Dag 4: maandag 24 februari 2014: Land van 1.000 buizerds

Mels’ hoestje gedurende de nacht gaf de indruk de voorbode te zijn van een flinke kou, maar blijkt ’s ochtends verdwenen. En mijn uiterst pijnlijke heupen tijdens het lopen, zijn eveneens verdwenen, mogelijk was dat toch te wijten aan mijn nieuwe heuptasje. Onze lijven moeten ook weer wennen…

Enigszins stijf, maar toch verfrist, beginnen we de dag met wat sightseeing: vlakbij zijn enkele fraaie oude straatjes (‘antique street’) in Hiketa. We hebben een heel makkelijke dag voor de boeg (dat proberen we altijd te doen gedurende de 1e loopweek), dus alle tijd. Enkele fraaie oude gebouwen herbergen sake-brouwerijen.
Daarna keren we terug naar het punt waar we gisteren de doorgaande route hebben verlaten, bij het station in Hiketa. Een groep pelgrims staat er een uitstalling met hina-poppen te bewonderen en wij worden er ook bij uitgenodigd. Vlakbij nemen we een kop koffie en lopen daarna langs de grote weg naar het westen. Langzaam laten we de bebouwing achter ons en trekken dan langs velden met hier en daar een huis. Er wordt gewerkt op het land: ploegen met de trekker, schoffelen en plantjes planten. Regelmatig vliegt een buizerd over, soms vlak boven onze hoofden. Al gauw loopt de weg heuvelend door de bossen, een traject dat we 2 jaar geleden in omgekeerde richting hebben gevolgd. Voor de lunch leggen we aan bij Mama (hopelijk bedoelen ze het westerse ‘mama’, want het Japanse ‘mama’ betekent ‘maar zozo’…) De jonge gastvrouw draagt een 2 jaar oud dochtertje op de rug – Noemi – terwijl ze ons vrolijk bedient. Prima eten.

We krijgen het steeds warmer tijdens het lopen. Het dikke, lange ondergoed dat ons gisteren al te warm was, hebben we vanochtend niet eens meer aangetrokken. En in het lunchrestaurant hebben we ook onze jassen opgeborgen. Maar zelfs onze sweaters zijn eigenlijk nog te veel. De zon is warm, ondanks de 11 graden die gisteren en vandaag waren voorspeld. Het is haast niet voor te stellen dat het hier een week geleden nog flink sneeuwde. Nu zie je hier en daar narcissen bloeien, evenals prunus en andere boompjes. We boffen ontzettend met het weer!
De laatste 2,5 km voert een klein, kronkelend weggetje door een lieflijk landschap van landbouwperceeltjes met hier en daar wat huizen, omringd door beboste heuvels. Daarachter, in het zuiden, torenen hogere bergen, met licht besneeuwde hellingen, niet eens zoveel hoger gelegen dan waar wij lopen. Ook langs de weg zien we weer sneeuw liggen. ‘En, ben je aan het genieten?’, vraagt Mels enigszins sarcastisch als hij ziet dat ik moeizaam vooruit kom, nog niet gewend aan het dagelijkse lopen. Hij refereert aan hetgeen ik de afgelopen jaren steeds opnieuw tegen mensen heb gezegd: ‘Het lijden staat geen moment het genieten in de weg.’ Met de tanden op elkaar, knars ik: ‘Het ene moment is het wat meer genieten dan het andere…’ En: ‘Weet je, bochten zijn Gods zegeningen. Dan zie je tenminste niet wat voor uitdagingen er nog achter liggen…’ Maar eigenlijk heb ik al tijdens de 1e pelgrimstocht geleerd in moeilijke omstandigheden niet verder te kijken dan 5 stappen of 5 treden. Bochten of geen bochten… En het werkt altijd. Zingen ook…

Pas als we de onsen (=openbare badinrichting) waar we een kamer hebben gereserveerd, binnenstappen, herkennen we de aftandse, kantine-achtige eetgelegenheid waar we 2 jaar geleden een zeer matige lunch hebben genoten… De kamer die voor ons is gereserveerd, blijkt blauw te staan van de sigarettenrook. We krijgen een andere aangeboden, die veel rianter blijkt te zijn, met eigen (houten) bad, wastafel en wc. En tot onze verrassing is het avondeten prima!

Geplande afstand: 13,2 km, totale stijging 100 m
Werkelijke afstand: 15,6 km (incl. rondkijken in Hiketa), totale stijging 477 m, totale daling 386 m
Cumulatief afgelegde afstand: 36,3 km
Vertrek-/aankomsttijd: 8.45 – ca. 15.30 uur
Looptijd: 3.50 uur
Gemiddelde snelheid: 4,1 km/u
Bezochte tempels: 0
Blaren: 2 (beide kleine tenen)
Overnachting: Shirotori Onsen, hoogte 113 m (kamer 10 tatami groot, hal met bedlinnenkast en toilet, badkamer met houten bad en voorhalletje met wastafel, lage tafel, tokonoma met hangkast, tv en kluis, uitzicht op omringende bergen, beekje en achterzijde onsen, avondeten prima, ontbijt prima)

20140227-091133.jpg

Dag 3: zondag 23 februari 2014: 1550 km begint met 1 stap

Onze inmiddels vaste 1e halteplaats – hotel Sunroute in Tokushima, vrij noordelijk aan de oostelijke kust van Shikoku – blijkt voor het eerst ook een westers (Engels) ontbijt te serveren. Met westers bestek. Alles verandert…
In de trein, op weg naar tempel 1, zitten nog 3 pelgrims (henro’s), net als wij gekleed in witte pelgrimsjasjes, en met pelgrimsstaffen. Wederzijds een blik van herkenning. Ze lopen de tocht in delen, zoals de meeste Japanners doen. In de verte zien we besneeuwde bergketens voorbijtrekken. En de Japanse pelgrims vertellen dat de hoger gelegen tempels allemaal nog in de sneeuw staan. Maar vandaag schijnt de zon volop.

Bij tempel 1 is het loeidruk. ’t Is zondag, een vrije dag. Touringcars voeren groepen pelgrims af en aan. In een hoek van het tempelterrein staan banken opgesteld voor het nemen van groepsfoto’s. In smetteloos wit zitten de pelgrims geduldig te wachten tot de fotograaf klaar is met het geven van instructies en de foto’s neemt. Binnen in de tempel, in het winkeltje, worden we verwelkomd door de oude, kaalgeschoren monnik. ‘Jullie waren er vorig jaar niet!’, roept ze. We vertellen haar dat we toen naar Santiago in Spanje zijn gelopen. Ze biedt ons thee aan met een versnapering en we krijgen elk een armbandje. De stempelmonnik geeft, naast de 3 rode stempels en de 3 zwarte kalligrafieën die bij elke tempel op een eigen bladzijde worden gezet, ook een blauwe stempel, ter gelegenheid van het feit dat de pelgrimsroute dit jaar 1.200 jaar bestaat. Tot slot schrijven we onze namen, leeftijden en vertrekdatum in het boek voor de looppelgrims. Er zijn dit jaar pas 59 looppelgrims vertrokken, zien we, waarvan 1 buitenlander, een 35-jarige Engelsman. Maar we zijn dit jaar ook 5 dagen eerder vertrokken dan vorig jaar, misschien dat het er daarom zo weinig zijn.
Als we willen vertrekken, komt een jongeman aangerend. Hij vraagt of we misschien iets op de homepage van de tempel willen zetten, ter informatie voor belangstellende buitenlanders. In een hoekje van het winkeltje blijkt een scherm met webcam te staan. Een filmopname dus. De moderne tijd laat zich ook hier niet tegenhouden. Alles verandert… En dan zegt de man iets waar ik later tijdens het lopen nog lang over nadenk: ‘Jullie als toeristen kunnen misschien vertellen waarom jullie dit doen, wat interessant kan zijn voor belangstellende pelgrims.’ Mels reageert als door een wesp gestoken: ‘Wij zijn óók pelgrims!’ Ik vraag me nog lange tijd af of de Japanners ons westerlingen zo zien: toeristen, geen ‘echte’ pelgrims… Moet je Japanner of boeddhist zijn, om een serieuze pelgrim te kunnen zijn? Moet je eigenlijk een ‘vroom’ rooms-katholiek zijn voor een serieuze pelgrimage naar Santiago? Of gaat het toch vooral om ‘jezelf vinden’? Wat dat ook moge zijn? Voor ons is het zeker niet ‘zomaar’ een wandeltocht of zelfs een prestatieloop, we lopen beslist vanuit een innerlijke motivatie, ook al weten we zelf de reden niet precies te noemen. Veel mensen hebben zulke hoge verwachtingen van onze pelgrimstochten. Vragen of we een ‘beter’ mens zijn geworden, of dat onze relatie ‘beter’ is geworden. Zo’n tocht doet zeker wat met je, dat wel. Niet zozeer dat je de hele dag in een soort meditatieve trance aan het lopen bent, maar je bent wel de hele dag alleen met je eigen gedachten, zonder de dagelijkse waan van de dag die je voortdurend afleidt. Het brengt je tot inzichten. Maar de rest is bullshit. Verlichting? Hoezo? Ik herken mezelf bijzonder in de volgende cartoon: http://theoatmeal.com/comics/running. Ik loop zodat ik lekker kan eten… Maar meer nog dan van het eten, houd ik van het onderweg zijn. Misschien had ik ooit meer verwachtingen, maar momenteel ben ik met deze staat van zijn al dik tevreden… En wat betreft onze relatie? Al tijdens onze 1e pelgrimstocht ontdekte ik dat Mels de beste reiskameraad is die ik ooit heb gehad. En Mels zegt hetzelfde over mij. Maar of dat iets over je relatie zegt?

We voeren – toch wat onwennig… – de rituelen uit bij de tempel, slaan bij een klein supermarktje vlakbij een kleine lunch in en vertrekken dan voor onze 1e dagtocht, 19,5 km, niet al te moeilijk voor een 1e dag. Vanaf tempel 1 nemen we een voor ons nieuwe route door het laaggebergte naar de noordelijke kustvlakte van het eiland. De smalle bergweg wordt druk bereden. Zware kiepwagens rijden af en aan; op een groot terrein in de bergen wordt een kolonie zonnepanelen aangelegd. Na anderhalf uur bereiken we de eerste pas op 241 m. Even later zien we al een glimp van de Japanse Binnenzee; ervoor staat op een heuveltop een groot hotel. Met enig dichtknijpen van de ogen is er een Franse vesting in te ontdekken. Even later zien we langs de kant van de weg toch nog wat restjes sneeuw. We lunchen in het volgende dal langs een rustige zijweg. Lekker in de volle zon, op wat beton. Een pelgrimsechtpaar komt net voorbij lopen. Na tempel 1 zijn dit de enige pelgrims die we vandaag tegenkomen.

Gestaag voert het weggetje weer omhoog. We nemen een steil paadje van betonnen traptreedjes – een henro-afkorting van het kronkelende bergweggetje – en komen daarna al gauw op een pas (met alweer wat restjes sneeuw in de berm), maar een volgend steil henropaadje laten we links liggen en zoeken pas later weer aansluiting daarop. Maar dan komen we onszelf tegen: de hele dag hebben we onszelf geprezen dat we nog niet 1x fout zijn gelopen ondanks het feit dat lopen tegen de normale looprichting in veel moeilijker is… En dan kunnen we het verbindingspaadje niet vinden… Na enig heen en weer lopen, besluiten we een steil stenen plaveisel op de dichtbeboste berghelling op te klauteren, dat na enige meters op niets lijkt uit te lopen. Ik meen in een rood lintje aan een tak een henroteken te herkennen. En het blijkt inderdaad een totaal verwaarloosd henropaadje te zijn. We zwoegen door wilde zwijnen omgeploegde grond, klauteren over omgevallen bamboe- en boomstammen heen, steeds verder omhoog, en na enige tijd belanden we op het gebruikelijke henropad en even later gaat dat over in het pad waarlangs we 2 jaar geleden in omgekeerde richting zijn gelopen. In de diepte zien we de zee, met daarin 2 kleine, puntige eilandjes, en het knalblauwe Love-hotel waar we 2 jaar geleden per ongeluk in terecht kwamen.

Eenmaal op de vlakte is het nog enkele kilometers naar onze overnachtingsplaats: een piepkleine en redelijk aftandse ryokan (waarom in ons routeboekje een ster erbij vermeld staat, is ons een raadsel) aan een in beton ingebedde rivier. Voor ons raam staat een bewegingloze blauwe reiger in het water; 4 kleinere witte reigers lopen even verderop te vissen, die lijken heel wat meer succes te hebben.

We duiken meteen na het avondeten in bed; de jetlag is nog niet bijgeslapen en we zijn stijf en hondsmoe. Ook al was deze eerste loopdag niet al te moeilijk bedoeld, dankzij al die bergen (bergjes…) was het toch best heftig. Mels doet de kamerdeur op slot; het is een van de zeer weinige logementen in Japan waar we ooit een slot op de kamerdeur hebben gezien. Even later wordt er geklopt en nog voor ik open kan doen, staat onze gastheer in de kamer. Om even uit te leggen hoe het slot werkt. Maar dat hadden we al erop gedaan, toch? Ik ben in ieder geval blij dat ik mijn ondergoed aan heb gehouden…

Geplande afstand: 19,5 km (incl. 1 km station-tempel 1), totale stijging 400 m (volgens routeboekje)
Werkelijke afstand: 20,7 km (incl. 1 km vanaf station, 500 m i.v.m. supermarkt en ca. 400 m zoeken naar verbindingspaadje), totale stijging 789 m, totale daling 799 m
Cumulatief afgelegde afstand: 20,7 km
Vertrek-/aankomsttijd: ca. 10.30 (vanaf tempel 1) – 17.00 uur
Looptijd: 4.49 uur
Gemiddelde snelheid: 4,3 km/u (waarschijnlijk 4,0 km/u i.v.m. uitvallen gps gedurende enige tijd)
Bezochte tempels: tempel 1
Blaren: 1 op rechter kleine teen (maar die zat er al vanwege het ‘inlopen’ vooraf…)
Overnachting: minshuku Shiokaze in Hiketa, hoogte 25 m (2 kamertjes, tokonoma, tv, tafeltje, avondeten redelijk (oordeel Mels)/heel redelijk (Yna), ontbijt idem

20140227-090336.jpg

Dag 2: zaterdag 22 februari 2014: Sneeuw? Welke sneeuw?

En dan zijn we plotseling toch onderweg. Met 35 minuten vertraging arriveren we op Kanzai Airport. Ondanks een verrassend snelle afwikkeling bij de douane, missen we toch de ochtendbus naar Shikoku. Maar er is Starbucks, waar we een paar uur doorbrengen tot de volgende bus. Tot onze verrassing is het weliswaar fris (5 graden), maar de zon schijnt en… Er is geen sneeuw te bekennen! Onderweg met de bus zijn er hagen bloeiende camelia en overal buizerds, zelfs boven de eindeloze betonvlakten van Osaka en Kobe. Pas op de bergen achter Kobe is er sneeuw te zien op de hogere hellingen. ’s Avonds (echte!) sashimi en tempura. Voelt als thuiskomen.

20140222-195215.jpg

Dag 1: vrijdag 21 februari 2014: Kwestie van goed plannen…

De natuur in Europa loopt dit voorjaar een maand voor; het is de warmste winter sinds 1901 staat in de krant. We hebben daarom onze pelgrimstocht vroeg gepland, van 21 februari tot 20 mei. Enkele weken geleden bleek echter dat in Japan de hevigste sneeuwval plaatsvindt sinds 45, nee 55, nee… 120 jaar… Zelfs op Shikoku… Aangezien we deze keer meteen de bergen aan de noordkant van het eiland zullen intrekken, hebben we gedurende de 1e loopweek de hoogste berg moeten schrappen. Die plakken we er aan het eind wel weer aan, want we lopen toch een rondje… Maar hoe het verder zal gaan? We zien wel… Eerst moeten we ons nog een slag in de rondte werken om op tijd klaar te staan. Het is ook altijd hetzelfde liedje…

20140406-200742.jpg