’ hoogtevrees wordt te vaak op de proef gesteld vandaag.
We laten een briefje achter voor Asaka om haar duidelijk te maken dat we het rechterpad hebben genomen en dalen dan af naar de weg. Tot onze verrassing vinden we haar terug middenin de afdaling. Ze is ons gepasseerd terwijl wij het oude pad aan het uitproberen waren. Ze is zó blij dat ze de spleet heeft beklommen. ‘I’m so happy!’, roept ze steeds.
‘We kunnen het nog steeds halen’, zegt Mels, op zijn horloge kijkend. Tempel 44. Ik had er niet meer aan gedacht. ‘Een half uur tot aan de tunnel, 3 kwartier over het pasje naar de tempel. Moet net kunnen voor 5 uur.’ Plotseling hebben we haast. Mels ver vooruit, Asaka steeds wachtend bij bochten en pasjes, ik achteraan zwoegend, hijgend en zwetend. Na de afdaling via allerlei paadjes is er de weg, soms met een parallelweggetje of -paadje. Dan komen we voor dé tunnel. Deze keer nemen we een pad links van de tunnel, de meest directe verbinding met de tempel, maar wel via een pasje. Ik moet steeds vaker even blijven staan. 2x zie ik Mels terug: als zijn gps is uitgevallen en ik de mijne aan moet zetten, en bovenop het pasje.

In zijn haast nog op tijd het stempelkantoor te halen, racet Mels het binnendoorweggetje voorbij en daalt helemaal af naar de hoofdpoort om vanaf daar weer omhoog te klimmen naar het eigenlijke tempelcomplex. Even heb ik de neiging de afkorting te nemen, maar ik zie Asaka trouw op mij wachten bij de hoofdpoort. Er zit niets anders op… Ik hobbel naar beneden en puf dan langzaam weer omhoog via de poort, wat moeizaam grimlachend tegen alle jonge en erg fris uitziende monnikken die net naar de hoofdpoort afdalen. Ik ben volledig op en het zweet gutst in stromen van mijn gezicht, bijtend in mijn ogen. Om 2 minuten voor 5 hijg ik het stempelkantoor binnen, enkele tellen na de andere 2. Meteen na ons gaat het kantoor op slot. Narrow escape.
Terwijl in de avondschemering een uitbundig vogelconcert losbarst, voeren wij nog de rituelen uit. Daarna dalen we weer af, langs de reuzensugi’s bij de hoofdpoort. Jammer, dat we niet meer tijd hebben: het is een van de fraaiste tempels met al die enorme bomen. In de snel vallende duisternis dalen we nog wat meer en komen via wat straatjes al snel bij ons hotel. Ik ben té moe; het huilen staat me nader dan het lachen. Maar morgen is er weer een nieuwe dag…

Geplande afstand: 19,1 km, totale stijging 900 m, totale daling 450 m
Werkelijke afstand: ca. 21,0 km (incl. seriwari zenjo; kortere terugweg genomen; gps is uitgevallen), totale stijging 1200 m, totale daling 1000 m
Cumulatief afgelegde afstand: 568,6 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.50 – ca. 18.15 uur
Looptijd: ca. 5.26 uur
Gemiddelde snelheid: 3,4 km/u
Bezochte tempels: tempel 45, seriwari zenjo, tempel 44
Blaren: alleen wat beurse plekken
Overnachting: petit hotel Garden Time in Kuma-kogen, hoogte ca. 490 m (kamer 2 1p bedden, tafeltje/2 stoeltjes, tv, badkamer (geen warm water!)/wc, avondeten goed, ontbijt redelijk)

20140328-105219.jpg

20140328-105256.jpg

20140328-105315.jpg

20140328-105441.jpg

20140328-105458.jpg

20140328-105522.jpg

20140328-105542.jpg

20140328-105605.jpg

20140328-105627.jpg

20140328-105651.jpg

20140328-105709.jpg

20140328-105735.jpg

1 reactie op “Dag 33: dinsdag 25 maart 2014: De paaseierentocht

  1. Mooi verslag. Ik ga dat zeker ook proberen bij tempel 45!
    Groet uit Shimanto! Ik ben bijna bij tempel 37, geniet nu van een lekker kom udon.
    Ik sliep vannacht in Naka-tosa in Ryokan Ōtani. De okusan vertelde dat er 12 april ook twee Orandajin komen. Merusu-san? Ik zeg dat ik denk dat het Mels en Yna zijn. Klopt dat?
    Elly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *