Dag 63: donderdag 24 april 2014: De lekkere tempel

Na een goede nachtrust word ik me slechts langzaam bewust van de enorme hoeveelheid hanen die de buurt bezit. Er wordt flink tegen elkaar opgekraaid, maar niet al te dichtbij. Een gezellig achtergrondgeluid. Bij het ontbijt hebben we uitzicht op het straatje waar de ryokan aan is gelegen. Aan de overkant is een krom, oud mensje bezig 3 zware metalen rolluiken naar boven te duwen, die de voorgevel van haar zaakje afsluiten. Het lijkt wel of het grootste deel van de bevolking op Shikoku uit stokoude mensen bestaat en, zowel op het land als in de stad, allemaal zijn ze nog steeds, dag in dag uit, keihard aan het werk. En het plezier straalt er vanaf.

Om 8 uur vertrekken we om zo’n 22 km naar het zuidoosten af te leggen. Lange tijd lopen we vlak langs zee, op een stoep langs de doorgaande kustweg. Ik krijg een heerlijk ontspannen vakantiegevoel. Het loopt lekker en ondanks de achter de sluierbewolking nadrukkelijk aanwezige zon, valt de temperatuur wel mee. Enkele malen verlaten we de zee voor wat parallel lopende straatjes en eenmaal nemen we een pasje over een lange uitloper in zee.
Het begin van het pasje, tussen wat huizen door, is moeilijk te vinden. Als ik een nauw steegje in duik om even poolshoogte te nemen, raken we elkaar korte tijd kwijt. Maar na wat heen en weer lopen en het uitstoten van harde lokroepen vinden we elkaar uiteindelijk weer. Kort daarna vinden we de juiste doorgang. Na een steegje voert achter de huizen een – aanvankelijk betonnen – paadje de berg op. Mannen in lichtgroene werkkleding zijn druk bezig een hoge steiger op te bouwen. Blijkbaar moet de betonnen versteviging van de bergwand nog hoger worden. Er wordt plaatsgemaakt voor ons en strompelend over de stapeltjes metalen steigerpalen kunnen we toch het pad op. Bovenop het pasje is de volgende kustvlakte al te zien en ook de bergrug waar de tempel zich op moet bevinden, waar we vannacht zullen slapen. De afdaling voert door een beschaduwd valleitje met links en rechts bossen bamboe. Een slang glijdt steels weg tussen de bladeren. Aan het andere einde van het pad blijkt ook druk te worden gewerkt. Hier is een aardverschuiving geweest. Niet alleen het pad is half verdwenen, maar ook het weggetje waar het op uit komt. Provisorisch zijn wat dikke metalen platen neergelegd, zodat we toch verder kunnen.

Na wat bebouwing komen we al snel weer aan zee. Om half 12 vinden we langs de weg een restaurant waar we mikusu sando oftewel mixed sandwiches nemen: dubbele 3-hoekjes wittebrood met ei of sla met tomaat. In dit geval nogal gepeperd, zodat ik bijna een liter water opdrink om mijn rauwe keel wat door te spoelen. Buiten sneeuwt het bloesem. We zien de ene na de andere henro passeren en ook binnen zitten veel henro’s. We vallen om de beurt in slaap. Mels voelt zich moe en heeft ook last van de warmte, daarom blijven we lang zitten, zo’n anderhalf uur.

Het stuk kustweg erna wordt omgeven door enkele meters hoog riet, met hier en daar reuzendatura met reuzenbloemen, wat lagere aloë vera en Japanse duizendknoop. Op zanderige stukjes is er soms een groepje dieprode klaprozen. De lagere berghellingen zijn bedekt met grote aantallen zakjesbomen: vruchtbomen vol zakjes ter bescherming van de jonge vruchtjes. Een lichte wind brengt wat verkoeling.
In Kiragawa lopen we opnieuw – voor de 4e x – door de oude straatjes vol fraaie traditionele huizen. Een oude vrouw ziet me fotograferen en beduidt dat even verderop in een zijstraatje nog veel meer moois te zien is. We lopen met haar mee. Maar de vrouw des huizes heeft helemaal geen zin in foto’s. Niet erg. We maken gezellig een praatje en vertrekken dan weer. Ik heb al foto’s genoeg (o.a. van dat huis…)

Voor onze overnachtingsplaats – het gastenverblijf van tempel 26 – moeten we de volgende bergrug op, via kleine weggetjes en paadjes. Lange tijd over een betoverend mooi bergpad: een holle weg omarmd door mooie kronkelige bomen. Even na 4 uur komen we al aan bij het gastenverblijf. Vanuit de mooie kamer is er een fantastisch uitzicht over de kust. In de verte is Muroto te zien, de meest zuidoostelijke kaap van Shikoku. Aangezien we zo vroeg zijn, bezoeken we ook alvast het tempelcomplex. Er zijn nog wat kleine groepen bushenro’s, waar we bij de hoofdtempel op inhaken met het reciteren van de hartsoetra. Bij de daishido gaan we onze eigen weg, wat niet meevalt met zoveel vocale overmacht. Bij de daishido staat ook een heiligdommetje met 3 boomstammen, elk met kankergezwellen, waar druk over heen gewreven wordt.

We logeren voor de 4e x in het gastenverblijf. Het is 1 van onze favorieten, niet alleen vanwege de mooie kamers en het uitzicht, maar vooral vanwege het heerlijke eten. ‘De lekkere tempel’ noemen we hem. De lange tafels in de grote, altijd met busgroepen en loophenro’s afgeladen eetzaal stonden in voorgaande jaren vol grote Lazy Lady’s met grote hoeveelheden sushi, sashimi en andere heerlijkheden. Nu is de eetzaal erg leeg en delen we de maaltijd met een loophenro-echtpaar, een autohenro-echtpaar en een alleenlopende henro. En dat is iets wat ons keer op keer opvalt tijdens deze tocht: Ondanks het jubileumjaar is het verschrikkelijk rustig in de overnachtingsplaatsen, zelfs nu we het begintraject van de henro michi naderen. Weinig busgroepen en ook minder loophenro’s. Er mogen dan meer buitenlanders op de henro michi lopen; zij willen vooral kamperen of zoeken gratis slaapplaatsen. In de ryokans e.d. is het dramatisch stil.
Het eten is ook nu weer uitstekend. Deze keer krijgen we – naast alle heerlijkheden – ook elk een krab. Het is niet iets waar ik van houd: krab en kreeft eet ik uit principe niet. De andere tafelgenoten zitten er ook wat onwennig naar te kijken. De vrouw van het autohenro-echtpaar doet voor hoe je hem ontleedt. Mels probeert het ook. En zegt al gauw vele maken ‘sorry’ tegen het dode dier. Het is voor niets gestorven… ‘Kobo Daishi heeft ons hier naartoe gestuurd’, zegt het loophenro-echtpaar naast mij keer op keer. Een devoot volksgeloof, waarin Kobo Daishi een persoonlijke oproep kan doen aan mensen.
Op de superdunne futon lig ik nog lang naar de krekels te luisteren.

Geplande afstand: 21,0 km, totale stijging 250 m, totale daling 110 m
Werkelijke afstand: 21,5 km (excl. bezoek aan tempel 26), totale stijging 632 m, totale daling 486 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1140,5 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.03 – ca. 16.10 uur (excl. bezoek aan tempel 26)
Looptijd: 4.25 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: tempel 26
Blaren: 0
Overnachting: gastenverblijf tempel 26 Kongochoji in Muroto City, hoogte ca. 178 m (kamer 10 tatami groot, tokonoma/kastenwand, tafeltje, tv, veranda met tafeltje/stoeltjes, uitzicht over kustvlakte, Muroto en zee, avondeten uitstekend, ontbijt goed)

20140429-074216.jpg

20140429-074228.jpg

20140429-074239.jpg

20140429-074251.jpg

20140429-074301.jpg

20140429-074314.jpg

20140429-074326.jpg

20140429-074339.jpg

20140429-074349.jpg

20140429-074401.jpg

20140429-074413.jpg

Dag 62: woensdag 23 april 2014: De tuinen van Monet

Voor ons bezoek aan tempel 27 op 440 m hoogte, laten we onze rugzakken in de minshuku achter, om even op en neer te gaan – 4 km heen, 4 km terug – en daarna onze weg te vervolgen, 6 km verder naar het oosten. De temperatuur stijgt al snel nadat we om 7 uur zijn vertrokken. Langzaam lopen we over de smalle weg de berg op. Het is nog niet druk, slechts een enkele auto passeert ons. Een paar keer zijn er afkortende bergpaadjes, telkens met waarschuwingsborden: mamushi, Japanse adders. Mels geeft er dan ook de voorkeur aan de weg te blijven volgen; slechts 1x nemen we een bergpaadje.

Al na anderhalf uur komen we bij het winkeltje aan de voet van het tempelterrein. We nemen er koffie en Mels een henro-jasje, want zijn oude is op beide schouders doorgesleten door zijn heen en weer glijdende rugzak. Hij ziet er meteen veel te netjes uit, als een bus- of autohenro. In de verre diepte is een glimp van de zee te zien. Er arriveert ook een langneus-koppel. Ze zijn weinig spraakzaam: bij de vrouw kan er nog geen groet vanaf; de man antwoordt op onze vragen dat ze Vlaams-Nederlands zijn en de tocht in delen lopen. Hij benadrukt dat ze uitsluitend lopen en dat het daarom noodzakelijk is de tocht in stukken te hakken. Ik zeg wat verbaasd dat wij ook uitsluitend lopen, maar toch alles in 1x doen. Het komt geloof ik niet aan. Meteen daarna draait hij zich om, om wat rond te kijken in de winkel. Heel wat spraakzamer is de jonge Oostenrijkse vrouw die we even later bij het stempelkantoor spreken.
Er komen verschillende groepen henro’s binnen, die met kleine busjes over de smalle weg zijn aangevoerd. En ook de ene na de andere weekendtasser komt aan, met stapels stempelboeken en rollen bestemd voor de handel. Het wordt steeds drukker. Bij de bron met geneeskrachtig water, tegenover het stempelkantoor, staan mensen in de rij, niet alleen om wat water te drinken, maar ook om de meegebrachte flessen te vullen. Ernaast beginnen de lange trappen naar de eigenlijke tempelgebouwen, die door de fraaie bergtuin voeren. Rijen witgejaste henro’s met rieten punthoedjes bewegen zich op en neer langs de trappen. Na het uitvoeren van de rituelen, zitten we nog een tijdlang te kijken naar het mooie tafereel. Pas na een uur maken we ons weer klaar voor vertrek. Een jonge, fraaigeklede monnik trekt zijn bruine mantel uit en vertrekt, gelijktijdig met ons, in witte broek, hemd en laarzen (met afzonderlijke ruimte voor de grote tenen); zijn donkerbruine rieten hoed bevestigd op zijn rugzak. We blijven een tijdlang kletsen. Matsui Koken heet hij en hij woont in een klooster in Hashimoto aan de voet van Koya-san.

Het is inmiddels een stuk drukker op de smalle weg. Kleine busjes, taxi’s en privé-auto’s werken zich omhoog en omlaag, langs elkaar en langs ons. Ondanks de drukte zien we toch nog een zonnende slang midden op de weg. En enkele 10-tallen meters lager ligt er 1-tje doodgereden. In 1 uur zijn we weer in de minshuku om onze rugzakken op te pikken. Daarna hoeven we nog maar 6 km af te leggen, over de stoep langs de kustweg, maar meer nog langs parallelstraatjes. Een paar kilometer voor onze ryokan lunchen we met yakisoba en dan zijn we al om half 2 op onze eindbestemming. Dat is onverwacht vroeg. Maar het geeft ons wel de kans een toeristisch uitstapje te maken naar… de tuinen van Monet. Eerst geven we onze rugzakken even af bij de ryokan. Tot onze verrassing is er een pakketje voor ons bezorgd. Van het hotel waar we de 20e sliepen. Een streepjesoverhemd. Blijkbaar achtergelaten door een gast en is verondersteld dat het van ons is. Netjes gewassen en gestreken en in plastic. Helaas… We weten ook niet wat we ermee moeten en geven het maar aan onze gastvrouw. In afwachting van een taxi krijgen we groene thee met wat lekkers.

Monet no Niwa – Jardin de Monet Marmottan au village de Kitagawa – is een kopie van de tuinen van Monet in Giverny bij Parijs. Niet 100%. Ik mis bijvoorbeeld de hoge bamboe bij de dromerige waterlelievijver met felgroene brug. En ook het oorspronkelijke huis is niet nagebouwd. Daarentegen is het complex een stuk groter dan dat in Frankrijk. In een vallei is een mooie mediterrane tuin aangelegd. En de berg oplopend, is er een mooi uitzicht over de kustvlakte en de zee. Met, als je lang genoeg zou wachten, mogelijk een fraaie zonsondergang boven zee.
Net als in Giverny zijn in de 1e tuin – de bloementuin – op kleur gesorteerde perken met tulpen, zoals de roze tulpen met blauwe vergeetmenietjes. En er is een berceau van metalen bogen met rozen. Terwijl we er wat rondscharrelen, krijg ik plotseling een heftige déjà vu: Een groep vrouwen is op de brede, hoge rand van een ronde vijver bezig bloeiende planten te arrangeren in kleine bakjes. Exact dezelfde scène was heel kort geleden op tv te zien. Dezelfde cursusleider, dezelfde bakjes, dezelfde vijver en mogelijk dezelfde vrouwen. Blijkbaar geeft de man vaker deze workshop en zijn daar opnames van gemaakt. Maar ik sta toch wat bevreemd te kijken… En ik maak foto’s. Niet als enige. Verschillende cursisten zijn meer bezig met het – steels – foto’s nemen van de cursusleider, dan dat ze zich bezighouden met hun bakjes…
In de watertuin schiet vlak voor ons een slang van het pad. De 3e op een dag. We slenteren urenlang door de mooie tuinen en ik neem talloze foto’s. Een onverwacht ontspannen middagje.

In de ryokan bevindt onze kamer zich in een huisje achterin een tuin. Op de binnenveranda staan mooie, oude stoeltjes, net als het bijbehorende tafeltje ingelegd met parelmoer. Met een klein uitzicht op een eigen minituintje. Op een steen onder de schuifdeuren staan 2 kleine buitenslippers, voor het geval we 2 stappen in de tuin willen doen. Het avondeten delen we met een wat stille henro uit Hiroshima, die de tocht voor de 2e x loopt. Sashimi, sushi, tempura en nog vele andere gerechten; we krijgen het maar voor een deel op. De hartelijke gastvrouw – 73 jaar oud – werkt samen met een oudere vrouw – haar moeder? – in de keuken. Ze holt van hot naar her. In de kamer naast ons eten 4 werkmannen. En op de 1e verdieping is een party. Grote schalen met sashimi, katsuo tataki en ander heerlijks verdwijnen in het keukenliftje. Buiten staat een lange rij hoge diepvrieskasten. Binnen ook. Dit is een professioneel bedrijf! Met 73!!!

Geplande afstand: 14,1 km, totale stijging 440 m, totale daling 440 m
Werkelijke afstand: 13,1 km, totale stijging 516 m, totale daling 526 m, hoogste punt 407 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1119,0 km
Vertrek-/aankomsttijd: 6.59 – ca. 13.30 uur
Looptijd: 2.47 uur
Gemiddelde snelheid: 4,7 km/u
Bezochte tempels: tempel 27
Blaren: 0
Overnachting: ryokan Sango in Tano (Nahari), hoogte ca. 6 m (kamer 6 tatami groot, tokonoma/kastenwand, tafeltje, tv, veranda met tafeltje/stoeltjes en washoek, minituintje, avondeten prima, ontbijt prima)

20140429-073007.jpg

20140429-073025.jpg

20140429-073042.jpg

20140429-073054.jpg

20140429-073106.jpg

20140429-073119.jpg

20140429-073131.jpg

20140429-073141.jpg

Dag 61: dinsdag 22 april 2014: Waterballet

Alweer een grijze dag. Er is een stuk hogere temperatuur voorspeld – gisteren 16, vandaag 22 – maar het is heerlijk koel als we om 7 uur vertrekken. We worden lang nagezwaaid door de hartelijke gastvrouw. Tot aan het stadje Aki – op bijna de helft van de dagtocht van 27 km – blijven we het fietspad volgen langs de kustlijn, eerst naar het oosten en later naar het zuidoosten. We komen bijna meteen een bekende tegen: de Lachende Boeddha hebben we hem genoemd, vanwege zijn flamboyante uiterlijk toen we hem tijdens onze 2e henro michi voor het eerst tegenkwamen. Hij was toen de tocht voor de 16e x aan het lopen. Hij kon prachtig zingen. Uit volle borst zong hij bij elke tempel de soetras. Toen we hem het jaar erop weer tegenkwamen, zag hij er aanmerkelijk slechter uit en kwam wat verward over; hij miste ook een aantal tanden. Nu sjouwt hij niet alleen met een rugzak, maar zeult ook een karretje achter zich aan met wat kratjes en tassen erop. Zijn tempo is laag; hij loopt, net als wij, de tocht in omgekeerde richting. In zijn mond zie ik nog slechts 2 tanden; hij ziet er echter beter uit en lacht weer breeduit. Zijn flamboyante hoed is verwisseld voor een baret van mooie bronskleurige Japanse stof. Hoe vaak hij de tocht inmiddels heeft gelopen? Zo’n 70x, denkt hij, maar het precieze aantal is hij vergeten.

Een tijdlang loopt het fietspad achter een 3 m hoge betonnen zeewering met hier en daar dikke, kluisachtige, metalen schuifdeuren, waarin telkens een kleine deur openstaat waardoor voetgangers kunnen passeren naar het strand. Er is ook een groot vluchtplatform ingeval van tsunami’s; 23 m hoog staat erbij. We zien ze regelmatig staan in kustvlaktes, sinds de tsunami van 2011.
Dan loopt de zeewering wat lager en verder weg en hebben we uitzicht op strand en zee. Onder de verhoogde spoorlijn staat een hele rij zenkonyado’s, hutjes waarin henro’s gratis kunnen overnachten, en ook platforms waarop je je slaapzak uit kunt spreiden. Het ziet er hier een stuk opgeruimder uit dan in voorgaande jaren, toen we kilometerslang tussen metershoge afvalbergen moesten lopen. We maken een praatje met de beheerder van de zenkonyado, die met een grijpertje druk bezig is papiertjes en ander zwerfafval op te ruimen.
Lange tijd loopt het fietspad direct achter het strand van fijn zwart grit, voor de lage zeewering langs; het verhoogde spoor wat verder weg naar het binnenland. Vlak voor de kust zijn 10-tallen vissersboten bezig met grote netten. Vlakbij ons varen er 3 op een rij de ene kant uit, 2 andere in tegenoverstelde richting; een enorm net tussen hen in meeslepend. Dan draaien enkele boten en beginnen om elkaar heen te varen. Een strategisch spel. Een tijdlang staan we te kijken, maar we wachten het einde ervan niet af, want we moeten nog wat verder…
Dan loopt het fietspad tussen fijn- en grofbladerige bamboe die ook wel in Europese tuinen te vinden zijn, en langs tuintjes vol rijpende bonenplanten, een enkele vijgenboom en wat zielige bananenplanten. Hier en daar staan wat armoedige hutjes. In 1 ervan is een grote rest room voor henro’s gevestigd, met levensgrote poppen, muren vol kleurtekeningen en tafels vol origami. Na 7 km is er koffie, als het fietspad op wat grotere hoogte loopt, naast de drukke doorgaande route.

Daarna loopt het fietspad kilometerslang op de zeewering zelf. Af en toe passeren we een klein haventje vol vissersbootjes, omgeven door hoge betonnen zeeweringen en havenhoofden. Een lang, haast kaarsrecht pad. We komen weer over KLEI te praten en mijn looptempo neemt onmiddellijk toe tot 5,3 km/u.
Om 11 uur lopen we Aki binnen. Eigenlijk wat te vroeg voor een lunch, maar ja, er is hier een winkel vol lekkere sushi en met een eethoek… Dus het wordt een vroege lunch. Als we na anderhalf uur willen vertrekken, vraag ik nog even naar een wc. Ik word buitenom gewezen. Op het parkeerplaatsje achter de winkel sta ik wat zoekend om me heen te kijken, als er een deur opengaat. Ik word door dezelfde winkeljuffrouw weer binnengelaten, nu aan de achterkant van het gebouw, achter de keuken en het magazijn. De wc is om het hoekje. De juffrouw beduidt dat ik mijn schoenen uit moet trekken bij een gammel, hoog opstapje voor het magazijn, vanwaar ik op kousenvoeten op het smalle vlondertje voor het wc-hokje moet stappen, om vervolgens de wc-sloffen aan te schieten die in het wc-hokje klaar staan. Het doet me denken aan het hindernisspel dat we op de middelbare school wel eens speelden tijdens de gymnastieklessen. Maar daar heb ik nu even geen zin in. Zo nodig hoef ik nou ook weer niet en er zijn in de buurt genoeg benzinestations en supermarktjes waar ze een wc hebben. Maar de juffrouw laat het er niet bij zitten. Ze haalt haar collega’s erbij en met zijn 3-en vergaderen ze even. Een van de collega’s heeft de oplossing: Ik moet beloven dat ik het smalle houten vlondertje niet aanraak met mijn schoenen, dan mag ik met mijn eigen schoenen de wc in. Dat is met mijn relatief lange benen geen probleem. Terug in de winkel merk ik dat het me niet in dank wordt afgenomen. Het afscheid is wat stijfjes…

Langzaam lopen we Aki weer uit aan de oostkant. We komen onderweg een Canadees tegen, die samen met zijn vrouw een deel van de henro michi loopt. Maar vandaag rust ze uit in het hotel; ze is moe. Later lopen we weer over de eindeloze betonnen zeewering. Beneden liggen gekantelde formaties van leisteenachtige richels. Bij een klein michi no eki zitten 2 henro’s. De 1 heeft een plastic vuilcontainer als rugzak ingericht. Lijkt me erg zwaar en hard, maar hij lijkt er niet onder te lijden.
De route neemt kort een ommetje rond mooie rotspartijen vol spleten en gaten, waar ook een mooi restaurantje blijkt te zijn, alvorens we onze weg moeten vervolgen over de stoep naast de doorgaande weg. We ontmoeten er Bruno en Hotto(…). Bruno is een 55-jarige Bruggenaar, die al 10-tallen jaren in Nederland woont en een dochter heeft die in Kyoto werkt. Hij heeft o.a. meerdere Camino’s gelopen (o.a. vanaf Sevilla) en ook een bewegwijzerde route door de Negev-woestijn. Hij vertelt dat hij vegetariër is en dat lijkt ons niet makkelijk in Japan. Maar dat valt best wel mee, volgens hem. En soms met de ogen dicht eten…
Al snel verlaten we de doorgaande weg weer; onze minshuku ligt aan een zijweg ervan. Vlak voor we aankomen, begint het het lichtjes te regenen. We worden hartelijk verwelkomd. We slapen hier voor de 3e x; de 1e x werden we geweigerd…
Voor de toiletruimte staat een paar binnensloffen; ik merk echter op dat geen van de wc’s bezet is als ik mijn tanden ga poetsen. Terug op de gang zie ik een paar wc-sloffen voor een kamerdeur staan. Ai… Blijkbaar zijn het niet alleen gaijin die zich wel eens vergissen…

Eigenlijk was het al met al een fluitje van een cent vandaag. En ook nog eens met een topsnelheid. Dankzij de lage temperatuur…

Geplande afstand: 27,0 km, totale stijging 0 m, totale daling 0 m
Werkelijke afstand: 25,4 km, totale stijging 536 m, totale daling 533 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1105,9 km
Vertrek-/aankomsttijd: 6.59 – ca. 16.10 uur
Looptijd: 4.50 uur
Gemiddelde snelheid: 5,3 km/u
Bezochte tempels: 0
Blaren: 0
Overnachting: minshuku Hamayoshi-ya in Yasuda Town, hoogte ca. 6 m (kamer 8 tatami groot, tafeltje, tv, avondeten goed, ontbijt karig)

20140429-072651.jpg

20140429-072710.jpg

Dag 60: maandag 21 april 2014: Stoombad

Half 4. Onder het raam begint een haan te kraaien. Een ren vol eenden begint gezellig mee te kwekkelen. Buiten giet het nog steeds, maar als we naar het ontbijt lopen, begint het net te minderen. Wolkenflarden drijven door de dalen. Alweer een druk programma: 26 km en 2 tempelbezoeken. We beginnen met het opsturen van een postpakketje, want onze rugzakken zijn al te erg in gewicht gegroeid de afgelopen dagen. De gastvrouw geeft wat osettai: enkele zware medailles en een pakje ansichtkaarten, die we meteen bij het postpakketje stoppen, en onigiri.
Al voor 8 uur trekken we verder, opnieuw naar het oosten. Eerst over de stoep langs een erg drukke weg die langs het noorden van Kochi voert. Dan komen we in een rivierenlandschap van een grote en wat kleinere rivieren, waar we onze weg vinden over hoge, heel smalle, betonnen paadjes en over kleine weggetjes. De drukte valt meteen van ons af. Alleen in de verte om ons heen is nog wat stadse drukte te horen. Een Japanse fazant (olieachtig zwart met rode kop) houdt ons nauwlettend in de gaten vanachter 5 cm hoge stoppeltjes. In een riviertje bedrijven grote aantallen bruine karpers (koi) op fanatieke wijze groepsseks tussen wat drijvende waterplanten. Het gaat er wild aan toe. Daarna zigzaggen we eindeloos door een vlakte vol sawa’s: een waterlandschap vol betonnen kaders en rijen groene sprietjes in glinsterende spiegeloppervlakken, waar een enkele keer een kleine witte reiger uit opvliegt.

Na 6,5 km komen we bij tempel 29, die we ons herinneren met grote aantallen treurkersen vol roze sakura-watervallen. Nu zijn ze uitgebloeid en staan de vele soorten pioenrozen (botan) op hun mooist, de grote bloemen beschermd tegen de regen door transparante plastic parapluutjes. Een kleine groep in smetteloos wit geklede bushenro’s passeert ons, samen met hun gids en een priester. Ze zeggen wat tegen ons, maar dat komt niet helemaal binnen bij ons. En wat wij zeggen, komt ook niet aan bij hen. Tot 1 van hen zegt: ‘Hongkong.’ Het zijn Chinezen…

Kort na de tempel vinden we een trendy café. Hoewel het inmiddels vrijwel droog is, blijft het ongelooflijk klef en het warmt ook steeds meer op. Afwisselend lopen we langs sawa’s en door wijkjes vol grote huizen met tuinen. Van tempel 29 naar tempel 28 is het 9 km. Halverwege is er een klein tempeltje, een kleine oase waar we elke keer even hebben aangelegd: In het tempeltje zijn langs de linker- en rechterwand zitbanken. En we zijn er ook al eens getrakteerd op eten en drinken toen de priester er met een groep mensen aan het werk was. Nu komt ons al een man tegemoet lopen, nog voor het weggetje tussen de sawa’s met een scherpe bocht tussen wat bossages naar het tempeltje afdaalt. Hij blijkt producer te zijn. De NHK is bezig met opnames bij het tempeltje. Of ze onze aankomst mogen filmen. Uiteraard. We worden vorstelijk onthaald. De priester is er weer met dezelfde groep mensen. We krijgen van alles te eten en te drinken. En over en weer wordt er druk gekletst en gefotografeerd. Ondertussen wordt er druk gefilmd. (Uitzending 9 mei?) We nemen afscheid met elk een pakketje heerlijke onigiri rijker, voor later onderweg. Uitgezwaaid door de hele groep verdwijnen we uit het beeld van de camera. Dan horen we een luid geschreeuw achter ons. In alle consternatie zijn we het verkeerde pad ingeslagen…

We krijgen het steeds warmer. De zon brandt inmiddels onbarmhartig fel. Het zweet gutst er vanaf. Ik steek mijn paraplu op. Ik heb de neiging wat te gaan zwabberen in al die hitte. Het tempo daalt.
Voor tempel 28 moeten we een kleine klim maken. In een tuin bij een wegsplitsing is een jongeman bezig het haar van een andere man te knippen. We vragen hen of ze de ingang van het paadje naar de tempel kennen. Het blijken Filipino’s, die een 3-jarige agrarische training volgen in Japan. De tempel kennen ze niet. Net op dat moment passeert een loophenro. Maar hij kan ons ook niet helpen; hij was zelf de route kwijt en is langs de weg afgedaald. Ondertussen komen 3 auto’s luid toeterend langsrijden, vol met dames die we bij het kleine tempeltje ontmoetten. Zwaaien. Even later vinden we zelf het pad: een lange trap naar boven en dan zijn we al bij de ingang van de tempel. Het is er druk met groepen bushenro’s die af en aan worden gevoerd. Heel veel zwaaien. Bij de hondo, de hoofdtempel, worden we uitgenodigd binnen te komen. Schoenen uit. Achter de ruimte waar de dienst wordt gehouden, is vandaag(!) voor het eerst in 50 jaar een zware metalen kluisdeur opengezet, een beeld van de dainichi nyorai, de godheid die hier wordt vereerd, en van Kannon, de boddhisatva van barmhartigheid, onthullend.
Na de rituelen eten we op een bankje de heerlijke onigiri op. Het is dan al half 2.

Om half 3 nemen we een paadje dat om de berghelling heen voert en dalen dan af naar een meer stedelijke omgeving. De drukkende hitte is erg afmattend en ons (=mijn) looptempo daalt dramatisch. Ik krijg bovendien steeds meer last van heupen en knieën. Bij Marunaka, een groot warenhuis, rusten we rond 4 uur kort op een bankje bij de ingang, tussen de rokers en de bejaarden, en nemen een ijsje. Nog 6-7 km te gaan. Na de Marunaka loopt de route weer vlak aan zee, naar het oosten. Dankzij wat paracetamol, maar vooral door de langzaam dalende temperatuur loop ik na onze pauze een stuk sneller. Maar nu zakt Mels in. Suikertekort. Met wat suikerklontjes en even rusten op een bankje vlak achter het strand kan Mels weer verder. Bij wat strandtentjes belt Mels naar de minshuku dat we wat later zullen aankomen, terwijl ik me ondertussen onderhoud met de plaatselijke bevolking, waarvan er 3 mannen een biertje zitten te drinken op een terrasje. Er is hen veel aan gelegen ons de juiste weg te wijzen. En de grootste van hen – in de lengte zowel als in de breedte – komt ons even later met de auto achterna om ons nog eens wat aanwijzingen te geven. Tot onze verrassing komt hij even later nóg eens aanrijden, nu vanuit een zijstraatje en op een brommertje. En hij heeft gelijk: We moeten precies op het juiste moment zien in te haken op een fietspad dat hier vele kilometers langs de kust loopt en dat voor ons de enige mogelijkheid is om via 2 tunneltjes de volgende inham te bereiken waar onze overnachtingsplaats zich bevindt.
Het is al bijna 6 uur als we zeer hartelijk worden binnengehaald bij de minshuku, waar we nu al weer voor de 4e x slapen. Onze hoekkamer kijkt direct uit op het kleine haventje met vissersbootjes en lichtbaken. Van de kapen in de grijze verte is bijna niets te onderscheiden, maar de dramatische luchten erboven zijn erg mooi. Ver weg zien we enkele malen een bui vallen. Dan is er alleen nog maar duisternis, met 2 gaten: het vuurtorentje op het linker havenhoofd en de lantaarnpaal op de rechter pier. En het zachte geluid van de golven.

Geplande afstand: 26,0 km, totale stijging 50 m, totale daling 50 m
Werkelijke afstand: 27,8 km, totale stijging 753 m, totale daling 796 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1080,5 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.40 – ca. 17.50 uur
Looptijd: 5.47 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: tempel 29, 28
Blaren: 0
Overnachting: minshuku Sumiyoshi-so in Konan City, hoogte ca. 8 m (kamer 7 lange tatamistrips groot, tafeltje, 2 lage stoeltjes, tv, uitzicht op haventje en zee, avondeten prima, ontbijt goed)20140427-130012.jpg20140427-130029.jpg20140427-130054.jpg20140427-130116.jpg20140427-130135.jpg

20140427-130646.jpg

20140427-130803.jpg

20140427-130837.jpg

Dag 59: zondag 20 april 2014: De messen slijpen

Door het open raam zijn de hele nacht zeehonden en/of zeeleeuwen te horen. ’s Ochtends om kwart voor 6 zie ik de 1e wandelaars op het strand. Vissersbootjes trekken de zee op. Een groot cruiseschip wordt binnengeleid door sleepbootjes. Langzaam verstomt het geblaf en gebrul.
Het is een grijze dag. En het regent lichtjes. We hebben een druk programma – 22 km en 3 tempelbezoeken – en tussendoor willen we ook nog even de zondagmarkt in Kochi bezoeken.

Vanaf het hotel dalen we via een steil naar beneden zigzaggende weg af en nemen dan de grote brug over de diepe inham van de zee. Voor een vroege zondagochtend vind ik het best druk, maar gelukkig is er heel wat minder verkeer – en vooral minder vrachtverkeer – dan gedurende de drukke doordeweekse avondspits waarin we tijdens de 2 voorgaande tochten deze brug moesten passeren. Het uiterst smalle, hoge stoepje op de brug is nu heel wat minder akelig. Na de brug volgen we enkele kilometers de weg langs de kustlijn naar het oosten. In de langgerekte laagvlakte volgen kassen, loodsen en ook heel veel – grote en kleine – begraafplaatsen elkaar op.
Na 6 km is er het heuveltje met tempel 32. Voor de korte klim nemen we het bergpaadje, ook al is het steeds harder gaan regenen. Het pad is sterk verbeterd doordat de 1e 50-100 m is vervangen door een betonnen pad. Bij de tempel blijkt het druk te zijn. Er zijn net enkele bussen met henro’s aangekomen. Vanaf het hoge tempelterrein is er – ondanks de heiigheid – een weids uitzicht over de laagvlakte, met in de verte, op een heuveltje aan de andere oever van de grote inham – het hotel waar we de afgelopen nacht sliepen. Ik probeer in de regen wat foto’s te maken van het uitzicht en later ook van een beeld van de vuurgod, Fudomyo, die staat voor (natuurlijke!) rotsen die de vorm hebben van vlammen. Een vrouw komt vanaf de parkeerplaats opnieuw naar boven rennen om me een plastic tasje te brengen met 2 flesjes groene thee, chocoladekoekjes en zoutjes.

Naar de volgende tempel is het 6,5 km. Voor de zekerheid dalen we af via het weggetje. Om een meer komen we bij een klein huchtje, dan is er een lange laagvlakte waar we een leuk cafeetje vinden. Met – voor mij – geroosterd brood met kaas. We blijven er kort, want de tijd begint wat te dringen. Bij ons vertrek blijkt het niet meer te regenen. In hoog tempo lopen we door de laagvlakte, steeds verder naar het noorden, waar de volgende tempel ligt. Ik voel me energieker dan de afgelopen maanden tijdens deze pelgrimstocht. De korte vakantie tussendoor heeft me goed gedaan. En gelukkig voelt Mels zich ook minder moe dan gisteren.
Na een stille, smalle weg is er een lang kanaal, waarna we aan de volgende heuvel met de volgende tempel komen. Ik herinner me een hachelijk bergpaadje, dat met regen nóg hachelijker zal zijn. Daarom nemen we de weg naar boven. Ik leg hem in hoog tempo af, stomend in mijn regenkleding. Mels vraagt zich af wat er in dat broodje kaas zat… Maar het was niet de kaas die me zo voortdreef… Het was mijn boosheid: Langs het kanaal kaartte Mels de situatie bij KLEI aan. We zijn allebei bang dat het amateuristische bestuur een goedlopend tijdschrift de das om zal doen. Dát maakt me boos. En het feit dat ik me voortdurend afzijdig probeer te houden sinds ik mijn voorzitterschap heb neergelegd, maar dat het elke keer als er weer e-mailverkeer langskomt, toch weer een topic wordt waarover we praten en piekeren. En dat op die manier een veel grotere rol inneemt tijdens onze pelgrimstocht dan ik zou willen…

Het is maar goed dat je telkens verder moet… tijdens een pelgrimstocht. Anders zou ik op sommige plaatsen blijven… Tempel 31 is zo’n plaats… Na een brede trap is er de poort. En na de poort voert een breed, geplaveid pad door een droomlandschap van Japanse esdoorns, net frisgroen in het blad, op een bodem begroeid met talloze soorten mossen, in evenveel groene en grijsgroene tinten. Met verspreid wat beelden en lantaarns. Nog een brede trap verder is er het tempelterrein. Grote billboards kondigen alle activiteiten aan gedurende het jubileumjaar: onder meer beelden die voor het eerst in 50 jaar worden getoond. Vanaf 25 april tot 25 mei. Tegen extra betaling…
De tijd begint nog meer te dringen. Voor de tempel staan taxi’s te wachten die ons naar de zondagmarkt zouden kunnen brengen. Maar ik wil ook nog naar de botanische tuin. De henro michi loopt er dwars door; we zijn er al 3x doorheen gelopen en hebben zelfs de tropische kassen bezocht. Maar dat is geen reden niet nóg een keer te gaan. Het is voorjaar! Mels begint echter steeds vaker te roepen dat we het op deze manier niet meer zullen gaan halen…
We leggen bij de kassa uit dat we in omgekeerde richting lopen; als henro mogen we gratis naar binnen. De tuin is een groot feest. Vooral de rododendrons bloeien in allerlei kleuren en vormen. Zelfs met kamperfoelie-achtige bloemen. En er is massaal Iris japonica, de kleine witgele irisjes. En vele andere, zowel bekende als volslagen onbekende bloemen. In de verte, in een vallei naar een andere heuvel toe, is weer de uitgestrekte broedkolonie van witte en blauwe reigers, hoog in de bomen. Telkens weer blijf ik dralen. Ik kijk mijn ogen uit.
Na de tuin volgt een hachelijk paadje naar beneden aan de andere zijde van de heuvel. Langzaam schuifel ik naar beneden. Ondertussen worden we allebei ruimhartig te grazen genomen door de muggen. Na wat ultrasmalle straatjes, steken we weer een rivier over en komen dan in het stedelijk gebied van Kochi, de grootste stad aan de zuidkust. De zondagmarkt ligt niet langs onze route: De route loopt nu naar het noorden, naar de volgende tempel en naar onze overnachtingsplaats; de markt ligt echter – vanaf dit punt gerekend – pal naar het westen. Daarom willen we een taxi of treintje nemen naar het westen. En dan later vanaf de markt naar onze overnachtingsplaats lopen: ‘De route komt niet tekort…’, benadrukt Mels, bedoelend dat we niet minder kilometers zullen lopen met deze actie… Mels uit echter steeds meer twijfels over de knellende tijd. Er staat een treintje te wachten. ‘Nu beslissen!’, zeg ik tegen Mels. Die laat het aan mij over. Ik duw hem naar binnen…

In de drukke winkelstraat staan rijtjes meisjes in matrozenpakjes: ‘English student’ staat er op een band rond hun bovenarm. We vragen naar de zondagmarkt en worden prompt met een omweg naar het verste uiteinde ervan gewezen, maar we vinden het evengoed. Winkelstraat en markt zijn vergeven van de langneuzen, aan het accent te horen allemaal Amerikanen. ‘Ze hebben een blik opengetrokken’, zegt Mels. Of een cruiseschip… Tussen alle groente en vis vinden we ook ijzeren messen, ons aanbevolen door Dolf en bekend in heel Japan. We kopen er meteen 3 en weten zelfs af te dingen (ook al een tip van Dolf!) Helaas zien we een paar 100 meter verder dezelfde messen voor een derde van de prijs… So much for onze onderhandelingstechniek…
Het is inmiddels ver na 3 uur. Nu begint Mels pas echt gestresst te raken. ‘Er is geen kans dat we het nu nog halen!’, zegt hij keer op keer. We zijn allebei moe. Met uitzondering van de korte pauze in het cafeetje en de rit in het treintje, zijn we al 7,5 uur in de benen en dat wreekt zich. Vanaf de markt werken we ons langs brede wegen naar het noordnoordoosten, door ongezellige buurten vol grote gebouwen. We lopen een paar keer mis, maar we weten steeds weer in de goede richting te komen. En tegen alle (=Mels’) verwachtingen in, weten we om 16.40 uur bij tempel 30 binnen te lopen. ‘Eigenlijk zijn we helemaal niet laat…’, weet ik wat al te gevat nog op te merken. Vanaf de tempel is het minder dan een kilometer naar onze overnachtingsplaats. Maar we hebben allebei wel zere voeten en knieën, en we zijn ook allebei verschrikkelijk moe.

We komen er voor de zoveelste keer, maar de minshuku blijkt in andere handen te zijn overgegaan: de neef van de vroegere eigenaar runt het nu. Zijn tante is er nog wel, maar behoorlijk doof. Ze herkent ons niet. Veel is er niet veranderd aan het interieur: De poster van de Keukenhof hangt er nog steeds; alleen de volière in de hal is verdwenen. Helaas blijkt onze reservering niet bekend te zijn. Maar we mogen blijven. We krijgen weer een appartement wat verderop in de straat, deze keer voor ons alleen. Op het moment dat we het appartement binnenstappen, begint het te gieten.

Geplande afstand: 22,1 km, totale stijging 250 m, totale daling 250 m
Werkelijke afstand: 25,6 km (met verlegging route…), totale stijging 779 m, totale daling 758 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1052,7 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.51 – ca. 17.10 uur
Looptijd: 5.09 uur
Gemiddelde snelheid: 5,0 km/u
Bezochte tempels: tempel 32, 31, 30
Blaren: 0
Overnachting: minshuku Rainbow Hokusai in Kochi-Ikku, hoogte ca. 37 m (appartement: 2 kamers elk 6 tatami groot, kastenwand, keuken met koelkast, tv, zithoek en bureau, wc, badkamer, wasmeubel, wc, wasmachine, balkon, uitzicht op heuvels met stedelijke bebouwing, avondeten matig, westers ontbijt prima)

20140427-125425.jpg

20140427-125438.jpg

20140427-125457.jpg

20140427-125550.jpg

Dag 58: zaterdag 19 april 2014: Het gyaku uchi-effect

In de bedompte hotelkamer is de lucht om te snijden en vol zachtjes cirkelzagende muggen. Ergens tussen 3 en 4 raakt mijn iPhone leeg. De rest van de nacht breng ik starend naar het plafond door. We krijgen een uitgebreid westers ontbijt om 7 uur. Blijkbaar herinnert mama-san zich hoe ze ons enkele jaren geleden probeerde bij te brengen hoe je een rauw ei door de rijst hoort te klutsen. Of misschien heeft ze inmiddels de ervaring dat buitenlanders een westers ontbijt op prijs stellen. Telkens komt ze met nieuwe lekkere hapjes aan zetten. Het afscheid is hartelijk als we tegen half 9 vertrekken. Buiten is het weliswaar heiig, maar de zon is duidelijk aanwezig: het is warm.
We komen een Duitse vrouw tegen, die er wat ongelukkig uit ziet. Ze is sinds januari onderweg, een half jaar reizend door allerlei landen. De henro michi wil ze in 44 dagen doen. Maar ze heeft van het begin af aan het gevoel dat ze aan het rennen is en ook telkens aan het regelen: overnachting, ontbijt etc. Wij adviseren haar af en toe de bus of trein te nemen, dan kun je meer tijd vrij maken voor andere dingen, als je tijd zo beperkt is. Ze is sowieso aan het twijfelen of ze door zal gaan met de tocht: teveel asfalt, teveel door stedelijk gebied en bovendien last van schoenen, rugzak en darmen. En het alleen-zijn. We bevelen haar Santorini aan en een looptocht over het schiereiland. We merken steeds opnieuw bij buitenlanders dat ze het schiereiland vermijden, omdat in het Engelstalige routeboekje staat dat er niets te eten en te drinken is. Maar er zijn onderweg 3 vending machines en de looptocht over het schiereiland is maar zo’n 12 km vanaf Santorini. Zonde, want het is verreweg 1 van de mooiste tochten tijdens de henro michi.
Eenmaal de stad uit nemen we grote en later ook kleinere wegen naar het oosten. Onderweg is er een piepkleine shinto-tempel, gebouwd rond enkele sugi’s, met 10-tallen houten poorten, vele 100-den (keramische) kikkers en ook een groot aantal (levende) katten. Een vrouw komt ze net voeren.
Een henro klimt net op een dijkje langs de rivier. Hij heft zijn handen vertwijfeld op als hij ons ziet. Hij is duidelijk de weg kwijt. We roepen naar hem dat we in omgekeerde richting lopen en dat hij zich daardoor niet in de war moet laten brengen. Of lopen over het dijkje ook goed is? We schreeuwen ‘ja’. Dankbaar gaat hij verder: Gambatte! Wat verder zit een henro in donkere kleding op een bankje bij een vending machine. Mels gaat erbij zitten om een praatje te maken, maar er komt niet veel meer uit dan dat hij in de Ekō In tempel op Kōya-san werkt, waar wij 2 jaar geleden ook hebben geslapen. Ik neem ondertussen de tijd om wat aan mijn dagboek te werken, want dat is er wat bij in geschoten de laatste week.

De vele sawa’s in de laagvlakte weerspiegelen de omringende bergen, vol lichtgroene, zachtwuivende bamboebossen. Een dromerig landschap. Veel rijst is al aangeplant; in de overige velden wordt druk gewerkt. We passeren de lange, lage brug die we gisteren heel in de verte zagen vanaf tempel 35. Na 6 km vinden we onverwacht een stijlvol ingericht restaurant met koffie en een heel hartelijke gastvrouw. Bij het afscheid krijgen we een reusachtige buntan mee. En even later komt ze ook met 2 keramische hina-beeldjes aanzetten: rechts met een roze jasje, links met een geelbrons jasje. Kort daarna komen we al aan hij tempel 34. Het leuke restaurantje ernaast was ook 2 jaar geleden al gesloten, blijkbaar definitief. Daarom kopen we wat koekjes in het winkeltje bij de ingang van de tempel en gaan zitten in een rustruimte aan de andere kant van de weg. Ik eet niet veel; mijn darmen zijn weer eens behoorlijk overstuur. Mels valt prompt in slaap; ik bijna.
Tussen de vele loophenro’s die we vandaag tegenkomen, is er opeens de vrolijke Taz, een jonge Engelse vrouw met Pakistaanse achtergrond, modeontwerpster en wonend in Parijs. Een Japanner waarmee ze samenwerkt, had haar verteld over zijn droom eens de henro michi te lopen. Het deed haar besluiten over het Aziatische vasteland naar Japan te reizen. Maar na Georgië en Armenië lukte het niet Iran binnen te komen. Daarom wil ze het nu vanaf de andere kant proberen, beginnend in Japan. Maar eerst loopt ze de henro michi. Ze verhaalt over de vele hulp die ze onderweg aangeboden heeft gekregen, haar zwak voor kimono’s en de vele slangen die ze tegen is gekomen. We brengen een heel gezellig half uur door en wisselen e-mailadressen uit.

Ook al loopt Mels een stuk sneller dan gisteren, alle gesprekjes kosten tijd en Mels begint op zijn horloge te kijken. Het gyaku uchi-effect: als je tegen de stroom in loopt, moet je extra tijd inplannen voor alle gesprekjes met tegenhenro’s… Gelukkig hebben we vandaag een vrij makkelijk dagprogramma.
Na een vlakte vol tomatenkassen, lopen we door een nauwe vallei langs een door bomen overschaduwde rivier en staan een tijdje te kijken naar 2 schildpadden, een grote en een kleine roodwang. Het lijkt alsof de kleine zit te bedelen bij de grote; ik wist niet dat schildpadden broedzorg kenden, laat staan voor hun jongen zorgen. Een kilometer verder, meer in stedelijk gebied, staat in de inmiddels volledig in het beton gegoten rivier een man in rubberpak schelpjes te zoeken in het vervuilde water.
Even voor 3 uur, vlak voor tempel 33, is er een mooi, modern café waar we even aanleggen. Mels valt opnieuw in slaap. Hij is moe; bovendien zijn ook zijn darmen inmiddels van streek.
Na de tempel is het nog 4 km naar ons hotel. Eerst nemen we de brug over de rivier die parallel loopt met de weg waaraan de tempel ligt. Dan volgen we de andere oever, door het havengebied, en een tijdlang achter een metershoge kademuur, naar waar de rivier in een diepe inham van de zee uitmondt. Het is er stil. Aan het eind van een lange pier staan 2 mensen te vissen. Via een trap bereiken we de enorme brug over de grote inham naar het tegenoverliggende vasteland, waar we morgen over zullen lopen. Een andere trap brengt ons naar een geplaveid pad dat wat op en neer loopt door een mooi park en langs bamboebossen, tot we de top van de heuvel bereiken waar ons hotel zich bevindt. We slapen er voor de 3e x; het eten is er zo fantastisch dat we het altijd een kleine omweg waard vinden. Jammer genoeg voelen we ons allebei beroerd. Het diner stellen we uit tot half 7. Mels ploft doodmoe in een stoeltje op de veranda. In de verte is Santorini te zien, het hotel waar we 2 dagen geleden logeerden. Dichtbij, naar het oosten, is de grote inham die diep in het land snijdt. Een schip vaart uit. In de diepte is het strand aan de voet van de heuvel waarop het hotel staat. Het is er druk met wandelaars. De dag valt stil, zoals Gerard van Maasakkers zo mooi zingt. Het zilvergrijze niets vervaagt tot een donker niets. Een zwarte leegte met hier en daar een lichtje. Het eten is goddelijk. Nou nog binnenhouden…

Geplande afstand: 18,8 km, totale stijging 50 m, totale daling 0 m
Werkelijke afstand: 17,7 km, totale stijging 352 m, totale daling 341 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1027,1 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.21 – ca. 17.10 uur
Looptijd: 3.35 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: tempel 34, 33
Blaren: 0
Overnachting: hotel Kokumin Shukusha Katsurahama-So in Kochi, hoogte ca. 49 m (kamer 10 tatami groot, tokonoma/kastenwand, kluis, tafeltje, tv, veranda met tafeltje/2 fauteuiltjes, hal met koelkast, wasmeubel, wc, wifi in lounge/eetzaal, avondeten prima, ontbijt prima)

20140427-074730.jpg

20140427-074741.jpg

20140427-074755.jpg

20140427-074816.jpg

20140427-074832.jpg

Dag 57: vrijdag 18 april 2014: De gaijin-vloed

Om 5 uur gaat er op de kamer naast ons keihard een tv aan. De kamerbewoners zijn 3 bejaarde vrouwen en een man, die gisteren al bijzonder lawaaierig waren en ook nu al schreeuwend boven de tv proberen uit te komen. Om half 7 vertrekken ze, maar dan is het voor ons ook al lang tijd om op te staan…
Het is moeilijk afscheid nemen van deze mooie lokatie. We drinken nog een keer koffie met Koji-san. Het heeft de hele nacht flink geregend. Zee en hemel lopen naadloos in elkaar over, in eenzelfde zilvergrijs. De verre kapen zijn verdwenen. Beneden in de valleien drijven wolkenflarden voorbij. Af en toe is ook het hotel volledig in een grijze wolk gehuld en hoost het weer. Maar als we vertrekken om even na half 9 is het net droog geworden en breekt de zon door. Het is meteen warm. We nemen een binnendoorpaadje naar tempel 36 onderaan de berg. Van het begin af aan ervaar ik een grote helderheid in mijn zicht. Erg mooi, maar ook wat lastig om te lopen. Het paadje wordt weinig gebruikt en was dan ook altijd wat vervallen, maar het begin van het pad blijkt te zijn verbeterd. Er zitten echter nog wat hachelijke gedeelten in en na de regen is het hier en daar erg glad. Vooral bergafwaarts valt het helemaal niet mee. Ik ga onderuit: mijn rug komt op een uitstekende steen terecht en ik haal mijn hand open aan wat losse steentjes. Maar de schade lijkt mee te vallen. We missen een afslag en komen zo per ongeluk onderaan de berg terecht. We moeten daardoor de vele trappen naar de tempel weer omhoog klimmen. Halverwege is er een mooi lang watervalletje, vallend op een mooie grote steen. En een vijvertje met een knorrende kikker.
Bij het stempelkantoor zit een jonge langneus, wat in zichzelf gekeerd. Ik spreek hem aan. Hij blijkt uit Philadelphia te komen en doet de pelgrimstocht uit sportieve overwegingen. Zijn zus heeft zich voor een paar dagen bij hem gevoegd. Hij vindt de tocht een mooie manier om een land te leren kennen. Dat beaam ik. Ook om de mensen te ontmoeten, voeg ik toe. ‘Yes, you just can’t avoid them, can you’, zegt hij. Jammer, denk ik. Het contact met mensen is voor mij juist het belangrijkste. Alleen al oogcontact of een zwaai maakt de dag vrolijker. En de talloze gesprekjes die we onderweg hebben, maken de tocht tot een rijke ervaring. Een van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb tijdens de pelgrimstochten op Shikoku is (ook) onderweg voortdurend open te staan voor contact, initiatief te nemen tot zwaaien of dagzeggen of misschien zelfs de opening te zoeken tot een gesprekje. Vriendelijkheid is besmettelijk.

Vanaf de tempel nemen we de kustweg en dan de brug naar het vasteland. In een uiterst sjofel café nemen we een koffie. Mels begint zenuwachtig te worden: Het is al half 11 en we hebben pas 4 km gedaan. En we hebben nog veel te doen: Naar het volgende hotel is het in totaal slechts 10 km, maar vanaf het volgende hotel moeten we vandaag ook nog op en neer naar tempel 35, 2×4 km met een klim van zo’n 150 m. Kort na het café kunnen we kiezen tussen een lange tunnel met stoep of een pasje van zo’n 200 m hoogte. Mels stelt voor de tunnel te nemen, niet alleen vanwege de tijdsdruk, maar ook omdat het na de regen glad zal zijn, en omdat hij vandaag erg moeilijk ‘op gang komt’ na een paar dagen niet-lopen.
Na de tunnel proberen we een lunchrestaurant te vinden, maar helaas… Dus lopen we door. Tussen de vele tegenhenro’s zitten er alweer 2 langneuzen: een Oostenrijker en een Amerikaan. Ze proberen telkens een gratis slaapplaats te vinden en hebben het erg naar hun zin op de henro michi.
Pas vlak voor het hotel – om half 2 – is er een bakkerij met brood, spaghetti en cappuccino. Ik laat in het hotel mijn rugzak achter en we lopen meteen door naar de volgende tempel. Eerst door de straatjes van Tosa City, dan verder de laagvlakte door. Op de vele sawa’s zijn boeren druk bezig met het planten van jonge rijstplantjes. Daarna is er een steil weggetje de berg op. We lopen er weer 2 langneuzen tegen het lijf: een Fin en een Italiaan uit Venetië, werkzaam in Bulgarije. Ze vertellen dat het lopen hen wat tegenvalt: veel en nogal steile bergen. Ze hebben gehoord dat de Camino een stuk makkelijker is. Dat kunnen we volmondig beamen.
Het weggetje en het pad erna lopen door mooie bossen: gemengd bos vol hardroze azalea’s en bekorstmoste beeldjes, en feeërieke bamboebossen vol jonge scheuten. Binnen anderhalf uur zijn we al bij de tempel, vanwaar een schitterend uitzicht is over de laagvlakte: de glinsterende sawa’s, de stad, een lange, lage brug over de Niyodo rivier, en de beboste bergruggen op de achtergrond. We speculeren over de route van vandaag, de ligging van het hotel en over de route van morgen, maar we komen er niet helemaal uit: het is allemaal te klein… te ver weg… Bij het stempelkantoor staat een schitterende blauwe regen in volle bloei te pronken: Fujinohana, Fuji-bloem.

Eenmaal terug in de stad, kijken we alvast wat rond naar eetgelegenheden, want er zit geen eten inbegrepen bij het hotel. Bij een bazaar – Dragon – worden we binnen geroepen. We krijgen er 2 blikjes konatsu (kleinezomers), lekker fris sap van gele citrusvruchten. En groene thee. En een papieren hoesje voor eetstokjes in de vorm van koinobori (de windtunnels in de vorm van koivissen). Het voltallige personeel buigt voor ons als we vertrekken.
In het hotel slapen we alweer voor de 4e x. Voor de mama-san van het hotel hebben wij een cadeautje: een mooi sjaaltje. We willen haar bedanken voor de cadeaus die ze ons eerder al gaf. Ze komt met een kalender met Hollandse tegels aanzetten. Ik was totaal vergeten dat ik die ook al had gestuurd. Maakt niet uit.
In het hotel lopen we Janni tegen het lijf, een henro uit Finland. Hij is met vrouw en 3 zoons van 8, 10 en 13 jaar oud in 2 maanden tijd de henro michi aan het lopen. Valt niet altijd mee met 3 erg energieke en altijd hongerige jongens. Vandaag hebben ze hun 1e ruzie gehad… De oplettende baliemedewerkster wijst hem erop dat hij binnensloffen aan heeft, terwijl buitensloffen gewenst zijn in de lounge. Mama-san komt met koffie en lekkers. En als de zoons bij het gesprek komen, met cola en nog meer lekkers. Mels geeft wat tips over de route. Janni haalt Susanne, zijn vrouw, erbij. De baliemedewerkster rapporteert dat het hele gezin binnensloffen draagt, maar mama-san wuift het gemakshalve maar weg. Er komt groene thee bij. En grote flessen cola en nog meer lekkers. We bevelen Santorini aan, het hotel waar we net vandaan komen. Het gezin is altijd op zoek naar gratis slaapplaatsen of in ieder geval met korting, want je betaalt een overnachting hier meestal per persoon en dat is met 3 kinderen wel erg duur… Santorini heeft een dormitory, een slaapzaal met forse korting. Mama-san en Mels regelen per telefoon meteen een overnachting.
Inmiddels is het weer gaan regenen en Mels en ik beslissen daarom maar in het restaurantje onder het hotel te gaan eten en niet verder te zoeken. Als we even na 8 uur terugkomen in het hotel, staat mama-san te wachten met heerlijk zoete aardbeien. Om half 9 worden we weggestuurd uit de lounge/ontbijtzaal: bedtijd! Jammer van de wifi: die is alleen daar te ontvangen…

We hebben vandaag in 1 dag meer langneus-henro’s ontmoet dan gedurende alle 3 vorige tochten samen!

Geplande afstand: 18,3 km (via tunnel), totale stijging 200 m, totale daling 330 m
Werkelijke afstand: 19,1 km (via tunnel), totale stijging 542 m, totale daling 677 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1009,4 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.42 – ca. 16.30 uur
Looptijd: 4.21 uur
Gemiddelde snelheid: 4,4 km/u
Bezochte tempels: tempel 36, 35
Blaren: 0
Overnachting: business inn Tosa in Tosa City, hoogte ca. 8 m (kamer met 2x 1p bed, bureau/stoel, tafeltje/2 fauteuiltjes, tv, koelkast, wasmeubel, badkamer/wc, wifi in lounge/eetzaal, geen avondeten, westers ontbijt prima)

20140427-073543.jpg

20140427-073602.jpg

20140427-073614.jpg

20140427-073631.jpg

20140427-073642.jpg

20140427-073711.jpg

20140427-073727.jpg

20140427-073746.jpg

Dag 56: donderdag 17 april 2014: Semflex

Door het raam dient de dag zich zonnig en warm aan. Geen druk aan- en afvliegende zwaluwen meer. Het nest oogt verlaten. Gisteren was er ruzie tussen het zwaluwpaar en een spreeuw, vertelt Fumika…
Dolf brengt ons naar Kochi, waar we een afspraak hebben met Joel Joost, een Belgische professor aan de University of Kochi. Hij geeft les in Japanse cultuur en geschiedenis en heeft ons gevraagd of we mee wilden werken aan een ontmoeting met enkele studenten. We arriveren vroeg en slenteren nog wat over het donderdagse groentemarktje vlakbij de universiteit. We lunchen met zijn 4-en in een klein restaurant met een fraaie tuin, voor we met de 2 studentes naar een koffiehuis togen voor de ontmoeting. De taalkloof zorgt regelmatig voor misverstanden. En hilariteit. Dolf stelt kritische vragen over het kawai (cute) gedrag en uiterlijk van veel volwassen vrouwen: alles moet lief en leuk zijn; zo onecht. Maar die vraag komt niet over. Joel noemt de neiging in Japan tot semantische flexibiliteit: de betekenis van bijv. regels een beetje uitrekken naar de ene of de andere kant; de rekbaarheid van de waarheid.

Naderhand lopen we met Joel nog even naar een shinto tempel en de ernaast gelegen boeddhistische tempel, aan de voet van de heuvel waar het kasteel van Kochi zich op bevindt. Deze boeddhistische tempel was een tijdlang 1 van de 88 tempels van de henro michi: tempel 30. Na de scheiding tussen shinto en boeddhisme in 1867 raakte de oorspronkelijke nr. 30 in onbruik. In 1929 werd deze tempel echter herbouwd en toen waren er 2 nummers 30. Na lange discussies kreeg de vroegere nr. 30 in 1944 zijn oorspronkelijke status terug. Als troostprijs kreeg de onttitelde tempel de status van ‘inner sanctum’. Ik vraag er een stempel en krijg deze met veel enthousiasme (maar niet al te mooi) erbij gezet in mijn stempelboek.
Dolf brengt ons weer naar Santorini, waar we om 7 uur opnieuw worden opgehaald voor een laatste gezamenlijk etentje. Het restaurant wordt gerund door 50 vrouwen uit de buurt, vertellen Dolf en Fumika. Wij nemen een aparte cabine, waar Fumika op de tafelbrander schelpen, vlees en groente voor ons bakt. En er zijn katsuo tataki, sashimi, yakisoba en ramen. Een heerlijke afsluiting van een paar fantastistische dagen!

Vrije dag
Bezochte tempels: vroegere tempel 30
Overnachting: hotel Kokumin Shukusha Tosa (Santorini) in Tosa City, hoogte ca. 132 m (kamer 6 tatami groot, tafeltje, tv, halletje/kastenwand, veranda met tafeltje/stoeltjes en wasmeubel, wifi via kabeltje, avondeten prima, ontbijt redelijk)

20140426-200943.jpg

20140426-201015.jpg

Dag 55: woensdag 16 april 2014: Zabuton!

Uitslapen. Koffers uit- en inpakken. Schiften. Weggooien… Af en toe kijk ik even naar buiten, naar het mooie landschap: een vallei vol sawa’s en wat huizen, omgeven door beboste heuvels; in de verte een treintje. Boven het raam naast de wasbak bevindt zich een zwaluwennest en de ouders vliegen af en aan om hun jongen te voeden. Een rustig ochtendje, met koffie op het terras, kranten lezen, kletsen. Het is bewolkt en lekker koel. We komen helemaal bij. Heerlijk, zo een paar dagen (bijna) nietsdoen. En Dolf en Fumika zijn een rijke bron van informatie, over de Japanse cultuur, politiek, geschiedenis, mentaliteit. Noem maar op.
’s Middags zijn we met zijn allen uitgenodigd bij Hachiro en Eko, een bevriend echtpaar dat zo’n 20 jaar een restaurant in Perth, Australië, heeft gehad en zo’n 10 jaar geleden een huis heeft gekocht op het schiereiland waar wij 2 dagen geleden nog liepen. Met een fantastisch uitzicht. Ik kan haast niet geloven dat ik hier terug ben! Het is heiig en de kapen strekken zich in allerlei grijstinten achter elkaar uit. Hachiro en Eko bezitten de hele (zeer steile!) berghelling onder hun huis tot aan de zee, incl. een klein strandje en een klein eilandje vlak voor de kust. Het echtpaar verwent ons met pizza’s uit de zelfgebouwde houtoven in de tuin. Heerlijke biefstuk met knoflook. Een goed gevulde bouillabaisse. En ijs toe in de woonkamer. Eko is een lachebekje en regelmatig liggen we zowat onder tafel van het lachen. ‘Zabuton!’, gillen we, als er weer een grap binnenkomt, analoog aan een Japans tv-programma waarbij er kussens (zabutons) te verdienen of te verliezen vallen. Maar er worden ook serieuze onderwerpen bestoken, zoals de heisa die is ontstaan rond een Koreaanse vrouw die als henro meende enkele richtingaanwijzingen in het Koreaans te moeten aanbrengen op de henro michi. Het wordt haar zeer kwalijk genomen. We horen er in de ryokans regelmatig heftig over praten. En ook de kranten staan er vol van. Er zijn wel vaker henro’s die een bijdrage leveren aan de pelgrimstocht in de vorm van stickers op palen, metalen plaatjes aan boomtakken of zelfs stenen richtingaanwijzers. Maar dat moet wel in overleg met de vrijwilligersorganisatie die de route beheert en dat heeft deze Koreaanse vrouw blijkbaar nagelaten. Maar eigenlijk zit de pijn veel dieper: oud zeer tussen Korea en Japan van lang vervlogen oorlogen. Dat de Japanse keizer kort geleden heeft geopenbaard dat hij eigenlijk van Koreaanse(!!!) afkomst is, verandert daar niets aan… En nu zijn er haatstickers tegen Koreanen gevonden in enkele rest huts op de henro michi…
Langzaam valt de avond. De kapen lossen 1 voor 1 op in het grijze niets, tot er nog 2 over zijn.

In het donker rijden we naar Sodayama yawaragi onsen in Susaki City. Met fraaie gebouwen waar een binnen- en 2 buitenbaden zijn voor mannen resp. vrouwen. Langs het buitenbad loopt een klein kabbelend beekje.
Met wijn en toast kletsen we tot middernacht in de mooie, grote keuken.

Vrije dag
Overnachting: huis Dolf en Fumika in Sakawa

20140426-200620.jpg

20140426-200642.jpg

Dag 54: dinsdag 15 april 2014: Het aardappelijsje

En dan zijn er 3 dagen vakantie. En daar zijn we allebei ook wel aan toe… Om 9 uur arriveert Dolf van Graas bij het hotel: zelfbenoemd beheerder van tempel 89. Het is Koji-san geweest die ons voorgaande jaren in contact bracht met Dolf en zijn vrouw Fumika. En ze hebben ons dit jaar uitgenodigd een paar dagen te komen logeren in hun mooie INAX huis in Sakawa. Maar voor we naar hun huis afreizen, gaan we eerst nog even met Koji-san kijken naar zijn nieuwe grotwoningen. Ze blijken van alle moderne gemakken voorzien en uiteraard alweer met hetzelfde fantastische uitzicht. We lopen ook nog even naar Koji’s boomhutten, maar behalve Mels voelt niemand zich geroepen naar boven te klimmen. Toch iets teveel van het goede… Daarna drinken we met zijn 4-en een kop koffie op het terras van Santorini. Goddelijk!

Op weg naar het huis van Dolf en Fumika gaan we langs de kliniek van dokter Nishimori, hun huisarts, voor het toedienen van mijn 4-wekelijkse infuus, maar we komen wat te laat aan, vlak voor de middagpauze. Daarom rijden we na de lunch opnieuw naar de kliniek en dan is het infuus gauw geregeld. Dolf en Fumika hebben nogal wat overtuigingskracht moeten gebruiken om hun huisarts zover te krijgen mij het infuus toe te dienen, maar nu biedt hij aan het de volgende keer weer te doen en hij kan ook het medicijn regelen. Dat is erg aardig!
Dan gaan we met Dolf naar het Japans Papiermuseum in Ino Town. Japans papier, washi, wordt o.a. gemaakt van de bast van Kozo, Gampi en Mitsumata (Edgeworthia chrysantha, papierstruik). Het hele proces wordt in het – in een fraai, modern gebouw gehuisveste -museum beschreven, er zijn demonstraties en je kunt er ook zelf aan de slag met papier maken, kalligraferen en stempelen. Zeer interessant! In de museumwinkel kopen we enkele mooie prenten op washi. De winkeldame is lang bezig met inpakken, want het moet heel overkomen.
Naast het museum gaan we in een gebakszaak een aardappelijsje eten. Smaakt net als anders. Ook het gebak is van (zoete) aardappelen gemaakt, niet van gewoon gebak te onderscheiden. Erachter zit een bedrijf dat gespecialiseerd is in aardappelproducten als dit.

Vanuit het huis in Sakawa maken we een heerlijke wandeling met Dolf, Max de retriever en Kaatje, een mixhond. Tussen de sawa’s en langs beekjes, getooid in bloesem. De avond valt. Bij de avondmaaltijd trakteren we op Asti spumante om de 1000ste kilometer te vieren. Nou ja, bijna 1000ste dan. Met een previering is ook niks mis. Daarna zijn er wijn, Jägermeister en toast met kaas. De 1e kaas en wijn sinds bijna 2 maanden. En Fumika heeft grote ‘icepack’ pleisters voor mijn pijnlijke en opgezwollen knieën. Dat helpt!

Vrije dag
Overnachting: huis Dolf en Fumika in Sakawa20140426-195507.jpg