Dag 36: vrijdag 28 maart 2014: Vliegeren!

Uchiko is in de 18e en 19e eeuw groot geworden door de productie van was en er zijn nog steeds mooie oude koopmanshuizen te vinden. We hebben er al verschillende keren een halve of hele dag doorgebracht, het kabuki-theater bezocht, evenals het wasmuseum en verschillende koopmanshuizen. Een heerlijk stadje om weer eens een vrije dag te nemen en onze stramme botten te laten rusten. We slenteren wat door de oude straatjes – het mooiste straatje zonder de gebruikelijke kluwens elektriciteits- en telefoonkabels, dus dat kan ook! – en leggen aan bij een fraai restaurant, waar we 2 jaar geleden ook al eens waren. Het blijkt inmiddels te zijn overgenomen door een gezellig Duits-Japans koppel. Sauerkraut mit bratwurst op zijn Japans. Met voor Mels een Keiler Weizen. Bij ons vertrek worden we hartelijk uitgezwaaid.
Daarna bezoeken we het vliegermuseum, een erg leuk en ook wat onoverzichtelijk museum, maar dat kan wellicht ook niet anders: de grootste vlieger is een Chinese draak die met zijn wel 100 meter lange staart enkele malen zigzagt door de grote zaal en ook door alle gangen hangt. Er zijn ook enorme vierkante vliegers. Niet uitgestald, maar wel in de lucht te zien op foto’s is een vierkante vlieger van 15×15 m die door 90 man in bedwang moet worden gehouden, kosten € 20.000 om te produceren. Of we zin hebben om te vliegeren, vraagt de vrouw bij de receptie. En zo staan we even later breedgrijnzend langs de rivier, in een zonovergoten landschap vol kersenbloesem en koolzaad. Mels maakt nog een mooie technische tekening van een Nederlandse vlieger voor de aardige receptiedame. En hij vindt waarvoor hij kwam: een vlieger voor Finn. Ook hier worden we bij ons vertrek hartelijk uitgezwaaid.

De trattoria die bij onze ryokan hoorde, blijkt alleen nog als eetzaal voor de ryokan te worden gebruikt, daarom proberen we elders een cappuccino te vinden. We ontdekken bij toeval een als museum ingerichte apothekerswoning; hadden al die jaren alleen maar de ‘etalage’ gezien. Bezoeken nóg een keer het mooie shinto tempeltje er vlakbij. En vervolgens zien we een soort winkel van sinkel: sportartikelen, theepotten en ander huishoudelijk gerei en… butsudans, Japanse altaarkastjes. Ook altijd interessant. We krijgen meteen 6 doosjes met wierook – monsters, vertelt de aardige vrouw erbij. Als we vertellen dat we de henro michi lopen, krijgen we van haar man nog eens 2 henro-sleutelhangers. En er wordt plaats voor ons gemaakt. Op een geïmproviseerd zitje krijgen we heerlijke groene thee, een mengsel van sencha en macha, met enkele plaatselijke specialiteiten erbij. Ik laat mijn stempelboeken zien, de man de zijne. En als Mels vertelt over zijn butsudan, komen er plaatjesboeken tevoorschijn, waardoor we nu eindelijk wat meer te weten komen over de afbeeldingen die op de 3 minirollen in de altaarkast staan. Bij ons afscheid krijgen we ook nog een pakje van die heerlijke groene thee mee.
We komen niet ver vandaag. Schuin ertegenover is een gezellige loungebar gevestigd met bijna-cappuccino en zenuwenjazz. We zijn net op tijd terug voor het avondeten in onze ryokan, zo’n 300 meter teruglopen in dezelfde straat. Tussen de vele goddelijke gerechtjes staat kogelvis op het menu. Dodelijk als het niet goed is toebereid. Gemakshalve gaan we er vanuit dat het vanavond nog niet onze tijd is… We eten teveel, klagen we allebei om de beurt… Maar ja, zó lekker…
Na het eten is er de drukproef van KLEI. Terwijl Mels de sterren van de hemel snurkt en een legertje krolse katten een interessant achtergrondkoortje vormt, werk ik 5 uur stug door.

Vrije dag
Overnachting: ryokan Matsunoya in Uchiko, hoogte ca. 62 m (kamer 8 tatami groot, tokonoma/kastenwand, tafeltje/2 grondstoeltjes, tv, kluis, halletje, badkamer/wc, wifi, avondeten uitstekend, ontbijt uitstekend)

20140329-085732.jpg

20140329-085747.jpg

20140329-085759.jpg

20140329-085810.jpg

20140329-085825.jpg

20140329-085850.jpg

Dag 35: donderdag 27 maart 2014: Liefde op het 2e gezicht

Naarmate de jaren verstrijken, gaan we steeds meer van dit land houden. Met al zijn eigenaardigheden. Zijn schoonheid en zijn lelijkheid. Drie kwartier na ons vertrek leggen we aan bij een michi no eki, een wegstation. We nemen er een blikje hete koffie – ook dat went steeds meer, net als het rauwe ei door de ontbijtrijst en de eeuwige groene thee – en nestelen ons aan een picknicktafel onder een houten overkapping, aan de rand van een in beton gelegde rivier vol trapsgewijze watervalletjes, omringd door witrose kersenbloesem. In het verstilde, blauwgroene waterbassin boven de met bulderend lawaai neerstortende watervalletjes bevindt zich een grintstrandje en zijn op 2 plaatsen grote rotsen in het water geplaatst. Precies op de juiste plaats. Het is van zo’n grote schoonheid, dat het me diep ontroert. Hier zijn Japanners groot in.

Niets is veranderlijker dan het weer; hoogstens het weerbericht. De bewolking trekt steeds meer weg en laat een lichtblauwe hemel met wat verdwaalde wolkjes achter. En een warme, zonovergoten wereld. Vandaag wordt 21 graden verwacht. Wij koesteren ons nog wat in de schaduw en genieten van het hier zijn. Pas 3 kwartier later trekken we verder.
We vorderen langzaam: Er is zoveel te genieten onderweg. En ook: Zoveel om foto’s van te nemen. Geelgerande bermen vol koolzaad. Hellingen vol kersenbloesem. Plaatjes van rivieren met hier en daar een kersenboom. En overal vlinders. We hebben gelukkig de tijd vandaag: Slechts 18 km te lopen, over grotere wegen en smalle parallelweggetjes, langzaam op en vooral neer, steeds door hetzelfde rivierdal, steeds min of meer naar het westen, naar Uchiko, een mooi antiek stadje waar we 2 nachten zullen blijven. Het is een fraaie tocht, net als die van de voorgaande 3 dagen, zo omringd door eindeloze bossen.
Om 12 uur lunchen we in een bushokje, met de in de michi no eki gekochte inari en maki. Al meer dan 12 km afgelegd en nog 9 km te gaan (samen 18 km???) Er passeren regelmatig tegen-henro’s en we krijgen al gauw gezelschap van een henro uit Nagano, een vroeger Olympisch dorp op Honshu. We vertellen dat we de tocht voor de 4e x doen. ‘Ah, Shikoku byo’, zegt hij begripvol. Heimwee naar Shikoku. Hij doet de tocht voor de 2e x.
Af en toe is er een gehuchtje en we passeren vele fraaie oude huizen. Na nog enkele bushokjes is er aan de rand van Uchiko een michi ko eki met terras aan de fraaie, door bamboebossen omzoomde rivier. En ijs…
Kort daarna arriveren we bij de ryokan, middenin Uchiko. We logeren er voor de 2e x en waren vergeten hoe lekker het eten is. Subliem! Als de gastvrouw merkt dat we gek zijn op umeshu, Japanse pruimenwijn, komt ze een glaasje zelfgestookte umeshu brengen. En die is nog veel lekkerder!

Geplande afstand: 18,0 km, totale stijging 0 m, totale daling 200 m
Werkelijke afstand: 22,4 km, totale stijging 729 m, totale daling 868 m
Cumulatief afgelegde afstand: 614,3 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.45 – ca. 16.45 uur
Looptijd: 4.39 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: 0
Blaren: alleen wat beurse plekken
Overnachting: ryokan Matsunoya in Uchiko, hoogte ca. 62 m (kamer 8 tatami groot, tokonoma/kastenwand, tafeltje/2 grondstoeltjes, tv, kluis, halletje, badkamer/wc, wifi, avondeten uitstekend, ontbijt uitstekend)

20140328-233147.jpg

20140328-233159.jpg

20140328-233219.jpg

20140328-233240.jpg

20140328-233302.jpg

20140328-233324.jpg

Dag 34: woensdag 26 maart 2014: I love it!!!

’s Nachts is het – eindelijk – begonnen met regenen. We slaan nog wat lunch in bij een super en nemen dan een breed pad de zwaar dampende bergen in. Asaka loopt nog een eindje met ons mee voor ze terugkeert naar huis: Ze wil nog een foto nemen van een van de richtingaanwijzers die in deze omgeving zijn neergezet door een Japanse schrijfster die ook voor buitenlanders een kalender over de henro michi heeft gemaakt. Een paar maanden voor ons vertrek kreeg ik de fraaie kalender al toegestuurd door Asaka. Ik was er ontzettend blij mee!
Pas bijna bovenaan het 1e pasje vinden we een richtingaanwijzer waarop aan de achterkant de naam van de schrijfster en gulle geefster is vermeld. ‘I love it!’, roept Asaka voor de zoveelste keer. In de stromende regen maken we foto’s. Dan nemen we afscheid. En nog eens. En nog eens…

Na het pasje is er een – eveneens goed begaanbaar – pad naar het volgende dalletje. Een klein weggetje voert ons verder door het dal tot een paadje over een volgend pasje. Op een enkel stukje na zijn de paadjes, ondanks de regen, goed begaanbaar. Om 11 uur zijn we onderaan het volgende pasje en komen in een breed rivierdal. We hebben dan al bijna 7 km afgelegd en nog zo’n 12 km te gaan zonder verdere pasjes. ‘We zitten goed op schema!’, knikt Mels goedkeurend, die houdt van orde en discipline. Aan de overkant van de rivier roept een man ons toe dat we de pas op moeten. Hij struikelt bijna over zijn teckeltje de diepe betonnen rivierbedding in. Wij proberen hem over het riviergedruis heen duidelijk te maken dat we in omgekeerde richting lopen. Kort daarna is er een vrouw met kruiwagen die zich zorgen maakt of we wel goed lopen.
Daarna volgen eindeloze wegen – steeds met een voetgangersdeel – naar het westen, zuiden en verder naar het westen, dan weer langzaam dalend, dan weer langzaam stijgend… Verkeer is er nauwelijks. In een 710 m lange tunnel blijkt de verhoogde goot spekgladde dekplaten te hebben bij regen. We schuifelen maar een beetje voort; het is de enige mogelijkheid voor voetgangers. Kort na de tunnel is er een rest hut en kunnen we eindelijk even zitten. Het is bijna 1 uur, 12,7 km gedaan, nog ca. 8 te gaan, dus tijd om even te lunchen. Buiten is de wereld grijs en nat. Zeiden we gisteravond nog tegen Asaka dat we al zo’n 30 dagen aan het lopen waren en al die tijd nauwelijks regen hadden gehad – en in feite ook nauwelijks sneeuw -, vandaag blijft het gestaag regenen en voor de komende dagen is hetzelfde weer voorspeld. Maar koud is het niet met alle regenkleding aan en nauwelijks wind. ‘Over 2 uur kunnen we in de ofuro zitten’, zegt Mels. Dat is natuurlijk een zeer aanlokkelijk vooruitzicht…

Na de tunnel zet de weg definitief de afdaling in, eerst langzaam, dan stevig slalommend naar beneden. Op de berghellingen staan tussen de donkere, massaal aanwezige Japanse ceders, groepjes lichtgroene bamboe, voorovergebogen met hun dichte, natte pruiken. Wegbermen, tuinen en soms hele hellingen staan vol met geelbloeiend koolzaad. We negeren alle afkortende paadjes, te glibberig met dit weer, en moeten daarom wat extra kilometers afleggen. Ook het paadje door de boomgaard en tuin van de zo aardige mensen waar we al eens zeer gastvrij zijn onthaald, slaan we noodgedwongen over: een bijna verticaal lopend betonnen paadje, dat we bij gortdroog weer al nauwelijks op konden kruipen, laat staan nu met regen omlaag… Omdat we langs de weg blijven lopen, ontdekken we nu voor het eerst het paadje dat we tijdens voorgaande tochten telkens hebben gemist, omdat het gastvrije koppel waarschijnlijk een omleiding via hun tuin heeft gelegd. En daarmee ontdekken we ook waarom we altijd het paadje hogerop misten en waarmee we een tunnel hadden kunnen vermijden. Goed om te weten voor de volgende keer, want de paadjes staan niet op onze kaarten.

Het gebrek aan pauzes breekt me op en ik was al zo moe van de voorgaande 2 dagtrajecten. Het tempo zakt steeds meer. Om half 4 komen we bij een rest hut aan de rand van Oda aan. We moeten kiezen. De ryokan ligt niet op de pelgrimsroute en Hide heeft geregeld dat we met de auto opgepikt kunnen worden. Daarvoor moeten we om 4 uur bellen vanuit een telefooncel in Oda. Dat is zo’n 500 m lopen. Maar we kunnen ook meteen vanaf de rest hut een andere weg inslaan en dan is het nog 1 km naar de ryokan, volgens Mels. We zijn weliswaar moe, maar het verschil in afstand is naar ons gevoel lood om oud ijzer. Dus we lopen door. We komen in een breed rivierdal – altijd weer verrassend in Japan: je weet vaak van tevoren niet in wat voor landschap je terechtkomt, rond elke bocht kan het weer veranderen. Langs de rivier en op de hellingen staan grote aantallen kersenbomen, de wereld lichtjes rose toverend. Sakura!
In minder dan een kilometer stopt er 6x een auto: of we wel goed gaan. Eén tegemoet komende auto is er zelfs speciaal voor gekeerd. Dat is de typisch Japanse zorgzaamheid. We zitten duidelijk buiten de normale pelgrimsroute…

‘Misschien had ik beter een andere ryokan uit kunnen kiezen, eentje op de route – zeker met deze regen’, zegt Mels tijdens het lopen. Maar dat nemen we volledig terug, ook al blijkt het geen 1, maar 2 km te zijn naar de ryokan: Het blijkt een zeer fraaie en nette ryokan te zijn. En we worden zeer hartelijk ontvangen. Nadat we in de hal hebben geprobeerd onszelf en alle tassen af te drogen, komen we in een fraaie kamer met uitzicht op de mooie tuin en de brede, landelijke vallei. De ofuro is luxe en het eten blijkt goddelijk!
Plotseling is er een flinke lichtflits en even denken we dat er achter ons een lamp is gesprongen. Maar dan komt de klap. Onweer! De kranen worden nog wat verder opengezet. Het hoost! Er volgen nog wat meer donderslagen, steeds iets verder weg, terwijl de ryokan-eigenaar nóg een overheerlijk gerecht komt brengen en tot slot nog 2 glaasjes zelfgemaakte sake. Oef!!! Zo lekker!!! Deze ryokan mag van ons een ster krijgen en we lopen er graag voor om.
Klein minpuntje: ‘Ik heb een probleem…’, zegt Mels als hij met de was terugkomt. Drijfnat. Geen droger, geen wasrek. Ook geen haarföhn. Het hoognodige komt op wat kapstokjes, de sokken voor de kachel tot we hem uit zetten om te gaan slapen.
Mama-san steekt nog even haar hoofd door de schuifdeuren: Of we het niet te koud hebben. Wij liggen al om half 8 op de futon: Mels meteen in slaap, ik nog wat nabloggend.

Geplande afstand: 18,5 km, totale stijging 300 m, totale daling 600 m
Werkelijke afstand: 23,3 km (geen afkortende paadjes genomen), totale stijging 761 m, totale daling 1092 m
Cumulatief afgelegde afstand: 591,9 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.12 – ca. 16.06 uur
Looptijd: ca. 4.59 uur
Gemiddelde snelheid: 4,7 km/u
Bezochte tempels: 0
Blaren: alleen wat beurse plekken
Overnachting: ryokan Muraya in Oda (Uchiko), hoogte ca. 158 m (kamer 8 tatami groot, tokonoma, tafeltje, tv, uitzicht op mooie tuin en brede, landelijke vallei met mistige bergen, avondeten uitstekend, ontbijt goed)

20140328-194502.jpg

20140328-194629.jpg

20140328-194651.jpg

20140328-194708.jpg

20140328-194722.jpg

20140328-194805.jpg

Dag 33: dinsdag 25 maart 2014: De paaseierentocht

‘We lopen uit de tijd!’ We horen het Mels verschillende keren roepen. ‘We lopen volledig uit de tijd!’ Voordat we aan ons eigenlijke dagprogramma beginnen – 19 km door de bergen, met zo’n 500 m stijging – voeren we een extra tochtje uit bij de 2 km van de onsen gelegen tempel 45: de seriwari zenjo. Tempel 45 ligt hoog tegen een van de gatenkaasrotsen aan geklemd. Om er te komen, is al een kleine klim nodig langs een steil, betonnen pad omgeven door fleurige, langwerpige vlaggen. Achter de tempel is een kleine maar brede vallei die verder omhoog voert naar de top van het rotsplateau. Een betoverend mooie, mysterieuze vallei vol reuzensugi’s, zwaarbemoste grafsteentjes en shinto heiligdommetjes. We zijn tijdens voorgaande tochten verschillende keren vanaf het plateau door deze vallei afgedaald naar de tempel, want een van de henro michi routes loopt hierlangs. We hebben dan ook meermalen de grote spleet gezien tussen enkele rotsen, waarin een grote ketting hangt en die afgesloten is door een deur met een hangslot. ‘Seriwari zenjo’, vertelde Hide ons. Met de ketting klim je zo’n 15-20 meter omhoog in de spleet, waarna je verderop verder omhoog klimt via een ladder om uiteindelijk bovenop een rots boven het tempelcomplex uit te komen, waar een klein schrijntje staat. Hide-san wilde ons graag op deze tocht begeleiden en ook Asaka wil deze klim dolgraag doen. Het is haar top priority no. 2. Mels is er niet voor en ik twijfel: Met onze breekbare botten aan zo’n ketting omhoog klimmen? En, nog erger: Weer afdalen? Dat de eigenaar van de onsen vanochtend de tocht aanraadde en erbij vermeldde dat er iemand was neergestort – dood – helpt ook niet echt…

Maar nadat we de rituelen hebben uitgevoerd bij tempel 45 en de nodige stempels hebben laten zetten, vragen we de stempeldame toch om de sleutel die toegang biedt tot de spleet. We krijgen er voor elk van ons een stapeltje osame fuda’s bij, in allerlei kleuren. We laten onze rugzakken achter en dan begint een wonderlijke tocht in een mystiek landschap. In plaats dat we direct naar de spleet gaan, moeten we in hetzelfde valleitje eerst een tocht uitvoeren langs zo’n 50 kleine beelden die de kinderen van Boeddha worden genoemd. Ze moeten een veilige klim door de spleet garanderen. Voor elk beeld staat een langwerpig mandje waar je 1 van de gekleurde briefjes in moet achterlaten. Bij elk staat ook een langwerpige vlag, een vuilnisbakje voor de ‘afgewerkte’ briefjes en een kleurig windmolentje. Eigenlijk moet je op elk briefje ook je naam, leeftijd, gezondheidstoestand, wens, etc. invullen, maar al bij het 1e bakje merk ik op dat niemand dat heeft gedaan. Gelukkig, want ik ben erg langzaam met schrijven in het Japans en deze tocht gaat ons toch al heel veel tijd kosten. De route voert steeds hoger de vallei in, langs allerlei zijpaadjes, al dan niet doodlopend. Over smalle richels in hoge rotsen. Over, tussen en langs andere enorme rotsen. Tot we bijna bovenaan bij het plateau zijn aanbeland. Mels en ik zijn ons er al die tijd pijnlijk van bewust dat we na deze tocht en het weer afdalen naar het stempelkantoor om de sleutel af te geven, opnieuw deze hele klim van zo’n 200 meter hoogte moeten maken om onze henro michi te vervolgen…

We zijn uren bezig. Het is de bedoeling dat we het juiste briefje bij het juiste beeldje leggen, d.w.z. met de juiste kleur en met de naam die correspondeert met de naam op het beeldje, want elk beeldje heeft een andere(!) naam… Na vele correct neergelegde briefjes – hoogstens dat Mels er 1-tje per ongeluk gelijk in een prullenbakje stopt… – raken we toch de draad kwijt. We lopen weer terug naar eerder gelegde briefjes om te checken of het al eerder mis ging. Checken ook nog eens bij een volgend beeldje. Of in een zijpaadje. En nog een zijpaadje… Maar feit is dat we steeds meer briefjes overhouden. De beeldjes staan blijkbaar ook niet precies allemaal op volgorde… Het valt niet mee. Mels en ik zijn ook nog best wel moe van de vorige dag en het is een hele klim over niet al te makkelijke paadjes… ‘We lopen uit de tijd!’, roept Mels regelmatig wanhopig, denkend aan de dagtocht die we nog moeten maken.
Bovenop een richel langs een grote rots – niet lang voor we bij de spleet zullen aanbelanden waar het allemaal om te doen is – zegt Mels plotseling: ‘Ik ga niet verder.’ Het richeltje loopt steil naar beneden met wat gladde gleuven, op weg naar een volgende alleenstaande rots. Niet alleen zijn hoogtevrees speelt hem parten, hij vraagt zich hevig af of dit nog wel verstandig is, of we niet de hele pelgrimstocht in gevaar brengen. Elk risico dat je neemt, kan immers gevolgen hebben voor de tocht en dus ook voor de ander. Mels gaat terug. Ik werp een blik op het paadje én op de volgende rots waar we nog tegenop moeten. Twijfel. En nog eens twijfel. En roep dan naar Asaka dat we allebei teruggaan, maar wel op haar zullen wachten. Ik vraag me af waarom ik zelf pas afhaak nadat Mels is gestopt. Omdat ik geen ‘nee’ durf te zeggen? Omdat ik geen spelbreker durf te zijn? Ik ben er niet zozeer mee bezig of we nog wel op ons tijdschema liggen. Ik ga er altijd vanuit dat dat nog wel op te lossen is. Maar ik ben moe. Te moe. Veel te moe om mezelf nog eens langs een ketting omhoog en omlaag te moeten hijsen.

Er is bovendien regen voorspeld aan het eind van de middag. En de lucht begint steeds meer te betrekken. Regen betekent problemen in de bergen. Asaka steekt haar hoofd om de rots: ‘I will follow you.’ Dit moet een moeilijke beslissing zijn voor haar. Ze had dit zó graag gewild… We keren om, dalen de berghelling weer af en leveren de sleutel in bij het stempelkantoor. Na een korte onigiri-lunch op een bankje beklimmen we om 20 over 12 opnieuw het valleitje, deze keer met bepakking. Het henro michi pad leidt directer naar boven en deze keer komen we al gauw bij de spleet. Asaka werpt enkele verlangende blikken door de getraliede deur naar de ketting in de spleet. Ik neem foto’s. We lopen verder. En op dat moment komt er een man naar beneden in de vallei, druk bezig met briefjes leggen. Het is duidelijk dat hij nu de sleutel heeft van de deur naar de spleet. ‘Ask him!’, sis ik naar Asaka. We wachten tot hij klaar is, met het leggen van briefjes, met het reciteren van de hartsoetra bij de shinto schrijn naast de spleet, met het nemen van foto’s… Met 1000 verontschuldigingen neemt Asaka afscheid van ons. Het is voor ons geen probleem, als we maar zeker weten dat ze in goede handen is. We zullen elkaar later weer zien, Mels en ik klimmen langzaam verder terwijl zij de spleet in gaat.

Kort daarna bereiken Mels en ik het plateau. Lange tijd loopt het pad langs diepe afgronden, tot we bij een splitsing komen. Rechtsaf loopt een pad naar beneden, terug naar de weg waar de onsen aan ligt, dezelfde weg waarlangs we op de heenweg naar tempel 45 zijn gekomen. Rechtdoor loopt een oud henro michi pad dat we deze keer willen nemen, een paar kilometer langer dan de andere route. We twijfelen, want het pad ziet er te vervallen uit en links loopt de helling steil naar beneden. Even zoeken we op het pad rechts of daar soms nog een ander pad op uit komt, maar dan keren we toch terug naar de splitsing en nemen het pad rechtdoor. Na 500 meter zou dat pad al op een weggetje uit moeten komen. Maar van het begin af aan levert het pad problemen op. Een 2 voeten breed richeltje, soms half overgroeid, nog vaker afbrokkelend als 1 voet te dicht bij de rand komt. En het is erg moeilijk je evenwicht te bewaren met een rugzak op je rug, balancerend boven een afgrond… We zijn de 500 meter al lang voorbij als het pad volledig blijkt weggevaagd door een kruisend beekje vol grote boomstammen. Ook naast het beekje heeft een aardverschuiving plaatsgevonden. Terwijl ik me afvraag hoe ik hier overheen moet komen, hoor ik ver achter mij Mels roepen: ‘Ik ga terug!’ Mels’ hoogtevrees wordt te vaak op de proef gesteld vandaag.
We laten een briefje achter voor Asaka om haar duidelijk te maken dat we het rechterpad hebben genomen en dalen dan af naar de weg. Tot onze verrassing vinden we haar terug middenin de afdaling. Ze is ons gepasseerd terwijl wij het oude pad aan het uitproberen waren. Ze is zó blij dat ze de spleet heeft beklommen. ‘I’m so happy!’, roept ze steeds.
‘We kunnen het nog steeds halen’, zegt Mels, op zijn horloge kijkend. Tempel 44. Ik had er niet meer aan gedacht. ‘Een half uur tot aan de tunnel, 3 kwartier over het pasje naar de tempel. Moet net kunnen voor 5 uur.’ Plotseling hebben we haast. Mels ver vooruit, Asaka steeds wachtend bij bochten en pasjes, ik achteraan zwoegend, hijgend en zwetend. Na de afdaling via allerlei paadjes is er de weg, soms met een parallelweggetje of -paadje. Dan komen we voor dé tunnel. Deze keer nemen we een pad links van de tunnel, de meest directe verbinding met de tempel, maar wel via een pasje. Ik moet steeds vaker even blijven staan. 2x zie ik Mels terug: als zijn gps is uitgevallen en ik de mijne aan moet zetten, en bovenop het pasje.

In zijn haast nog op tijd het stempelkantoor te halen, racet Mels het binnendoorweggetje voorbij en daalt helemaal af naar de hoofdpoort om vanaf daar weer omhoog te klimmen naar het eigenlijke tempelcomplex. Even heb ik de neiging de afkorting te nemen, maar ik zie Asaka trouw op mij wachten bij de hoofdpoort. Er zit niets anders op… Ik hobbel naar beneden en puf dan langzaam weer omhoog via de poort, wat moeizaam grimlachend tegen alle jonge en erg fris uitziende monnikken die net naar de hoofdpoort afdalen. Ik ben volledig op en het zweet gutst in stromen van mijn gezicht, bijtend in mijn ogen. Om 2 minuten voor 5 hijg ik het stempelkantoor binnen, enkele tellen na de andere 2. Meteen na ons gaat het kantoor op slot. Narrow escape.
Terwijl in de avondschemering een uitbundig vogelconcert losbarst, voeren wij nog de rituelen uit. Daarna dalen we weer af, langs de reuzensugi’s bij de hoofdpoort. Jammer, dat we niet meer tijd hebben: het is een van de fraaiste tempels met al die enorme bomen. In de snel vallende duisternis dalen we nog wat meer en komen via wat straatjes al snel bij ons hotel. Ik ben té moe; het huilen staat me nader dan het lachen. Maar morgen is er weer een nieuwe dag…

Geplande afstand: 19,1 km, totale stijging 900 m, totale daling 450 m
Werkelijke afstand: ca. 21,0 km (incl. seriwari zenjo; kortere terugweg genomen; gps is uitgevallen), totale stijging 1200 m, totale daling 1000 m
Cumulatief afgelegde afstand: 568,6 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.50 – ca. 18.15 uur
Looptijd: ca. 5.26 uur
Gemiddelde snelheid: 3,4 km/u
Bezochte tempels: tempel 45, seriwari zenjo, tempel 44
Blaren: alleen wat beurse plekken
Overnachting: petit hotel Garden Time in Kuma-kogen, hoogte ca. 490 m (kamer 2 1p bedden, tafeltje/2 stoeltjes, tv, badkamer (geen warm water!)/wc, avondeten goed, ontbijt redelijk)

20140328-105219.jpg

20140328-105256.jpg

20140328-105315.jpg

20140328-105441.jpg

20140328-105458.jpg

20140328-105522.jpg

20140328-105542.jpg

20140328-105605.jpg

20140328-105627.jpg

20140328-105651.jpg

20140328-105709.jpg

20140328-105735.jpg

Dag 32: maandag 24 maart 2014: Henro odori

Asaka heeft geen makkelijk traject gekozen om met ons mee te lopen: 21 km, met een pasje op 740 m hoogte. Maar het is een warme, zonovergoten dag en het is heerlijk om buiten te zijn. Over lange, langzaam stijgende weggetjes lopen we met zijn 3-en verder de vallei in tot we via een wat steiler bergpaadje de pas op 740 m over kunnen gaan. In de volgende vallei is er een brede 2-baansweg met stoep die ons langzaam weer enkele 100-en meters lager voert. Rond het middaguur vinden we er een restaurantje. Gesloten vanwege een nationale vakantiedag. Maar we krijgen evengoed te eten. Ze hebben 30 huisdieren, vertelt de man. Wij zien alleen de katten: erg zacht, schoon en aanhankelijk. Het kleine restaurant zit er vol mee.

Enige tijd later nemen we een kleine zijweg. Een oude henro-route die we nog niet eerder hebben gelopen. We hopen er een gevaarlijke autotunnel mee te vermijden. ‘Easy to get lost’ staat erbij vermeld in het routeboekje en dan gaat het nog niet eens over het lopen tegen de looprichting in… Een boer, die op het land aan het werk is, schudt meewarig zijn hoofd: de route door de tunnel is een stuk korter en makkelijker…
Maar Mels weet wonderwel de weg te vinden. Allerlei kleine paadjes voeren ons weer wat hoger, een volgend pasje over. Als we weer op een klein weggetje zijn gekomen dat ons naar het volgende dal voert, begint er in een klein gehuchtje uit de luidsprekers aan een hoge paal een liedje te spelen: het is 3 uur. Het stimuleert Mels en mij ter plekke de klompendans uit te voeren. Asaka doet mee. Tot Mels achter ons een langzaam rijdende politiewagen ontdekt met 2 breedgrijnzende en wat bevreemd kijkende politiemannen erin. Dat heb je met die stille Japanse auto’s, die hoor je bijna niet aan komen rijden. Kort daarna stijgt het weggetje en loopt het na een bocht dood op een fraai uitzichtpunt. De politiemannen staan er te wachten en beduiden dat we op het houten plateau kunnen klimmen voor een extra mooi uitzicht. Ze vertellen dat het plateau is geschonken door iemand en even later komt de maker ervan aanrijden. Hij is een timmerman die de hele wereld heeft bereisd, zo vertelt hij. De dikke, gedoornde stam die de houten constructie van het uitzichtpunt ondersteunt, blijkt afkomstig van een 130 jaar oude gingko die naast zijn huis stond.

De timmerman vertelt ons dat we even terug moeten lopen om het oude henro michi pad weer op te pikken; het pad na het uitzichtpunt is niet meer begaanbaar. Het pad dat hij ons heeft gewezen, daalt steil af. Na een lange afdaling zien we in de diepte een weg. Mels checkt zijn gps: het klopt niet. We hebben bijna een rondje gelopen. Moesten we om half 2, even na onze lunchpauze, nog 8,5 km afleggen… Dat moeten we nu – 2 uur later – nog steeds… En het ergste is: We hebben voor niets deze berg beklommen. We zijn vóór de tunnel naar beneden gedaald en niet erna. Er zit niets anders op dan door te lopen en de tunnel te nemen. Bij een huis staat een oude vrouw. Ze vertelt dat we de tunnel kunnen vermijden als we linksaf slaan op de volgende weg.
Maar even later staan we tóch voor een tunnel: dé tunnel, 623 m lang zonder stoep. We snappen het niet: We hebben precies het advies gevolgd van zowel de timmerman als de oude vrouw en nog is het fout gegaan… We hebben het ook niet verkeerd begrepen, want we hebben Asaka bij ons…

In de – overigens goed verlichte – tunnel drukken we ons tegen de wand aan als er een brede auto aan komt rijden. Asaka krimpt telkens helemaal ineen en schreeuwt het soms uit. Het is angstaanjagend. Maar gelukkig is het minder druk dan tijdens voorgaande jaren.
Na de tunnel volgen we afwisselend de weg of voetpaadjes, eenmaal langdurig op en neer gaand. Een pad langs een beek leidt ons langs de pokdalige bergjes waar de streek om bekend is. Spitse bergjes, zoals je ze ook ziet op Japanse schilderingen, met overal kleine en grote gaten. Uiterlijk zien de kale hellingen eruit als Drentse keileem: vol grote, ronde rolkeien. Bij een shinto-schrijntje staat de vuurgod in een grote spelonk. ‘Oh, I love it!’, roept Asaka. Kort daarna zijn we eindelijk bij onze overnachtingsplaats, een onsen in de bergen. Het is 10 voor half 7 en we zijn doodmoe.

’s Avonds bellen we Hide: er is bij zijn vrouw galblaaskanker geconstateerd, maar waarschijnlijk niet uitgezaaid.

Geplande afstand: 21,5 km, totale stijging 900 m, totale daling 450 m
Werkelijke afstand: 25,7 km (dankzij rondje lopen), totale stijging 1351 m, totale daling 970 m
Cumulatief afgelegde afstand: 547,6 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.31 – ca. 18.20 uur
Looptijd: ca. 5.38 uur
Gemiddelde snelheid: 4,6 km/u
Bezochte tempels: 0
Blaren: alleen wat beurse plekken
Overnachting: onsen Furuiwaya-so in Kuma-kogen, hoogte ca. 487 m (kamer 2 1p bedden, tafeltje/2 stoeltjes, tv, 3 verschillende kachels, kluis, halletje/kast, wc/wasmeubel,
uitzicht op rotsformaties vol gaten, avondeten prima, ontbijt redelijk)

20140328-100108.jpg

20140328-100127.jpg

20140328-100157.jpg

20140328-100215.jpg

20140328-100242.jpg

Dag 31: zondag 23 maart 2014: Het mamushi-effect

Het is zondagmorgen. Het guest house verkeert nog in diepe rust als we kwart voor 8 stilletjes naar buiten sluipen. We hebben een ‘drukke’ dag voor de boeg: slechts 15 km lopen over vlak land, maar wel 7 tempels te bezoeken. En dat kost tijd!
Het zondagmarktje is nog druk in opbouw. De zon schijnt volop en het begint al warm te worden; een heel andere temperatuur dan gisteren. Wij nemen een morning setto in een gezellig café bij het stationnetje en al minder dan een kilometer verder is er de 1e tempel, nr. 51. Een wat chaotische verzameling aan vreemde gebouwen, maar zeer charmant en artistiek. Een van onze favorieten. Er is blijkbaar kort geleden een evenement geweest: overal staan dozen gestapeld, in en buiten verschillende gebouwen. Nieuw zijn de grote bollen op sokkels, elk van een ander soort marmer, die bij verschillende tempelgebouwen staan. ‘Niet tegenaan duwen’ staat erbij. En ook: ‘Super power’. Ik leg mijn handen op de donkerrose bol bij de hoofdtempel en voel me langzaam naar binnen gezogen worden, het universum in. Bij een tempel die in hetzelfde gebouw zit als het stempelkantoor, hangen 2 fraaie reuzenlampions. We steken er 2 kaarsjes aan: 1 voor Thomas König, een keramist die afgelopen week is overleden, en 1 voor Hide en zijn vrouw, die morgen een gesprek hebben met haar arts.
Bij tempel 50 zitten we kort op een bankje in de warme zon. Ik krijg van een 2 jaar oud jongetje een koekje. Ik geef hem 2 klompjes. Een auto-henro komt erbij zitten. Hij vertelt dat hij ons al eerder heeft gezien, bij tempel 75.

Al voor de koffie-/lunchpauze om half 12 hebben we 8,5 km afgelegd en 3 tempels bezocht. We komen onderweg opvallend veel loophenro’s tegen, dat is wel vaker zo als er een aantal tempels dichtbij elkaar ligt: Veel Japanners lopen de pelgrimstocht in delen vanwege de korte Japanse vakanties en veel loophenro’s doen langere afstanden tussen de tempels vaak per bus of trein. Terwijl touringcarhenro’s soms enkele tempels lopend bezoeken, juist als er enkele dichtbij elkaar liggen en/of het om bekende of aantrekkelijke trajecten gaat. En met een lang weekend is het nog eens extra druk. Vlak voor bangai 9 komen we onverwacht een langneus-henro tegen, een Engelsman die al jaren weg is van Japan, er elk vrij moment doorbrengt en nu de henro michi loopt. Op de bonnefooi, steeds om een gratis slaapplaats vragend.

We hebben talloze gesprekken vandaag, met loophenro’s, maar nog veel vaker met autohenro’s of gewoon lokale mensen. Mels merkt op dat, in vergelijking met voorgaande tochten, zowel het aantal osettai toe lijkt te nemen als het aantal mensen dat zwaait of een praatje maakt met ons. En dat gevoel heb ik ook. Wat ons allebei ook opvalt, is dat veel mensen mij groeten als Mels al voorbij is. ‘Dat komt omdat ze ons vaak pas horen of zien als jij voorbij komt’, leg ik uit. ‘En dan kom ik pas.’ ‘Ah, het Mamushi-effect!’, roept Mels. ‘Wah?’ En Mels legt uit dat Hide hem verteld heeft dat een mamushi, een Japanse adder, wakker schrikt als de 1e voorbij komt en dan de 2e voorbijganger bijt…
Bij tempel 47 steken we een dikke wierookstaaf aan voor Hide en zijn vrouw. Ze zijn de afgelopen dagen geen moment uit onze gedachten geweest. We nemen ze in gedachten mee op onze pelgrimstocht. Tegenover tempel 46, de laatste tempel van vandaag, slapen we in ryokan Chochinya. Bij het eten ontmoeten we Emily uit Parijs, bezig met een documentaire over de pelgrimstocht, die ze ook zelf al eens liep. Een van de andere henro’s toont enkele 3 eeuwen oude stempelboeken. Indrukwekkend. En dan komt Asaka binnen. Asaka, die we hebben ontmoet tijdens onze vorige pelgrimstocht, met wie we – samen met Hide – Koya-san hebben bezocht aan het eind van onze vorige tocht, en die nu 2 dagen met ons mee komt lopen. Hide-san zou ook meekomen, maar moest om begrijpelijke redenen afhaken. We zijn ontzettend blij haar weer te zien. En bestellen meteen 3 kruikjes sake. Asaka bestelt ook per ongeluk voor 3 personen – koude sake. We nodigen Emily erbij uit en het wordt een gezellige avond, die we om 9 uur nog even met zijn 3-en voortzetten op de kamer, als de eetzaal al lang leeg is.

Geplande afstand: 15,0 km, totale stijging 0 m, totale daling 0 m
Werkelijke afstand: 18,2 km, totale stijging 480 m, totale daling 446 m
Cumulatief afgelegde afstand: 521,9 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.48 – ca. 17.00 uur
Looptijd: ca. 4.24 uur
Gemiddelde snelheid: 4,1 km/u
Bezochte tempels: tempel 51, 50, 49, 48, bangai 9, tempel 47, 46
Blaren: alleen wat beurse plekken
Overnachting: ryokan Chochinya in Matsuyama, hoogte ca. 84 m (kamer 10 tatami groot, kastenwand, tafeltje, tv, hal, wc, veranda, wifi tot 18.00 u (te laat!), avondeten prima, ontbijt redelijk)

20140328-095631.jpg

20140328-095656.jpg

20140328-095722.jpg

Dag 30: zaterdag 22 maart 2014: Spraakzame katten

Er is een bijzondere sfeer in dit guest house – zo open, gastvrij en behulpzaam. Op de begane grond bevinden zich een gezellige ruimte om te zitten en een keuken voor ieders gebruik, waar graag gebruik van wordt gemaakt. We hebben moeite om te vertrekken voor wat sightseeing op onze vrije dag, kletsend met dan weer de ene, dan weer een andere gast: een 27-jarige Japanner uit Tokyo, die hier is voor een uitwedstrijd van zijn favoriete voetbalclub; een jonge Australische vrouw die vorig jaar de henro michi liep en de sfeer zo bijzonder vond in dit guest house, dat ze er nu enkele maanden als vrijwilliger werkt; een Kroatisch-Japans stel uit Nara, hier met vakantie…
We hebben een zonnige, maar nog steeds bar koude dag uitgekozen voor onze sightseeing. We zijn al 3x eerder in Matsuyama geweest, maar dit is de 1e keer dat we de tijd nemen er wat uitgebreider rond te kijken. We eten al lopend wat broodjes uit een bakkerij als ontbijt en nemen dan een treintje richting het kasteel van Matsuyama. Het kasteel pronkt al van verre op een heuvel. We bezoeken eerst de tuin aan de voet ervan en beklimmen dan de heuvel om het kasteel te bezoeken. Boven hebben we een fenomenaal uitzicht over de stad. Achter de omringende bergruggen ligt in de verte Ishizuchi-san, de hoogste berg van Shikoku, een witte suikertaart. In het westen is de zee te zien met talloze eilanden, donkere silhouetten in de heiige verte.

Eenmaal weer beneden worden we aangesproken door een man op een fiets: ‘Welcome!’ Hij spreekt Engels en ook wat zinnen in Frans en Duits. Hij vertelt dat hij elke dag op de fiets naar de Dogo onsen gaat om daar met 10 katten te praten om zijn talen te oefenen. Hij weet van alles over Nederland te vertellen en dat is iets waar ik me nog steeds, elke keer weer, over verbaas. We hebben een gezamenlijke historie legt hij uit. Later, als we na een late lunch nog wat door een winkelpassage slenteren, komen we hem opnieuw tegen. Net terug van een lunch met zijn moeder. Hij vertelt dat hij een hartkwaal heeft en daarom niet kan werken. We nemen opnieuw afscheid, nu met: ‘Tot ziens!’ Kent hij ook meteen wat Nederlands. Hij is niet de enige die ons aanspreekt. We denken vaak dat het aan onze witte henro-jasjes ligt dat mensen ons aanspreken of naar ons zwaaien, maar ook op onze vrije dagen, als we niet onze pelgrimskledij dragen, maken mensen al gauw contact met ons. En wij gaan er maar al te graag op in.

Onze vrije dag gaat veel te snel voorbij. We hebben maar een deel gezien van wat we van plan waren. De rest zal moeten wachten. Zo’n grote stad als Matsuyama zit vol verleidelijkheden en een aanzienlijk deel van de dag brengen we door met eten en drinken: ontbijt van de bakker, sinaasappel- en sakura-ijsjes, lunch met sashimi, cappuccino… en dan is er de sushi-bar… Morgen lopen we het er weer af…

Vrije dag
Overnachting: Sen guest house in Matsuyama, hoogte ca. 27 m (kamer 6 tatami groot, tokonoma/kastenwand, halletje, veranda 1×3 m met tafeltje/smal bankje en wasmeubel, wifi, geen avondeten, geen ontbijt)

20140322-213441.jpg

20140322-213512.jpg

Dag 29: vrijdag 21 maart 2014: Onsen ni ikitai

Versgebakken brood, zo uit de broodmachine, met lekker knisperende korsten, en zelfgemaakte jams van sinaasappel, kiwi en bosbessen. We eten met zijn 2-en ongegeneerd een heel brood op. Als tafelgenoot is de jonge beeldhouwstudent van gisteravond, die per motor over Shikoku reisde, vervangen door een oudere man die hier is om een tenniswedstrijd te spelen. Het afscheid van Shin en Myu is hartelijk, met foto’s en zwaaien.
Met zo’n 26 km te gaan – vnl. op zeeniveau – en 2 tempels te bezoeken, is het weliswaar een goed gevulde, maar niet al te moeilijke dag. De 1e tijd trekken we verder langs de zee. Deze keer in een zonovergoten wereld vol koddige eilandjes in een diepblauwe zee. De zak met sinaasappels hebben we gisteravond aan Shin gegeven, maar we zijn nog maar net onderweg of we zijn alweer 2 grote, zoete sinaasappels rijker. Regelmatig zijn er tegenhenro’s: ons tegemoet lopende henro’s die in de normale looprichting lopen. Ook al opvallend vaak met grote plastic zakken waardoorheen oranje sinaasappels schemeren.
Na 7,5 km is er Café Train, ingericht als sfeervolle treincoupé met schitterend uitzicht op zee. Waarom zijn we hier niet eerder geweest? We vallen voor 2 sweet setto’s en tot onze verbazing hoeven we alleen de koffie af te rekenen. Osettai!

Kort daarna nemen we wat weggetjes door het binnenland naar de tempels die we willen bezoeken. Grote hoeveelheden bloeiend koolzaad langs waterlopen toveren vrolijke gele linten in het landschap. In de tuinen staat hier en daar magnolia te bloeien met witte bloemen. Het loopt lekker door vandaag. We voelen ons allebei ook gezonder dan bij ons vertrek naar Japan. Met een vanzelfsprekendheid en een kracht die we alleen kennen van voorgaande pelgrimstochten, na enkele weken dag in dag uit flink doorstappen.
De 2e tempel – op een huchtje zo ongeveer halverwege het dagtraject – bereiken we al rond 12 uur. We krijgen er van een medehenro complimenten over ons reciteren van de hartsoetra. Zo’n 4 km verder hebben we om 2 uur een late lunch met frietjes bij een Joyfull in de eerste bebouwing van Matsuyama, de grote stad in het noordwesten van Shikoku, waar we de komende 2 nachten zullen blijven.
En dan is het nog maar 5-6 km naar onze eindbestemming. We moeten daarvoor nog wel eerst de heuvels rond het noordoosten van Matsuyama door. Op de smalle weg is het opvallend druk met autoverkeer. Vlakbij de Dogo onsen – het oudste badhuis in Japan; 3000 jaar oud zou het zijn… – bevindt zich onze overnachtingsplaats, een guest house, sinds 2 jaar gedreven door Matthew en Nori, een Amerikaans-Japans paar. We blijken – bij toeval – in Matsuyama te verblijven tijdens het Matsuyama festival. Voor de Dogo onsen staat een lange rij wachtenden als we ertegenover een restaurant bezoeken. Na een verrukkelijke maaltijd lopen we naar de Dogo onsen. Nog altijd staat er een lange rij wachtenden. De temperatuur is inmiddels gezakt tot rond het vriespunt. En dan komen er langzaam verschillende dansgroepen aangedanst door de passage voor de onsen. Eerst de kinderen onder leiding van enkele volwassenen. Voor de onsen voeren ze nog enkele dansen uit. Daarna komt een groep bejaarden in mooie kimono’s. Gracieus voortbewegend. Voor de onsen voeren ze dans na dans uit. Er moeten 90-ers bij zitten en het is bitter koud, maar de zichtbare blijdschap waarmee ze dansen, verdwijnt geen moment van hun gezicht. Ondertussen flaneren de badgasten in hun yukata’s, de dunne Japanse huisjassen met een kort gewatteerd jasje erover tegen de ergste kou. Elk hotel, elke ryokan heeft ze klaarliggen voor zijn gasten, in huiseigen kleuren en patronen. De meeste mensen houden ze na het baden aan, ook naar het restaurant, wat een heel Japans straatbeeld oplevert: hier een groepje in witte yukata’s met donkergroene polka dots en smaragdgroene korte jasjes, daar een groepje in blauwwit, elders met donkerrood op wit of rose met brons… Uiteindelijk wordt de kou Mels teveel, ondanks wind- en fleecejack. We haken af voor het dansen is afgelopen. Een van de melodieën zit nog urenlang in mijn hoofd: Onsen ni ikitai. Ik wil naar de onsen.

Geplande afstand: 26,0 km, totale stijging 200 m, totale daling 200 m
Werkelijke afstand: 24,5 km, totale stijging 695 m, totale daling 659 m
Cumulatief afgelegde afstand: 503,7 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.41 – ca. 16.45 uur
Looptijd: ca. 5.53 uur
Gemiddelde snelheid: 4,2 km/u
Bezochte tempels: tempel 53, 52
Blaren: restantjesdag
Overnachting: Sen guest house in Matsuyama, hoogte ca. 27 m (kamer 6 tatami groot, tokonoma/kastenwand, halletje, veranda 1×3 m met tafeltje/smal bankje en wasmeubel, wifi, geen avondeten, geen ontbijt)

20140322-205946.jpg

20140322-210013.jpg

20140322-210030.jpg

20140322-210053.jpg

20140322-210114.jpg

Dag 28: donderdag 20 maart 2014: Snotteren en hamsteren

Een eigen badkamer is nooit een garantie… ’s Ochtends douche ik me met ijs- en ijskoud water. Buiten is het troosteloos. Het giet. Op de tv is de smog te zien die komt overwaaien uit China en waar Shikoku zwaar onder lijdt. Nóg een reden om mondkapjes te dragen.
De gastvrouw geeft ons elk een handdoekje en zwaait ons uit, net als bij ons vorige verblijf. Déjà vu’s die voortdurend tot leven komen… Achter ons hotel pronken hoge kranen. We zitten aan de rand van een havengebied en daar blijven we de 1e tijd ook doorheen lopen. Er is niet alleen Chinese smog, ook de lokale industrieën voegen er nog allerlei nare luchtjes aan toe. Af en toe lopen we licht te kokhalzen.

We ronden vandaag de noordwestelijke puist aan het eiland en zullen zo de noordkust achter ons laten om de komende weken verder te lopen langs de westkust van Shikoku. Vanwege de regen besluiten we deze keer niet het pasje te nemen (in onze herinnering een bergpaadje en dus glibberig met regen), maar de grotere en kleinere wegen langs de kust te blijven volgen. Bijkomend voordeel is dat er dan meer kans is op een koffiehuis o.d. om even droog te kunnen zitten.
Na 8-9 km zien we langs een grote weg een wat onooglijk gebouwtje met knipperlicht. Zo onooglijk dat we het vermoedelijk om die reden nooit eerder hebben opgemerkt. We wagen zowat ons leven om de drukke weg over te steken, maar het blijkt een prima koffiehuis met een zeer aardige gastvrouw en -heer. Bij de koffie krijgen we ranja en een verrukkelijk warm broodje ei. Buiten is het droog geworden. Vlak voor de kust liggen 5 schepen te wachten. In de grijze verte zijn nog meer schaduwen te zien.
Na zo’n overvloedige koffiepauze besluiten we de lunch over te slaan en door te blijven lopen. Even breekt de zon door en is het warm, dan betrekt de lucht weer. Op een parkeerplaats staat een vrachtwagen te wachten – op ons, zo blijkt. De chauffeur springt eruit als we bij de cabine zijn aangekomen. Wat we willen drinken, vraagt hij en hij wijst naar de vending machines. 75 jaar is hij en hij rijdt nog steeds op zijn truck, vertelt hij trots. Zo’n 1-2 km verderop staat een man op ons te wachten op een inrit. Hij had ons al eerder zien lopen, vertelt hij en overhandigt ons een een plastic zak met minstens 2-3 kg grote sinaasappels.

Ik vind het heerlijk weer eens vlak langs de zee te lopen. Ook al is de 2-baans weg druk, er is steeds een riant voetgangersdeel aan de zeezijde. Op het wateroppervlak zijn kleine golfjes. Een enkele keer is er een veld zeewier. Af en toe vliegt er een buizerd voorbij of een aalscholver. Bij een shinto-schrijn aan zee ligt een dode blauwe reiger.
Naarmate we de kapen ronden, wakkert de tegenwind echter aan tot stormachtig en komen we er nauwelijks tegenin. En als het dan ook nog eens begint te regenen, wordt het echt guur. Mels stelt voor toch het pasje te nemen, om in ieder geval uit de wind te zijn. Bovendien is het 2 km korter. Dus bewegen we ons kort daarna via kleine weggetjes meer landinwaarts. Een auto stopt vlakbij ons, een man springt eruit en opnieuw zijn we 2 flesjes drinken rijker. Hij had ons al eerder zien lopen en is speciaal wat te drinken gaan halen voor ons, vertelt hij. Geweldig! Ook al bezwijkt Mels inmiddels bijna onder het gewicht en moeten we voortdurend piesen om al dat extra drinken kwijt te raken. Het pasje blijkt erg mee te vallen, geen bergpaadje te bekennen en dat is maar goed ook, want inmiddels giet het weer. Vlak voor onze overnachtingsplaats is er onverwacht een Makudo, het Japanse koosnaampje voor McDonald’s. Er is geen cappuccino, wel McFrurry. We drogen weer even wat op: aangezien het weerbericht had verzekerd dat het na 12 uur droog zou zijn, hadden we wat te vroeg onze regenkleding opgeborgen… Buiten loopt een man voorbij met zijn boodschappen van de Marunaka: een winkelwagen torenhoog opgetast met dozen zakdoekjes. ’t Zal nodig zijn…
Bij de jeugdherberg worden we verwelkomd door Shin en Myu, de inmiddels 6-jarige golden retriever. Krijgen we bij elke ryokan elke keer weer een standaardmenu voorgeschoteld, Shin Ichi houdt van koken. En dan echt van koken! Als hij vraagt wat we morgenvroeg voor ontbijt willen – pan of gohan – dan roepen we keer op keer: pan! Shin bakt zijn brood zelf – er staan inmiddels 4 broodmachines op een rij. En we kennen ook zijn zelfgemaakte jams! Shin vraagt of we hem willen liken. Tja, hoe doe je dat ook al weer… Maar plotseling zijn we wel vrienden! Ik had hem nog willen vragen naar zijn liefdesleven. Hij vertelde de vorige keer dat we er waren dat hij geen vrouw hoefde, veel te gecompliceerd. Hij leefde liever met zijn hond. Maar hij vertelt nu dat hij 51 is. Dat wordt niks meer met vrouwen…

Geplande afstand: 24,0 km (via zeeweg), totale stijging 0 m, totale daling 0 m
Werkelijke afstand: ca. 22,0 km (via pasje, is ca. 2 km korter; gps heeft ca. 2 km niet gewerkt, is handmatig erbij gerekend), totale stijging 426 m, totale daling 423 m
Cumulatief afgelegde afstand: 479,2 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.48 – ca. 15.45 uur
Looptijd: ca. 4.30 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: 0
Blaren: restantjesdag
Overnachting: youth hostel Hojosuigun in Aojo, hoogte ca. 8 m (kamer 6 tatami groot, tafeltje, kuipstoel zonder poten, kastenwand/zijkamertje 1×2 m met massagestoel zonder poten, tv, wifi, avondeten goed (Mels)/prima (Yna), ontbijt prima)

20140320-214250.jpg

20140320-214623.jpg

20140320-214707.jpg

Dag 27: woensdag 19 maart 2014: Radeloos verdriet…

Tot onze verrassing leidt Oyamada Kensho-san, de priester van tempel 58, de ochtenddienst – als vanouds. Hij herkent ons niet, ook niet als we vertellen dat we hier voor de 4e x slapen. Hij heeft duidelijk wat anders aan zijn hoofd. In zijn ogen is verdriet te lezen. We warmen ons met zijn allen aan de oliekacheltjes tot iedereen binnen is; veel meer mensen dan gisteravond bij het avondeten. De Tsjech ziet er weer uitgerust uit. Ook de andere langneus komt binnen en wordt door de priester voorgesteld als Duitser. Hij ziet eruit als een boeddhistische monnik, compleet met een gebedssjaal vol grote pompoenen. Na het reciteren houdt de priester gewoonlijk een preek, zo ook nu. Maar tot onze verrassing – en duidelijk ook tot die van de priester – verlaat bijna iedereen de tempel; alleen wij en de 2 tafelgenoten van gisteravond blijven. Het wordt een emotionele bijeenkomst. Hij begint met te vertellen dat zijn vrouw niet meer beter zal worden. En hij vertelt nog heel veel meer, waarvan ik denk dat het belangrijk is, ook voor mij, maar we beheersen de taal onvoldoende. Ik versta het gewoonweg niet. Ik voel zijn radeloosheid. Af en toe wordt hij haast overweldigd door emoties. Maar hij loopt er niet voor weg en deelt het met ons.
Tot slot vertelt hij ook nog over zijn pogingen de henro michi op de Werelderfgoedlijst te krijgen, net als de Camino. Daarover hebben we ook voorgaande jaren gepraat en nu we vorig jaar zelf de Camino hebben gelopen, hadden we hem eigenlijk willen waarschuwen dat het ook hele negatieve gevolgen kan hebben, zoals schaalvergroting. Maar hij vertelt zelf de Camino te hebben gelopen. Dat maakt onze opmerkingen overbodig. Hij weet waarover hij praat.
Tot slot vertelt hij nog iets over Koya-san en geeft ons allemaal een
handgesneden houten beeldje uit Koya-san cadeau. Ik vind het moeilijk om afscheid te nemen. Buiten schijnt de zon, een vreemd licht gat in een grijze hemel. Het is zo heiig, dat de bruggen niet meer te zien zijn, althans niet meer voor mij.

De beide langneuzen zien we niet meer terug. We ontbijten met dezelfde 2 tafelgenoten als gisteravond. Zazen en yoga zijn momenteel trendy, zo vertelt de vrouw uit Hiroshima. Ze is hier dan ook niet vanwege de henro michi, maar om zazen te doen. Het heeft ons altijd verbaasd dat er geen zazen is tijdens de henro michi, maar blijkbaar kun je dat wel los ervan doen…
Het is bewolkt als we aan onze afdaling beginnen, eerst langs het lieflijke beekdalletje, dan verder, afwisselend via de weg en dan weer via bergpaadjes. Mels is nog flink stijf van zijn karate-avonturen van gisteravond, maar klaagt niet.
Ook vandaag hebben we een makkelijk programma, maar wel 4 tempels te bezoeken.

Bij de 2e tempel komen we een loophenro tegen die we 3 jaar geleden ook al eens hebben gezien – alweer geen idee waar en wanneer… Buiten de poort staat een zwerfhenro in zichzelf te praten, fiets en aanhanger zwaar beladen met al zijn hebben en houden. Het risico van te lang doorlopen: nooit meer kunnen stoppen…
Op weg naar de 3e tempel komen we langs een winkel vol grote cadeaus voor kleinzoons. We hebben er 4 jaar geleden koi-nobori gekocht: stoffen windzakken in de vorm van koi-vissen, die aan een mast worden opgehangen. Mels kijkt opnieuw rond, maar vindt deze keer niets geschikts. We krijgen groene thee.
Snel daarna komen we al bij de 3e tempel. Vlak boven het tempelterrein zweven 3 buizerds. Vlakbij is een shinto-tempel. Een shinto-priester is er net bezig een auto in te zegenen. Voor de lunch gaan we naar een eettentje, waar we al enkele keren eerder waren. In ons geheugen komt het eten er niet al te best van af, maar deze keer is het erg lekker. Soms is de werkelijkheid toch anders dan in je geheugen zit…

De 2 flesjes groene thee die ons door het restaurant worden geschonken, laten we stilletjes achter bij een tentje in een rest hut, waarvan we vermoeden dat het tot een henro behoort. Na nog een tempel komen we al gauw bij ons hotel.
Tijdens onze eerste tocht sliepen we hier in een hotel dat nogal tegenviel: het kleine witte gebouw voor een enorm groot rood gebouw bleek niet de hal van het hotel te zijn, maar… het hotel zelf. En nogal shabby… Tijdens onze 2e tocht namen we daarom een ander hotel, wat beter dan het 1e, maar we moesten wel 2x een halve kilometer lopen om ’s avonds bij een Joyfull te gaan eten, wat niet meevalt na een lange dag… Tijdens de 3e tocht besloten we daarom maar eens verder te kijken en een ander hotel te nemen… En kwamen per ongeluk weer bij het 1e hotel terecht… Tijdens onze 4e tocht wilden we het in ieder geval beter doen… Maar wat schetst onze verbazing als we bij het hotel aankomen… Het is het hotel van onze 2e tocht! De geschiedenis heeft de neiging zich te herhalen, steeds opnieuw, eindeloos… Maar deze keer is er wél avondeten.

Tijdens het eten staat de tv aan. Overmorgen begint het sakura-seizoen op Shikoku, traditiegetrouw in Kochi aan de zuidkant van het eiland. Na de pruimen beginnen nu ook de kersen te bloeien. De tv toont een overzicht van de rose golf over Japan, die de komende weken langzaam naar het noorden zal trekken. Sakura!
Er is ook een andere golf die over de regio rond Matsuyama trekt, de stad waar we de komende dagen naartoe zullen lopen: de griepgolf! Gevolgd door de… mondkapjesgolf!
Tijdens onze avondmaaltijd komt de echtgenoot van onze gastvrouw binnen. Een aardige man die wat Engels spreekt. Hij wijst op een poster waarop zijn kleinzoon prijkt: hij studeert economie, net als hijzelf heeft gedaan. Via een uitwisselingsprogramma zit hij nu in de VS. Zelf hebben ze 7 Amerikaanse studenten te gast gehad.
Bedtijd alweer. ‘Bah, er zitten dekens in mijn bed…’, klaagt Mels. Tja, dat is meestal zo op Shikoku, zowel boven als beneden, tussen futon en dekbed. Kwestie van wennen…

Geplande afstand: 15,4 km, totale stijging 0 m, totale daling 250 m
Werkelijke afstand: 16,2 km (incl. wat onbedoelde ommetjes), totale stijging 404 m, totale daling 660 m
Cumulatief afgelegde afstand: 457,2 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.27 – ca. 16.30 uur
Looptijd: 3.55 uur
Gemiddelde snelheid: 4,1 km/u
Bezochte tempels: tempel 57, 56, 55, 54
Blaren: wat piepkleine blaartjes en open plekjes
Overnachting: business hotel New Sugano in Onishi, hoogte ca. 1 m (kamer 2 1p bedden, tafeltje/ stoeltjes, koelkast, tv, badkamer/wc, avondeten redelijk, ontbijt matig/redelijk)20140320-180112.jpg20140320-180158.jpg

20140320-181306.jpg

20140320-181751.jpg