Dag 80: zondag 11 mei 2014: Afscheid van Shikoko

Ontbijt, cappuccino bij Starbucks, camera afgeven bij de koban – de buurtpolitiepost – en dan staat David Moreton er met zijn 5 jaar oude zoontje Yuma en zijn enorme auto om ons naar de bootterminal te brengen. We hadden eigenlijk gezamenlijk uit eten willen gaan gisteravond, maar door ons gebrek aan communicatiemogelijkheden is dat misgelopen. Om elkaar nog even te zien en met elkaar te praten, rijdt David ons naar de terminal, waar we nog een uurtje hebben om even te kletsen. David zit nog onder de butsen van het kruipen door de spleet bij bekkaku 3 op 1 mei, zo vertelt hij. We praten ook over de problemen die ontstaan zijn rond de Koreaanse vrouw die Koreaanstalige aanwijzingen op de henro michi had aangebracht. En Davids ongewilde betrokkenheid daarbij: de media beschouwen hem – als auteur van het Engelstalige routeboekje en vanwege zijn betrokkenheid bij de henro michi – als aanspreekpunt als het gaat om buitenlandse henro’s. Net als buitenlandse henro’s hem blijkbaar steeds vaker zien als hulppost in geval van nood…
En dan is er het afscheid van Shikoku. Zo’n 2 uur later komen we aan in Wakayama op Honshu, waar we voor het moment afscheid nemen van Hide-san. We zullen hem later in Nagoya gaan opzoeken, maar eerst zullen Mels en ik Kōya-san bezoeken, samen met Asaka. We nemen de trein naar Kudoyama, waar onze overnachtingsplaats zich bevindt. De ryokan-eigenaar staat bij het station al op ons te wachten en even later komt ook Asaka aan. De man brengt ons naar het net geopende informatiecentrum over Kōya-san en de pelgrimswegen ernaartoe, die sinds 2001 op de Werelderfgoedlijst staan. Later brengt hij ons naar de onsen, waar we na het bad ook eten. Bij terugkomst in de ryokan is er een verrassing: we krijgen de foto cadeau die 2 jaar geleden van ons 3-en is genomen tijdens ons vorige bezoek.
En dan is morgen echt de laatste loopdag!

Overnachting: ryokan Nakagawa, Kudoyama, hoogte 13 m (1 kamer 8 tatami groot met tokonoma, 1 tafeltje; 1 gemeenschappelijke zitkamer 8 tatami groot met tokonoma, 1 tafeltje met 4 grondstoeltjes, tv met dvd-speler, binnenveranda met 2 stoeltjes en tafeltje, geen avondeten, geen ontbijt)

20140520-201043.jpg

Dag 79: zaterdag 10 mei 2014: Shortcut=longcut=turbocut

En dan is er nog bekkaku 20. Hide-san kent een oud henropad – hij heeft het zelf al eerder bewandeld – dat een stuk korter is dan de routes die op onze kaart staan, maar ook een stuk steiler. Eerst nemen we de bus naar het begin van de route en aangezien de 1e bus pas om 9.20 u langskomt, drinken we vooraf op ons gemak een koffie in de lounge. Op onze vraag vertelt de gastvrouw dat het hondje niet bij de ryokan hoort; ze weet dat het elke avond komt schooien bij de eetzaal en dat de gasten het stiekum voeren. Het ziet er dan ook niet ondervoed uit. En waarschijnlijk heeft het een beter leven dan de meeste honden in Japan, die vaak aan een ketting en in een veel te klein hok zitten.
Bij de picknickplaats vóór de ryokan blijkt het hondje alweer op ons te wachten. We spelen ermee tot de bus komt. Het hele verkeer staat stil als het midden op de weg gaat zitten om afscheid te nemen…

Naar bekkaku 20 op 932 m hoogte is het 7 km lopen met ca. 650 m stijging; vervolgens is het 12 km met 900 m dalen tot aan station Anabuki, waar we een trein zullen nemen naar Tokushima. De buschauffeur is zo aardig ons af te zetten bij de shinto-tempel, waar de route start op ca. 270 m hoogte. Zo kunnen we om 9.35 u aan onze klim beginnen. Het pad ligt in het midden van de beide routes die we zelf eerder hebben gelopen, op de grens van Tokushima en Kagawa en de grenspaaltjes van beide prefecturen staan dan ook de hele tijd midden op het pad of net ernaast. Het weinig gebruikte en wat vervallen paadje loopt tot vlakbij de bekkaku omhoog over een smalle bergrug. Ik heb bijna meteen spijt van mijn gisteren aangeschafte 2e staf. Op het afkalvende paadje is nauwelijks plaats voor 2 bergschoenen, laat staan voor 2 staffen aan weerszijden, die ook nog eens regelmatig blijven haken achter het struikgewas. Hide-san had al gewaarschuwd dat het een steil pad was, maar we hadden geen idee hoe erg… Het begint al vrij steil, maar het paadje wordt al spoedig steeds steiler. We ploeteren op benen en stokken moeizaam omhoog, ons – voor zover in de buurt – vastgrijpend aan dunne boomstammetjes en wortels. Soms is er 10-tallen meters lang een touw van boom naar boom gespannen, waarmee we ons omhoog kunnen hijsen. Erg handig, jammer alleen dat ik zoveel stokken in mijn handen vast moet houden… Hide-san houdt nauwgezet afstand en tijd bij op zijn tablet: we gaan een stuk langzamer dan toen hij in zijn 1-tje omhoog klom. Er wordt ons geen rust gegund, slechts weinig tussenmeters zijn wat minder steil van aard. Dan lijkt het even alsof we het ergste hebben gehad. Een tijdlang waden we door bonte, bodembedekkende bamboe. Daarna loopt het pad lange tijd sterk op en neer. Links en rechts is er bloeiende salomonszegel. Het is al 11.27 u wanneer Mels stelt dat we nog slechts halverwege onze geplande stijging zitten: nog 350 m te stijgen… Maar even later komt hij op 150 m nog te stijgen…
Toch komt er nog 3x een erg steile helling. De smalle bergrug wordt een nog smallere, rotsige richel. ‘Grasp the rope!’, roept Hide-san van ver bovenaf als hij ziet dat ik keer op keer probeer een stap te nemen ver boven heuphoogte en het niet lukt mezelf én mijn zware rugzak omhoog te hijsen. Dat helpt!

Vlak voor 2 uur komen we bij de weg langs bekkaku 20. We hebben over het traject anderhalf keer zo lang gedaan als verwacht: Hide-san had op internet gelezen dat langzame klimmers het in 3 uur konden doen; wij hebben er 4,5 uur over gedaan… Ik denk dat Hide-san mij zeer ernstig overschat…
Bij de tempel laten we, net als gisteren, de einddatum van onze tocht erbij zetten. En we kopen elk een bekkaku-diploma; een diploma van de 88-tocht hadden we na onze 2e tocht al eens gekocht. Als ik vraag of de goudkleurige kalebassen achter zijn rug te koop zijn, krijgen we er elk 1 cadeau, evenals een flesje groene thee. Terwijl de monnik onze diploma’s uitschrijft, lunchen we met onze onigiri’s op het bankje voor het stempelkantoor.
Om 3 uur wordt het toch de hoogste tijd weer te gaan afdalen. Het pad waarlangs Hide-san 7 jaar geleden is afgedaald, blijkt inmiddels zwaar vervallen. Dode bamboestammen liggen kriskras door elkaar en op het paadje zijn nieuwe bamboescheuten opgeschoten. Na het bamboebos nemen loof- en naaldbomen het over. In het uitgesleten paadje ligt een dik tapijt van dode bladeren, keien en sugitakken. Na verschillende bijna-valpartijen, gaat Mels onderuit, maar gelukkig niet ernstig. Om 15.43 u komen we bij een 309 m lager gelegen brede weg. Het paadje blijkt een shortcut naar de weg die we 2 jaar geleden ook hebben genomen. Een erg lange weg die ons een dagtraject van zo’n 38 km opleverde. Maar Hide-san kent nog een andere shortcut: vanaf de weg voert een niet meer in gebruik zijnd weggetje wat sneller naar beneden. We vinden er een camera, die er – afgaand op de datum van de laatst genomen foto’s – al 3 weken moet liggen. We nemen hem mee om aan de politie af te geven.
Een shortcut op de short cut blijkt in een veld te eindigen. En ook een volgende afslag levert niets op; deze keer eindigen we bij een huis. We proberen bij het huis nog wat paadjes uit, zonder resultaat. We kloppen tevergeefs aan: de post in de brievenbus is van januari dit jaar; onder een afdak staat een scootmobiel; de bewoner is overleden of weggetrokken; in ieder geval is het huis verlaten. Er zit niets anders op dan terug te keren naar de 1e weg. Om 16.43 u zijn we terug bij het punt waar we de weg een uur eerder hebben verlaten. We lopen iets verder langs de weg en zien dan het dal liggen waar we naartoe moeten: een brede vlakte in de diepte vol stedelijke bebouwing. Mels schat dat het nog 2 uur zal duren voor we zijn afgedaald, dan moeten we nog minstens 5 kilometer afleggen door het dal naar het station, waar we een 1x per uur gaande trein kunnen nemen om een uur later in Tokushima aan te komen. Dat wordt een latertje…
Met elke stap realiseer ik me dat dit de laatste dag is op dit heerlijke eiland. Weer twijfelt Hide-san bij enkele zijweggetjes. Uiteindelijk nemen we een wat groter weggetje naar beneden, maar dat splitst zich al gauw weer. Hide-san houdt een pick-up aan en vraagt het echtpaar in de cabine naar de weg. Het blijkt ingewikkeld. Hij vraagt of ze misschien het telefoonnummer van een taxicentrale weten. Slimme vraag! We mogen mee in de laadbak, ik zittend op een kratje, de mannen op wat kranten. Een heerlijke rit, aanvankelijk langzaam rijdend, op de grotere wegen oplopend tot minstens 70 km/u. Ze zetten ons af bij de middelbare school waar ze zelf op hebben gezeten en elkaar hebben ontmoet; uit allerlei lokalen klinkt muziek door de open ramen. Vandaar kunnen we een taxi nemen naar het station. En zo is onze wandeling plotseling ten einde. Om 7 uur lopen we ons hotel in Tokushima binnen. Na de ofuro trekken we de stad in. ‘Drinks!’, zegt Hide-san. ‘Food!’, zeggen Mels en ik. Het is zaterdagavond en de drink- en eetbars puilen uit. Het restaurant van het hotel blijkt een uitstekend alternatief. Lekker rustig in een privé-cabine. ‘Katsuo?’, vraagt Hide-san. Hij heeft mijn favoriet opgepikt uit mijn blog. ‘Saved by the truck!’, karakteriseert Hide-san de dag. Maar naar Asaka mailt hij: ‘We’ve taken the ropeway today!’, vertelt hij ons en Asaka vraagt zich af waar toch in ’s hemelsnaam die kabelbaan is…
Tot laat zitten Mels en ik op de kamer nog de mail door te nemen. Meer dan 2 weken hebben we geen wifi gehad, dus er ligt wat te wachten…
Ik slaap 3 uurtjes, dan lig ik te luisteren naar het luide gegok van kraaien, nog steeds hoorbaar tussen alle getoeter, voorbijtrekkende politiesirenes en stationsmededelingen.

Geplande afstand: 19 km, totale stijging 650 m, totale daling 900 m
Werkelijke afstand: ca.13 km, totale stijging 933 m, totale daling 1163 m (incl. rit pick-up), hoogste punt (bekkaku 20) 932 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1453,9 km (+19 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.35 (bij shinto-tempel) – ca. 17.05 uur (tot instappen in pick-up)
Looptijd: ? uur
Gemiddelde snelheid: ? km/u
Bezochte tempels: bekkaku 20
Blaren: 0
Overnachting: Sun Route Hotel, Tokushima (westerse kamer, 2p-bed, bureau met stoel, tv, badkamer met bad/douche/wc, wifi op de kamer, uitzicht op stationsplein en omringende bebouwing, geen avondeten, prima ontbijt)

20140520-100506.jpg

20140520-100643.jpg

20140520-100700.jpg

20140520-100715.jpg

Dag 78: vrijdag 9 mei 2014: Henro-soap

Na het ontbijt om 6 uur zitten we om 6.15 u weer op de kamer. Slechts 12 km te lopen, door de laagvlakte naar het oosten, via tempel 3 en 2 naar 1, waar we de officiële henro michi af zullen sluiten. Om 8 u zal er een cameraploeg van de NHK voor de deur staan, die onze laatste kilometers zal vastleggen. We hebben zelden zo gelummeld vroeg in de ochtend…

De producer/interviewer/cameraman is samen met een tolk. Nadat ze ons afscheid van de gastvrouw hebben vastgelegd, hollen ze met zijn 2-en telkens langs ons heen om ons op te wachten voor een volgende shoot. Het is een vermakelijk gezicht. Ik zou wel een film van hun geren willen maken. ‘Jullie lopen snel!’, hijgen ze. Voelen we ons eerst wat gespannen met de camera voortdurend op ons gericht, al gauw went het. We negeren ze zoveel mogelijk. Ik zou dit niet gewild hebben tijdens onze 1e tocht, want zo’n laatste dag is toch altijd een emotioneel afscheid van een lange en intense periode. Maar nu maakt het me niet uit. Ik hoop alleen dat ik niet verbrand, want ik heb mijn hoedje niet opgezet en ik ben ook gevraagd mijn zonnebril af te laten, en ondanks de af en toe dreigend uitziende bewolking, steekt de zon aardig: het is 26 graden…
Onderweg naar tempel 3 komen we langs het ‘inner sanctum’ van die tempel. We lopen er even naar binnen en kijken wat rond. Bij de poort spreekt een jonge vrouw me aan, Engelssprekend. Ze vertelt wat over de steen die bij de poort staat. Ik vraag me af of dit in scène is gezet; het gesprekje is haast te mooi… Even later worden we door de monnik uitgenodigd voor een kop thee of koffie. Ook andere henro’s komen erbij zitten. ‘NHK…’, zegt de monnik erbij. Dus toch in scène gezet… Nou ja, de voorvallen zijn in ieder geval wel representatief voor wat we onderweg meemaken…
Daarna zijn we al gauw bij tempel 3. ‘Do not forget looking into the well at Konsenji in order to confirm your remaining 3 years’, text Hide-san vlak voor we aankomen. Gelukkig zien we allemaal ons spiegelbeeld en daarna sms-en we terug: ‘We can confirm…’
Bij tempel 2 weten de NHK-mannen een oud henropaadje, maar helaas, het leidt ons weer terug naar de tempel. Geeft niets, we zijn altijd in voor iets nieuws en de NHK-mannen hebben wat mooie opnamen kunnen maken.
En zo bereiken we vlak voor 12 uur tempel 1. De tranen blijken weer vlak onder de oppervlakte te zitten, ondanks de camera. Na de rituelen melden we ons bij het stempelkantoor. We laten de einddatum van onze henro michi erbij schrijven. Helaas mogen er geen opnamen van worden gemaakt. Wel van de thee met cake die we daarna krijgen aangeboden in het zithoekje en van het bijzetten van de einddatum bij onze namen in het Boek der Voltooiing. Buiten de camera om, kopen we allebei nog een staf, voor onze verzameling thuis. En groene osame fuda’s, want vanaf de 5e tocht mogen we groene in plaats van witte gebruiken. Leuk voor onze ego’s!

Na een lunch in een westers geöriënteerd restaurant vlakbij de tempel, is er in een stil hoekje naast de tempel nog een lang interview. Eigenlijk hadden we even na 3 uur de trein en daarna de bus moeten pakken naar onze overnachtingsplaats in de buurt van tempel 88, vanwaar we morgenvroeg naar bekkaku 20 zullen lopen, maar dat halen we niet. De NHK-mannen hebben daarom aangeboden ons naar het betreffende busstation te brengen, waar Hide-san op ons zal wachten om morgen samen met ons te gaan lopen. Daardoor zien we bij toeval de zee terug, want de autoweg loopt deels langs de noordkust.
Onderweg doen we bangai Yotaji aan, de ‘inner sanctum’ van alle 88 tempels. Een tip van Hide-san. We halen er ook nog een stempel. Bij het busstation in Shido staat Hide-san al te wachten. We nemen afscheid van de NHK-mannen en lopen dan naar de town hal een kilometer verderop, waar de bus naar onze overnachtingsplaats zou moeten staan. Daar worden we echter weer teruggestuurd naar het station. De mannen van de stilstaande bus waar we navraag deden, zijn echter de beroerdste niet. De bus wordt gestart en we worden netjes teruggereden naar het station, waar we nog tijd over hebben om een kop koffie te drinken in het ernaast gelegen restaurant, waar we al eens eerder hebben gezeten: tijdens onze allereerste tocht.
Zowel eerder in de auto van de NHK-mannen als tijdens de bustocht naar onze overnachtingslaats, komen we langs talloze tempels en looptrajecten waar we eerder tijdens onze laatste of tijdens een van de voorgaande tochten zijn geweest, zoals de henrosalon, waar we op 25 februari waren. De bustocht voert door de bergen, waar we niet ver van tempel 88 eindigen, tot onze verbazing bij de top-ryokan waar we 2 jaar geleden ook hebben overnacht en die dit jaar dicht was toen we er langskwamen. Als ik uitstap, zit tot mijn zeer grote verrassing het hondje te wachten dat ons op 25 februari zulke angstige momenten bezorgde toen het een tijdlang met ons meeliep en tussen het drukke verkeer door laveerde. Het hondje gaat uiteindelijk mee met enkele andere reizigers die uitstappen, wij met de medewerkster van de ryokan, die op ons staat te wachten. In de lounge gaat meteen de tv aan voor ons, want Mels en ik zouden vandaag op tv te zien zijn na een eerder interview. Maar onze bus was 10 minuten te laat en mogelijk is het item net toen ervoor geweest, want ook later onder het meer dan uitstekende diner blijft de tv aan op de juiste zender en schitteren wij door afwezigheid.
Een van de gastvrouwen komt met een paar kopietjes. Hide-san had ze in de bus laten liggen en de buschauffeur heeft ze afgegeven op de terugreis. En dan is er weer het hondje: Geduldig zit het voor de glazen schuifdeuren te wachten. Hide-san weet een deur open te schuiven; Mels voert hem wat stukjes vlees. Blijkbaar heeft hij toch geen thuis…

Na de ofuro schuiven we meteen de futon op. We zijn allebei behoorlijk moe: een lange tocht door de bergen maakt minder moe dan een tv-optreden… De dag laat ons achter met een mix aan emoties. We hebben vandaag weliswaar de officiële henro michi afgerond, maar morgen gaan we nog een ‘restje’ – bekkaku 20 – bezoeken en nog eens 2 dagen later Kōya-san. Het voelt af en niet af tegelijk. En ook het interview houdt ons bezig. ‘Als ze je maar niet neerzetten als het wonder van Shikoku’, zegt Mels, want het accent is erg op mijn ziekte komen te liggen. Dat hoop ik ook van ganser harte…

Geplande afstand: 9,2 km, totale stijging 0 m, totale daling 0 m
Werkelijke afstand: 9,8 km, totale stijging 229 m, totale daling 203 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1440,9 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.08 – ca. 12.00 uur (excl. bezoek aan tempel 1 en afsluiting)
Looptijd: 2.00 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: tempel 3, 2, 1
Blaren: 2
Overnachting: Takeyashiki in Sanuki City, hoogte ca. 336 m (kamer 10 tatami groot, tokonoma/kastenwand, tafeltje/2 grondstoeltjes, tv, kluis, halletje/kastenwand, binnenveranda met wasbak en tafeltje/2 stoeltjes, wc, uitzicht op tuin en omringende bergen), avondeten uitstekend, ontbijt prima)

20140519-230759.jpg

Dag 77: donderdag 8 mei 2014: Bij de wilde zwijnen af

Bij het ontbijt is de vrouw die gisteren tegen me uitviel, weer even aardig tegen me als gisteren voor het voorval. Ik geloof ook niet dat ze witheet van woede was, zoals Mels later suggereerde. Maar ze wilde me iets duidelijk maken over een onderwerp dat heel belangrijk is voor haar. En dat is binnengekomen.
Van de vrouw van het aardige autohenro-echtpaar dat bij ons aan tafel zit, krijg ik een snoezig, zelfgemaakt hoesje voor een pakje tissues, in de vorm van een jurkje. Ik geef haar een osame fuda.
Onigiri kunnen we helaas niet krijgen bij dit goed geoutilleerde en uiterst gesmeerd lopende henroverwerkingsbedrijf. Dat betekent op onze laatste crackers bijten, want er zijn geen restaurants of winkels onderweg. Ons plan is vanaf onze overnachtingsplaats in de riviervlakte eerst de aan de noordkant liggende bergen in te trekken naar bekkaku 1: zo’n 7 km met 450 m stijging. En daarna door de bergen heen – naar het oosten – naar tempel 4 te lopen, een route die we nog niet eerder hebben gelopen. Waarna we weer naar dezelfde riviervlakte af zullen dalen voor tempel 5 en onze overnachtingsplaats. Door 2 tempels om te draaien, wordt ons dagtraject 4 km minder dan de eerder geplande 17 km. Qua tijd zal het niet uitmaken, want we moeten ervoor door de bergen.
In de hal van het gastenverblijf vinden we een cappuccino-automaat en terwijl we de grote en de kleine bus zien vertrekken, en de autohenro’s, en zelfs ook nog 3 loophenro’s ontwaren, doet Mels nogmaals een poging om voedsel te verkrijgen. Er moet behoorlijk wat rijst zijn overgebleven van het ontbijt. Maar de monnik is onverbiddelijk. Geen onigiri.
Wij vertrekken om 7.50 u. Uiteraard weer als laatste… Een afscheidscomité is er niet meer. Nog voor we de vlakte uit zijn, lopen we al verkeerd. Een afslag te vroeg genomen. Bij toeval komen we daardoor langs een buurtwinkeltje, waar we cakejes, koekjes, chocolade en bananen kunnen kopen voor de lunch. We krijgen er 2 grote citrusvruchten bij. We zijn druk met het opbergen van het eten, als er een auto naast ons stopt. Daniel, Amerikaan, getrouwd met een Japanse en vlakbij wonend en werkend als docent. We zijn uitgenodigd voor de volgende keer.

We dreigen nog verder de verkeerde kant uit te lopen. We zien de hele tijd de pagode van bekkaku 1 op de naderende berg voor ons staan, maar alle weggetjes op de vlakte hebben de neiging na enige tijd naar de verkeerde kant om te buigen. Plotseling is er een stem uit het struikgewas naast de weg: ‘Jullie zitten fout!’ Een magere man zonder tanden, maar wel met een lange, grijze staart, komt de weg op rennen. Achter hem ontwaar ik vele kooien met in elk een wild zwijn. Smekende blikken kijken me aan. Ik moet denken aan het verhaal dat Dolf en Fumika ons vertelden: Bij hen in de buurt woont een man die met vallen wilde zwijnen vangt. De dieren worden – allemaal met een poot minder – vetgemest in kooien. Op een dag kwamen ze er voorbij wandelen, toen de man met een kornuit bezig was ze met messen op lange stokken dood te steken door de tralies. Een verschrikkelijk doodstafereel. Een verhaal dat me nog steeds achtervolgt…
Ondanks de uitleg van de man, zitten we even verder weer fout. Maar de man komt ons inmiddels met de auto achterna rijden. Hoe we verder moeten lopen om weer op de route te komen, is lastig uit te leggen en daarom rijdt hij telkens een stukje voor ons uit, tot de volgende afslag. Dat gaat zo een hele tijd door, tot Mels concludeert dat hij ons inmiddels op de route voor autohenro’s aan het brengen is. De man verdwijnt net met zijn auto om de bocht, daarom moeten we helaas – zonder hem te waarschuwen – een andere weg inslaan. Enkele afslagen later, in een wirwar aan straatjes, horen we hem weer achter ons rijden. Hij is niet beledigd, begrijpt dat we de kleine weggetjes willen volgen en gaat opnieuw voorrijden. Tot we bij een doorgang onder de snelweg zijn, waardoor we de bergen in kunnen. Dan neemt hij zwaaiend afscheid. Een osame fuda wil hij niet.

Aan de andere kant van de doorgang gaan we even zitten op een betonnen muurtje om te rusten, want we hebben in redelijk hoog tempo gelopen zolang de man ons voorreed met de auto. Een vrouw met een paraplu komt 3x langslopen. De 1e x zegt ze gedag en keert dan om. De 2e x vraagt ze of we wel de goede richting uit lopen. De 3e x zegt ze ons hier weer langs te lopen na ons bezoek aan bekkaku 1, dan zal ze hier sinaasappels voor ons klaarleggen. Maar we komen hier niet meer langs, want we willen door de bergen verder lopen. Er ontstaat enig dispuut, maar uiteindelijk accepteert ze ons besluit. Als ze weg is, kijk ik naar het asfalt. ‘We zitten met onze voeten op een mierenweg’, zeg ik tegen Mels. Maar eigenlijk is er niet 1 smalle weg met mieren; een groot deel van de asfaltweg rondom ons wordt bewandeld door grote zwarte mieren. We proberen er een patroon in te ontdekken. Vooralsnog lopen ze niet tegen onze voeten op; hoogstens zitten er een paar op onze staffen. Pas een hele tijd later ontdekken we dat ze ook onze achterwerken hebben ontdekt en vooral… de zak met eten. Ze zijn blijkbaar een stuk sneller van begrip dan wij…

Een tijdlang voert een weggetje ons door boomgaarden de berg op – het is erg heet op het schaduwloze asfalt -, dan klimmen we verder via afkortende paadjes, die meer in de schaduw van de bossen lopen, omringd door aarden wallen vol varens en rijen violette azalea’s. Hogerop zijn er weer de hardroze bloeiende azalea’s. Op een bord staat dat het storten van afval een boete van ¥ 10 mln (€ 70.000 tegen de huidige koers) en 5 jaar gevangenisstraf op kan leveren. We zien de borden wel vaker. Maar evengoed zien we overal in de natuur massa’s afval gestort, vooral langs wegen met een flinke afgrond…
Om 10.15 u komen we aan bij het poortgebouw van bekkaku 1. Zoals gewoonlijk staan er links en rechts van de poort rikishi, die de tempel bewaken: ze weren het kwaad af. Wij noemen ze altijd ‘de boze mannen’, omdat ze altijd nogal agressief kijken. Meestal zijn deze beelden van hout gemaakt en sterk verweerd. Zo ook deze. Maar als ik wat beter kijk, ontdek ik beweging bij beide beelden: er zitten bijennesten in!
Na de poort volgt nog een lange trap, omringd door bamboebossen waar de wind lawaaierig doorheen trekt, vol geheimzinnige geluiden. Midden op het tempelterrein staat een enorme ginkgo. Voor het eerst zie ik nu alle ginkgo’s bij de tempels in blad en kan ik ze eindelijk herkennen. In het stempelkantoor krijgen we koffie met koekjes, net als de vorige keer. De aardige stempeldame heeft inmiddels een dochtertje, 1 jaar oud.
We vragen of ze ons kan vertellen hoe we vanaf de tempel bij het pad door de bergen kunnen komen. Ze vertelt dat het pad niet meer begaanbaar is. Mels en ik overleggen. We hebben nogal eens meegemaakt dat lokale mensen niet altijd even goed op de hoogte zijn van de wandelpaden, maar meer de auto gewend zijn. Hoe erg zal de toestand van het pad zijn? We hebben weinig zin de dag voor onze afronding van de henro michi nog te verongelukken. Maar het kan geen kwaad een kijkje te nemen…
We lopen een eindje die kant op, maar dan komen we bij een bord waarop staat dat het pad door de bergen is afgesloten vanwege werkzaamheden. Mels vraagt het ook nog eens na bij het huis er vlakbij, maar krijgt dezelfde boodschap nog eens bevestigd. We twijfelen hevig, maar keren uiteindelijk toch maar terug naar het dal, over hetzelfde pad als op de heenweg. En zo staan we om 12.40 u weer bij de snelweg, nu bij 1 doorgang verder naar het oosten. De warrelwind die opstak bij het afdalen, blijkt eenmaal terug in het dal af en toe stormachtig, afgewisseld met windstille en dan plotseling weer bloedhete hoekjes.

We besluiten om een weggetje langs de snelweg te nemen, dat ons verder naar het oosten zal voeren, om dan vervolgens toch eerst tempel 4 en dan 5 te bezoeken. Theoretisch is dat iets korter dan eerst tempel 5 en dan 4 te doen… Het weggetje blijkt echter weer een 7-heuvelenweg te zijn, iets wat we al eerder hebben meegemaakt met parallelweggetjes langs snelwegen. Het weggetje golft voortdurend – en tamelijk heftig – op en neer en dan weer aan de ene kant van de snelweg, dan weer aan de andere kant. Bij de laatste duik naar beneden, vlak voor we opnieuw af zullen slaan naar de noordelijke bergen, ga ik onderuit op de massa’s bolronde zaden die er op het asfalt liggen. Ik val eerst op mijn linkerknie, glijd dan nog een keer uit en kom vervolgens languit op mijn rechterbil terecht, maar ik weet met mijn hoofd net de scherpe vangrail te vermijden. De schade valt mee: wat schaafwondjes en wat zere onderdelen. We nemen meteen maar een late lunch met cakejes en koekjes als we even later een rest hut zien. Zo’n 700 m en een kleine stijging later is er tempel 4, waar we in een lange, houten galerij tussen de hoofdtempel en de daishido 33 zeer fraaie, oude beelden van Kannon bewonderen. Van de stempelmonnik krijgen we elk een brocaten osame fuda: 224 x staat erop, zo vaak heeft de henro die deze briefjes heeft achtergelaten bij de tempel, de tocht volbracht.
Daarna is het maar 2 km naar tempel 5, waar we na de rituelen even onder de enorme ginkgo midden op het tempelterrein gaan zitten. Maar ik wil al snel verder: mijn zere lichaam verlangt naar een ofuro.

Onze overnachtingsplaats is vlakbij de tempelpoort. We worden uiterst hartelijk ontvangen. We hebben er 2 jaar geleden ook al geslapen, maar het hele onderkomen is 3 maanden geleden gerenoveerd: licht hout, behang, lichtgroene tatami.
Het avondeten is al om 17.00 u. We delen het met 6 andere loophenro’s, een 7e komt aan het eind van de maaltijd binnen. Op 1 henro na, die net als wij in omgekeerde richting loopt, is iedereen gisteren begonnen aan de pelgrimstocht. Het nieuwe, verwachtingsvolle straalt er vanaf. Dat valt me nu des te meer op, nu wij zelf het einde van de tocht naderen. Een leuke tegenstelling. Het maakt me blij.
Al om 18.00 u zitten, of liever hangen we weer op de kamer, half liggend op de stapeltjes beddengoed, afgewisseld met tegen een muur zittend. Om 20.00 u gaan we maar weer op de futon.

Geplande afstand: 16,7 km (langere route: via tempel 5 naar 4), totale stijging 480 m, totale daling 480 m
Werkelijke afstand: ca. 16,3 km (gps werkte zeer korte tijd niet), totale stijging 691 m, totale daling ca. 672 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1431,1 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.49 – ca. 16.45 uur
Looptijd: 3.41 uur
Gemiddelde snelheid: 4,4 km/u
Bezochte tempels: bekkaku 1, tempel 4, 5
Blaren: 2
Overnachting: Morimoto-ya in Itano Town, hoogte ca. 26 m (kamer 8 tatami groot, tokonoma/kastenwand, tafeltje, tv, avondeten prima, ontbijt redelijk)

20140519-210354.jpg

20140519-210419.jpg

20140519-210442.jpg

Dag 76: woensdag 7 mei 2014: The henro-trap

In de ontbijtzaal staat onze gastvrouw ons op te wachten, van blijdschap met de handen in de lucht. Onze blijdschap is niet minder groot. Bij ons vertrek om 7.15 u geven we haar Delftsblauwe klompjes, de laatste die we hebben. Shikoku was al vergeven van de klompjes voor we in 2010 voor de 1e x onze henro michi liepen en ze nog eens links en rechts uitdeelden. En nu gaan we ze echt niet meer kopen…
Kort na ons vertrek merken we dat we de oude henro michi route, die wat meer westelijk om Tokushima heenloopt, voorbijgelopen zijn. Daarom besluiten we de andere – iets langere – route te nemen, die meer door de stedelijke bebouwing van Tokushima voert. Daarmee missen we het café ‘van de man met het hondje’, het supermarktje ‘met het geïmproviseerde zithoekje middenin de winkel’ en de lage, zeer lange, 1 auto brede brug over de Yoshinogawa, waar we de 3 voorgaande tochten langs liepen. Maar we komen nu wel langs een McDonald’s. Althans, als we nóg wat extra omlopen. En zo zitten we al binnen een half uur na ons vertrek aan de cappuccino…

Eigenlijk hebben we een ‘overvol’ programma: ‘slechts’ 23 km te lopen, voornamelijk over vlak land, maar wel met 5 tempelbezoeken, slapend bij de laatste. Na de cappuccino zetten we dan ook de sokken erin. Met mijn knieën valt het erg mee, na de flinke dosis paracetamol die ik vanmorgen heb genomen. Ik probeer nog even wat wifi op te vangen – want dat is al heel lang geleden dat we dat hadden… – maar tevergeefs. Ik houd ermee op als ik flink struikel over het ongelijk liggende plaveisel.
We lopen de stad uit, verder naar het noorden, en na een lange brug – 2-baans weg met aan weerszijden een riant loop-/fietspad – over de Yoshinogawa, nemen we een smalle weg naar het westen, over een dijkje langs de rivier. De drukte valt meteen van ons af. Denkend aan Holland… Brede rivieren en smalle dijkjes: overal ter wereld een uiterst aantrekkelijk landschap.
Na 10 km komen we in de buurt van tempel 10. We kunnen – net als tijdens voorgaande tochten – onze rugzakken achterlaten bij een bedrijfje waar kakejiku worden gemaakt, mooie rollen voor aan de muur, waarop de plaatjes kunnen worden geplakt die je bij de tempels kunt verzamelen. Via een weggetje en 333 treden klimmen we vervolgens naar de tempel die tegen een helling aan de noordzijde van het rivierdal is gelegen. Op de terugweg, bij het oppikken van mijn rugzak, krijgen we groene thee aangeboden.
Daarna trekken we langs de noordzijde van het brede rivierdal van de Yoshinogawa naar het oosten, langs sawa’s en velden vol tabaksplanten, afgewisseld met huizen. Vanaf de zee in het oosten waait een verfrissende wind en dat is erg fijn, want na een koele start is het weer erg warm. Zo’n 4,5 km verder is er tempel 9. Vlak ervoor komen we een Engels paar tegen. Ze zijn op huwelijksreis, vertellen ze. De henro michi leek hen wel een gepaste uitdaging.
Voor we tempel 9 binnengaan, leggen we aan bij het piepkleine udon-restaurantje tegenover de ingang. Hier heb ik in 2010 voor het eerst udon gegeten. Inmiddels is mijn slurp-techniek wat verbeterd, maar nog niet veel… Op de akker ernaast zijn rijstvogeltjes druk in de weer.
Na nog eens 2,4 km is er tempel 8 en 4,3 km later tempel 7. En dan is het nog maar 1,5 km naar tempel 6, waar we zullen overnachten. Het is net 3 uur geweest als we bij tempel 7 vertrekken, dus we hebben alle tijd. Onderweg komen we langs een fraaie shinto tempel, waar we even rondkijken en wat afgevallen bladeren verzamelen van de grote ginkgo die er staat. We maken er een praatje met een 82-jarige voorbijganger. Even verder maak ik foto’s van een mooi hondenhok en de bewoners ervan, als de eigenares met haar dochtertje naar buiten komt. Ze laten de honden wat kunstjes doen en we krijgen een flinke fles groene thee en een zak broodjes mee.

En zo is het toch bijna 5 uur als we bij tempel 6 aankomen, tegelijk met een grote busgroep en een klein busje vol henro’s. We willen, voor we de rituelen gaan uitvoeren, voor de zekerheid onze stempelboeken laten stempelen, maar er komt na ons een man met een grote weekendtas binnenstormen, waarin alle stempelboeken van de busgroep zitten en hij dringt voor, de ene stempelmonnik een busseltje rollen onder de neus duwend, de andere stapels stempelboeken. Gelukkig krijgen we toch onze stempels.
Halverwege de rituelen, worden we aangesproken door een program director van de NHK. Of we mee willen werken aan een programma over buitenlandse henro’s. Later, na onze aanmelding bij het gastenverblijf, hebben we een oriënterend gesprek. Hij wil ons graag filmen als we bij tempel 1 aankomen, het officiële einde van de 88-tempels tocht.
Daarna moeten we ons haasten naar de eetzaal en na het eten is er de avonddienst. Wij zijn bij binnenkomst in het gastenverblijf uitvoerig geïnstrueerd; de 60 Japanse gasten krijgen de instructies voorafgaand aan de dienst, want als onderdeel van de dienst moeten we allerlei rituelen uitvoeren. Toen we hier 2 jaar geleden logeerden, hebben we dat al eens meegemaakt en het verbaast me dan ook niet dat na het reciteren van soetra’s nogmaals instructies komen en iedereen tassen en rozenkransen om de nek hangt. Ik hang ook maar mijn rozenkrans om mijn nek om mijn handen vrij te hebben tijdens de rituelen. Na het afgeven van een osame fuda, worden we naar een ruimte achter de hoofdtempel geloodst, waar in een brede, ondiepe goot een waterstroompje kabbelt. We steken er op de mini-eilandjes een takje met een label van een overleden voorouder en laten een plastic kommetje met een kaarsje erin wegdrijven. Daarna verbranden we in een vuur een houtje waarop een wens is geschreven. Het gaat allemaal wat chaotisch en snel. De serene rust die er de vorige keer was, ontbreekt geheel en al. ‘Processing’, noemt Mels het later. Lopende-bandwerk. Misschien komt het mede omdat we deze keer met 60 mensen in de ruimte staan (in maart moeten het er zelfs 200 zijn geweest!), maar ondanks allerlei instructies ontbreekt er ook veel informatie. In een volgende ruimte moeten we enkele keren rond een groot beeld van Amida lopen. En daarna over de knieën van een zittend beeld wrijven. Algehele genezing verzekerd, zo vertelde een monnik ons bij het geven van de instructies. Plotseling staan we weer in de hal van het gastenverblijf. Een vrouw komt op me af. Of ik wel weet dat een rozenkrans geen halsketting is, herhaalt ze keer op keer, nogal heftig. Ik ben onthutst. Natuurlijk weet ik dat. Het voorval laat me met een verdrietig gevoel achter.
We proberen nog het wachtwoord van de wifi te krijgen, maar dat schijnt alleen voor eigen gebruik te zijn. De kamer is warm en benauwd; het raam op een kiertje brengt meteen een vloed aan kleine en grote muggen binnen. We slapen allebei slecht.

Geplande afstand: 18,6 km, totale stijging 150 m, totale daling 150 m
Werkelijke afstand: ca. 23 km (gps werkte korte tijd niet), totale stijging 513 m, totale daling ca. 584 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1414,8 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.08 – ca. 17.05 uur
Looptijd: 5.02 uur
Gemiddelde snelheid: 4,5 km/u
Bezochte tempels: tempel 10, 9, 8, 7, 6
Blaren: 2
Overnachting: gastenverblijf tempel 6 in Kamiita Town, hoogte ca. 9 m (kamer 10 tatami groot, tafeltje, tv, zitvensterbank, wastafel in open halletje, uitzicht achterkant fraai tempelgebouw, avondeten redelijk, ontbijt redelijk)

20140519-205039.jpg

20140519-205059.jpg

20140519-205113.jpg

20140519-205128.jpg

20140519-205144.jpg

20140519-205157.jpg

Dag 75: dinsdag 6 mei 2014: Fluitend door de hel

En dan is er de pelgrimshel. Waarom deze tocht, als enige, deze eretitel heeft gekregen, weten we niet. Er zijn veel meer moeilijke dagtrajecten en sommige zijn zelfs een stuk zwaarder dan deze. Misschien heeft dit traject zijn reputatie gekregen omdat het vroeg in de totale tocht zit en de loophenro’s dan over het algemeen nog niet zo getraind zijn. Of omdat het bijzonder mooie traject ook onder bushenro’s populair is om te lopen. Evengoed is het geen makkelijke tocht: 3 bergen in 1 dag…

Om 7.10 u vertrekken we om eerst naar tempel 12 te lopen. Dat betekent vanaf 200 m hoogte zo’n 500 m stijgen naar 710 m. Eerst via de weg naar de voet van de berg en dan over bergpaden naar boven. Op open plekken en langs het pad staan grote hoeveelheden Japanse irisjes en koningsvarens. Kort voor tempel 12 komen we langs Joshin-an, een heiligdommetje met een beeld van Kukai en een enorme ginkgo. Half verborgen achter het gebouwtje staat een tentje. Wasgoed hangt over een bank. Om 8.35 u komen we aan bij tempel 12 op 710 m hoogte. Deze keer is er geen sneeuw, maar staan er bloeiende pioenrozen. Het is er koud en na de rituelen lopen we snel door. Om 9.30 u beginnen we aan de 1e afdaling: een moeilijk paadje, dat gelukkig niet extra glibberig is door de regen van de voorgaande dag. Om 10.07 u bereiken we een klein beekdal op 416 m hoogte. Het is er warm. Terwijl we weer wat kleren uittrekken, zingen overal rondom ons nachtegalen. Om 10.20 u beginnen we aan de volgende klim. We komen steeds meer wandelaars tegen; meer hikers dan loophenro’s, en ook enkele joggers.

Om 11.27 u bereiken we de 2e top: Joran-an, gelegen op 744 m hoogte, met een gigantische, oude sugi en een beeld van Kukai. We rusten er op wat bankjes. Een schilderachtig mooi punt, maar het is er altijd nogal wat tochtig en al om 11.47 u beginnen we aan de volgende afdaling. Om 12.25 u komen we aan bij Ryusui-an op 508 m hoogte (na eerst nog wat verder te zijn afgedaald tot 488 m). Een verstilde oase, verscholen in een kleine vallei: Wat kleine tempeltjes op een rij, roze rododendrons en violette irissen. We eten er onze meegebrachte onigiri op. Het is er uitgestorven; de laatste wandelaar kwamen we kort na Joran-an tegen.
Maar als we om 13.00 u vertrekken, komt er toch nog een nieuwe wandelaar aan. We klimmen het dal uit via een steil pad achter de tempelgebouwtjes: een henro korogashi, ‘daar waar de henro naar beneden valt’. Maar het pad heeft een opknapbeurt gehad – evenals het kleine onderkomen in een hoek van het pad – en nu is het een relatief makkelijke klim, omringd door bloemen en varens. Op de rand van de steile helling werp ik nog eenmaal een blik op de mooie tempelgebouwtjes, dan huppelt het pad verder door de bossen, langzaam stijgend tot de volgende top op 601 m, die we om 13.45 u passeren. Daarna volgt een lange afdaling. Op het pad ligt een dood spitsmuisje en even verderop een zieltogend molletje. Tussen de vele hardroze azalea’s is af en toe een violetbloeiende struik te vinden. De aardsterren waarmee de steile wanden van holle paden in het vroege voorjaar (begin maart) zijn bezaaid, ontbreken nu geheel. Het verborgen leven van Shikoku… Het is een gedachte die me wel vaker bekruipt: Elke stap die we zetten op Shikoku, is slechts een momentopname. Als we aardsterren zien, denken we dat ze er het hele jaar zijn. Maar het leven rolt door, zowel met het wisselen van de seizoenen in de natuur, als wat betreft het dagelijks leven in de dorpen en steden waar we doorheen lopen. Dit jaar zien we er iets meer van, omdat we in tegengestelde richting lopen en dus op een ander tijdstip langstrekken: een 2e momentopname…

Een rest hut waarvan we de bouw al tijdens een eerdere tocht zagen beginnen, is nu klaar en biedt een weids uitzicht over Tokushima. Door het langgerekte, brede dal loopt de brede Yoshino rivier en we zien de brug waar we morgen overheen zullen lopen en de bergruggen aan de overkant van de rivier waar we dan enkele tempels zullen bezoeken. Het waait wat teveel en al gauw trekken we weer verder. Om 14.30 u passeren we nog een heiligdommetje – Chodo-an. Langzamerhand naderen we het einde van onze afdaling. Na een kleine theeplantage – die er dit jaar onverzorgd bij ligt – komen we in een klein beekdal vol schrijntjes en beelden. We komen nu weer wandelaars tegen, die een ommetje in de omgeving aan het maken zijn. Het levert regelmatig een vermakelijk gesprekje op: ‘U loopt de verkeerde kant uit?’ ‘Ja, wij lopen de verkeerde kant uit.’ ‘Dan is het goed…’
Om 15.35 u bereiken we tempel 11 op 53 m hoogte. Minder dan een kilometer later zijn we bij onze overnachtingsplaats. We slapen er voor de 4e x en kijken ernaar uit, maar de allerhartelijkste gastvrouw is er niet. Even vrezen we dat er iets met haar is gebeurd, maar echtgenoot en zoon verzekeren ons dat alles in orde is. Het valt ons op dat vader en zoon een stuk extraverter zijn, misschien omdat mama-san er niet is?

Via de achterdeur (=in omgekeerde richting lopen) blijkt de pelgrimshel een stuk makkelijker te zijn dan via de voordeur… Theoretisch scheelt het nauwelijks, maar in de gewone looprichting zit het venijn in de staart en je kunt een zware klim maar beter aan het begin van de dag hebben.

Gisteren ontdekte ik een flinke bloeduitstorting bij mijn rechterknie; nu gevolgd door een snerpende inwendige pijn. Gelukkig heb ik nog een verkoelend smeerseltje van Fumika. Mels heeft al dagen erg last van vermoeidheid. We liggen meteen na het avondeten weer op de futon. ‘Je bent uitgeteld, hè?, vraag ik. ‘Nee, hoor. Ik ben niet zwanger’, is het antwoord. Maar de werkelijkheid is dat we allebei moe zijn. Nog 3 dagen lopen tot tempel 1. Dan bekkaku 20, die we aan het begin van onze tocht moesten overslaan vanwege de sneeuw. En dan Koya-san. Het wordt tijd om naar huis te gaan. Tijd voor vakantie…

Geplande afstand: 17,4 km, totale stijging 940 m, totale daling 1150 m
Werkelijke afstand: ca. 17 km (gps werkte korte tijd niet), totale stijging ca. 1085 m, totale daling 1234 m, hoogste punten: tempel 12 710 m, Joran-an 744 m, 3e top 601 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1391,8 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.08 – ca. 16.25 uur
Looptijd: 3.50 uur
Gemiddelde snelheid: 4,5 km/u
Bezochte tempels: tempel 12, 11
Blaren: 2
Overnachting: ryokan Yoshino in Yoshinogawa City, hoogte ca. 27 m (kamer 6 tatami groot, wasmeubel/kast, tafeltje, tv, uitzicht over stukje stad, avondeten redelijk, ontbijt redelijk)

20140519-204557.jpg

20140519-204622.jpg

Dag 74: maandag 5 mei 2014: Je kunt maar beter in God geloven…

Bangai Konchiji is de ‘inner sanctum’ van tempel 13 en combineert boeddhisme en shinto. Tijdens de dienst om 6 uur ’s ochtends, geleid door de zoon van de oude priester, wordt zowel gebruik gemaakt van de grote trom en de mokugyo (=houten vis) – beide boeddhistische slaginstrumenten – als de grote schelp waarop geblazen wordt om krachten te ontlenen aan de bergen. De hondo is gebouwd rond een grot. Na het reciteren van de soetra’s, vertelt de priesterzoon over wonderbaarlijke genezingen die hier hebben plaatsgevonden na een vuurceremonie of massagesessie. Op zondag en maandag heeft dit niet plaats, maar enkele dagen geleden kon je hier nog over de hoofden heenlopen. Misschien iets voor een volgende tocht…

Na het ontbijt, het uitvoeren van de rituelen en het stempelen, nemen we afscheid. Ik mag een mooie bamboe staf meenemen. ‘Als ik het henro-belletje hoor, dan weet ik: het is voorjaar’, zegt Hide-san, terwijl hij het belletje aan mijn staf aanraakt. Wat een mooie uitspraak!
’s Nachts heeft het geregend; het is een grauwe dag en een groot deel van het uitzicht verdwijnt in de laaghangende bewolking. We klimmen eerst via een paadje tot bijna de top van de berg op 495 m hoogte. Daarna lopen we via verschillende wegen naar het zuiden. We zijn van plan halverwege de dag aan te leggen bij Kamiyama onsen. We hebben hier 2x overnacht, maar deze keer zullen we de onsen alleen even aandoen om afscheid te nemen van Hide-san. Die zal van daaruit weer naar huis reizen vandaag. Het is slechts 10 km naar de onsen, maar na anderhalf uur vol ‘shortcuts’, zien we op een richtingaanwijzer nog steeds 10 km naar Kamiyama onsen staan…
Mels vraagt aan Hide-san wat Japanners nou echt geloven, omdat boeddhisme en shinto in Japan zo door elkaar lopen. Volgens Hide-san wordt het geloof niet zo serieus genomen in Japan, niet zoals dat het geval kan zijn in de islam, het jodendom en het christendom. Als een kind 100 dagen oud is, wordt er een shinto ceremonie gehouden; eveneens bij 3, 5 en 7 jaar. Trouwen gebeurt vaak christelijk. En bij overlijden heeft een boeddhistisch ritueel plaats. Tenzij een familie ‘serieus’ boeddhist of shinto is, dan wordt hiervan afgeweken. Mels vindt dat een praktische instelling en haalt een stelling aan die hij toeschrijft aan René Descartes: ‘Je kunt maar beter in God geloven. Want als Hij niet bestaat, dan is het niet erg. En als Hij wel bestaat, dan heb je het goede gedaan…’, maar kun je de Japanse manier van geloven daar wel mee vergelijken? Is het opportunisme? Of is het iets anders? Mels vergelijkt zijn manier van geloven (boeddhist of christen?) wel eens met een Japanse maaltijd, waarbij je met je eetstokjes voortdurend wat uit een ander klein schaaltje oppikt. Is dat niet hoe veel mensen tegenwoordig geloven? Er is niets nieuws onder de zon: Onderzoek alles en behoudt het goede. (Maar pas op voor mensen die zeggen het gevonden te hebben…)

We weten de henro michi route weer op te pikken en nemen dan een weg naar het zuidwesten. In de loop van de ochtend gaat het steeds meer regenen, maar nooit heftig. Tegen 12 uur komen we aan bij het michi no eki bij de Kamiyama onsen, waar we lunchen onder een tentdakje. Plotseling is er een haastig afscheid: Hides bus komt binnen 10 minuten en omdat het nog steeds een vakantiedag is – de laatste dag van de Golden Week – gaat er maar 1x per 2 uur een bus. Mels en ik lopen vanaf het michi no eki verder naar het westen en later naar het noordwesten. Het is vanuit het michi no eki nog slechts 8 km naar onze overnachtingsplaats en we komen er al om 3 uur binnenlopen. We hebben hier tijdens onze 2e tocht ook geslapen en ik mocht toen – als enige vrouwelijke gast – na 19 man van het bad gebruikmaken. Met niet al te schoon water meer en terwijl het avondeten al gaande was. Hide-san is zo aardig geweest op te bellen en te vragen of ik nu als 1e in bad zou kunnen… Het resultaat: Ik mag nu samen met een andere vrouw in een klein badje… Al na 2 mannen… Maar meer gasten zijn er dan ook niet…

Onder het avondeten praten we over wat de tocht ons gebracht heeft. Het verlies van baby’s eyes na de 1e tocht, terwijl er tegelijkertijd met elke tocht ook een stuk verdieping komt. Zoals tijdens de afgelopen dagen samen met Hide-san. Een bekende zen-uitspraak is: ‘If you meet the Buddha, kill him!’ Is dat wat we aan het doen zijn? De tocht zo vaak lopen, dat we hem ‘dood’ lopen? In een soort trance komen? Is dat ook onthechten?

’s Nachts lig ik wakker… Morgen gaan we de pelgrimshel in…

Geplande afstand: 23,0 km, totale stijging 200 m, totale daling 300 m
Werkelijke afstand: 19,9 km, totale stijging 820 m, totale daling 912 m, hoogste punt 427 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1374,8 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.13 – ca. 15.00 uur
Looptijd: 4.06 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: bangai Konchiji
Blaren: 2
Overnachting: minshuku Nabeiwa-so in Kamiyama Town, hoogte ca. 222 m (kamer 10 tatami groot, kastenwand, tafeltje, tv, uitzicht over omringende bergen, avondeten redelijk, ontbijt karig)

20140519-151126.jpg

Dag 73: zondag 4 mei 2014: Men in waiting

Geen moeilijk, wel een overvol programma: 19 km voornamelijk over vlak land, met 5 tempels te bezoeken, en aan het eind een klim naar de laatste tempel waar we zullen slapen. (‘Het zijn er nu 6 tempels, omdat jíj gisteren niet die laatste tempel wilde doen!!!’)
Ik heb gisteren plechtig beloofd dat we om 7 uur bij de 1e tempel zullen staan, bijna een kilometer vanaf de ryokan. Maar helaas, dat zit er niet in. Ik ben een lens kwijt en nadat we die hebben teruggevonden, is Mels de sleutels van de kamer kwijt… En zo staan we pas om 7.30 u bij tempel 16. Het is een stuk koeler dan gisteren, haast koud. Terwijl beide heren bijna op en neer staan te springen van ongeduld, probeer ik toch alle rituelen af te werken. ‘Is er iets?’, vraag ik zogenaamd nietsvermoedend. ‘Nee, hoor. Je bent je gewone zelf’, klinkt het licht verwijtend uit Mels’ mond. Hide-san wordt op de schouder getikt: de ryokan-eigenaar komt hem een pen nabrengen.
Zo’n 2 km verder is er al de volgende tempel (15). Na het uitvoeren van de rituelen, moeten we er noodgedwongen even op een bankje rusten: Mels heeft een migraine ontwikkeld. Als we vertrekken, staat er een vrouw bij de poort met tassen vol osettai. We krijgen elk een ansicht, snoepjes en mochi, een zoete lekkernij. Mels en Hide-san gaan vlakbij op een bankje zitten om ze op te eten. We krijgen prompt ook nog zakjes met rijstchips en gepofte bonen. En even later suikersnoepjes. We willen met haar op de foto. Zij vindt dat ze er niet uit ziet. Ik zeg dat ze een beauty is. En ik krijg prompt nog een zakje met suikersnoepjes. ‘Ik ben zo blij dat ik samen met jullie loop’, zegt Hide-san. ‘Jullie krijgen veel meer osettai dan ik! Volgens mij, omdat jullie buitenlanders zijn!’

Het is maar 700 m naar weer de volgende tempel en onderweg komen we langs een rood tempeltje, waar ik al jaren helemaal weg van ben. En dan zijn we al bij tempel 14, de tempel waar het terrein bestaat uit een rotsige bodem, als stromend water. Mels-san en Hide-san kijken steeds vaker op hun horloge…
Nog eens 2,3 km verder, tussen de sawa’s door, is er tempel 13. In het stempelkantoor zit een Engelssprekende Koreaanse monnik, erg toegankelijk, die allerlei wetenswaardigheden weet te vertellen. Zoals het feit dat deze tempel nu een vrouw als priester heeft, een Koreaanse vrouw nog wel. Na de dood van haar Japanse priester-echtgenoot en in afwachting van de opvolging door hun zoon.
Op een bankje op het tempelterrein eten we wat citrusvruchten op, een osettai van de tempel. Er komt een vrouw naast me zitten uit Takamatsu, aan de noordkust van Shikoku. Als we nog eens lopen, zijn we uitgenodigd. Tegenover tempel 13 bevindt zich een shinto tempel. Een mooi, verstild complex, waar we elke keer even hebben rondgelopen om van de atmosfeer te genieten. Hide-san heeft ons verteld dat we er een stempel kunnen krijgen, maar er is een ceremonie aan de gang in de tempel en er is verder niemand om ons te helpen. Daarom gaan we terug naar de Koreaanse monnik van tempel 13, want gisteravond in de ryokan vertelde een vrouw dat ze daar ook een stempel van de shinto tempel konden geven. Dat blijkt niet het geval te zijn, maar we kunnen er wel een stempel van Avalokiteshvara oftewel Kannon krijgen, 1 van de manifestaties van Boeddha, de bodhisattva van Groot Mededogen. Er zijn 33 plekken om deze te vereren en dit is er 1 van. Misschien de volgende keer dan maar eentje van de shinto tempel…

We ontdekken een geopend udon-restaurantje naast tempel 13 en hebben daarom om 11.30 u maar een vroege lunch. Van 1 van de andere gasten krijgen we bovendien een zak met lekkere cakejes mee. Buiten komt een Engelssprekende vrouw langs. Ze blijkt in Amerika te wonen en even over te zijn.
We lopen verder naar het westen, langs de razend drukke weg waar tempel 13 aan ligt. Wat lager is er de brede rivierbedding van de Akui rivier, die voornamelijk uit grint bestaat. Op de enorme grintvlakten kamperen vele dagjesmensen. Overal staan auto’s geparkeerd. Onder elk segment van een lange, lage brug zitten groepjes toeristen, want het mocht vanochtend vroeg dan koud zijn, het is allang weer bloedheet.
Kort daarna is er een super waar we eten voor vanavond en morgenvroeg inslaan. En dan zie ik een natuurfenomeen dat ik nog nooit eerder heb gezien en dat diepe indruk maakt: Boven een beboste heuvelrug is een brede, horizontaal lopende regenboog te zien. En even later zie ik ook een dunne, cirkelvormige regenboog rond de zon. Hide-san is niet onder de indruk. En de voorbijgangers die Mels wijst op het fenomeen, evenmin. ‘Voorbode van regen’, concludeert Hide-san nuchter. En inderdaad, er nadert een dreigend wolkenfront…

Langs de weg staat een superdeluxe rest hut met zelfbediening. Gemaakt door de lokale bevolking en geschonken aan de henro’s, vertelt Hide-san. Compleet met kleine windmolen en zonnepannelen, om licht, koelkast en ventilators te laten werken. Met water, koffie, snoepjes en onbespoten citrusvruchten. Mels voelt zich al de hele dag moe en krachteloos en is dankbaar even te zitten. Ook ik voel me beroerd na de lunch met udon. Na de rust lopen we verder naar bekkaku 2, die zo’n 7 km van tempel 13 ligt. Eerst verder naar het westen langs de overkant van de brede grintrivierbedding, dan naar het noordoosten, over een weg die langzaam omhoog klimt tot een tunnel van 641 m. Kort na de tunnel is er al de bekkaku, een mooie tempel gelegen aan een meertje.
Na het tempelbezoek moeten we eerst weer door de tunnel, terug naar de rivier, om daar aan de andere zijde de berg op te klimmen naar onze overnachtingsplaats. Vóór de klim leggen we nogmaals aan, nu bij een pension met restaurant, om Mels even te laten rusten. Ook deze gastheer denkt alweer dat ik Mels’ dochter ben. We blijven lang zitten. Pas om 16.40 u beginnen we aan onze laatste klim. Het wolkenfront is inmiddels geheel overgetrokken; het wolkendek zit potdicht. Het is meteen een stuk frisser. Voor bangai Konchiji, waar we zullen overnachten, moeten we zo’n 250 klimmen vanaf de rivier, eerst via een smal weggetje, dan waden we door zeeën van Japanse irisjes, koningsvarens en salomonszegels, over erg smalle, half afkalvende paadjes. Om 17.40 u komen we aan bij de tempel. We blijken de enige gasten. De oude priester heeft op ons gewacht. Nadat hij ons heeft rondgeleid, vertrekt hij naar huis. We zitten met zijn 3-en op deze hemelse plek: een zeer fraaie tempel met een zeer weids uitzicht.
Ik zit lang naar het grootse uitzicht te kijken: In de diepte liggen donkergroen beboste bergjes, omringd door valleien en laagvlaktes vol bebouwing. Links in de verte ligt Tokushima uitgespreid over een enorme vlakte. In het midden slingert de rivier, waar we vandaag herhaaldelijk langs en overheen gelopen hebben, zich door de dalen. Rechts in de verte is de zee te ontwaren. De zon is toch weer tevoorschijn gekomen en zet de wereld in een gouden licht. Een nachtegaal zingt.
We maken wat eenvoudigs te eten klaar in de grote keuken met eetzaal. De priester heeft een grote, 1,8 liter fles sake voor ons klaargezet. Na het eten zakken we op de bank voor de tv. Wat een luxe!

Volgens Hide-sans gps hebben we elke dag 1-4 km meer gelopen, dan volgens die van Mels. Het verschil kunnen we niet verklaren.

Geplande afstand: 19,1 km, totale stijging 400 m, totale daling 100 m
Werkelijke afstand: 20,5 km, totale stijging 840 m, totale daling 538 m, hoogste punt 317 m (overnachtingsplaats)
Cumulatief afgelegde afstand: 1354,9 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.21 – ca. 17.40 uur
Looptijd: 4.42 uur
Gemiddelde snelheid: 4,4 km/u
Bezochte tempels: tempel 16, 15, 14, 13, bekkaku 2
Blaren: 2
Overnachting: gastenverblijf bangai Konchiji in Tokushima, hoogte ca. 317 m (kamer 10 tatami groot, fraaie tokonoma, tafeltje/grondstoeltje, weids uitzicht over bergen en dalen, rivier, Tokushima en zee, geen avondeten, geen ontbijt)

20140517-094410.jpg

20140517-094421.jpg

20140517-094430.jpg

20140517-094441.jpg

20140517-094452.jpg

20140517-094503.jpg

Dag 72: zaterdag 3 mei 2014: Turbo-henro’s: Pffff…

Om 4 uur zijn de meeste henro’s al weer op. Een verwachtingsvolle koorts verspreidt zich door het huis, over de lage muurtjes van de kamers. Om 5 uur zit iedereen aan het ontbijt, behalve wij 3-en: wij hebben pas om 6 uur afgesproken op aandringen van Mels en mij. De sawa’s kleuren roze in het vroege ochtendlicht. De zon komt bloedrood op. Mels ligt nog te slapen als er om half 6 op de deur wordt geklopt: ontbijt! Hide-san zit dan al lang aan tafel.
Om kwart voor 7 vertrekken we voor een niet al te moeilijk dagtraject: 25 km, meest over vlak land, met 2 tempelbezoeken. Het is meteen al flink warm. Langs smalle weggetjes, omringd door sawa’s en hier en daar wat huizen, lopen we verder naar het noordwesten. Het is druk op de weg. Er zijn enorm veel autohenro’s. Ze kijken strak vooruit; gezwaaid wordt er niet. Af en toe gaan we een laag pasje over door de bossen, telkens naar een volgende vlakte. We lopen ook door een bamboebos, waar we tijdens de 1e 2 tochten ook doorheen liepen. In 2010 was het de 1e x dat we door zo’n bos liepen en het was een sprookjesachtige ervaring. Inmiddels zijn we al heel vaak door een bamboebos gelopen, maar het blijft magisch.
Na 4 km is er tempel 18. Er zijn 2 professionele fotografen met camera’s in de weer. Wij worden verschillende malen op de foto gezet. Na de rituelen nemen we een oud henropaadje dat door een oude poort voert. Al gauw komen we weer op een weg en die komt uit op een grote, drukke 4-baans verkeersader die verder naar het noordwesten voert. We steken even een zijweggetje in om een klein beeld van Kobo Daishi te bezoeken, midden tussen de sawa’s. Een funagata (fune=boot, kata=vorm). Weer terug bij de 4-baans weg zie ik tot mijn grote geluk een McDonald’s: cappuccino!

We lopen steeds meer door stedelijk gebied: aanvankelijk dat van Komatsushima City, later de buitenste rand van Tokushima, de grootste stad in het oosten van Shikoku. Vlak voor een grote brug staat een groep mensen ons op te wachten. De plaatselijke Rotaryclub biedt elke loophenro een flesje groene thee, wat lekkers en grote citrusvruchten aan. In een rest hut zit al een groot aantal henro’s. Wij hebben net gerust, en na een praatje, foto’s, het uitwisselen van mailadressen en zwaaien lopen we weer door.
We kunnen in alle straatjes moeilijk onze weg vinden. Regelmatig staan beide heren te delibereren, elk gewapend met kaartenboek en gps. Wat op geen enkele kaart staat, is een nieuwe autosnelweg in aanleg. Verschillende malen moeten we terug- of omlopen. Maar we vorderen gestaag.
Vlak na de weg in aanleg is er een restaurant waar we aanleggen voor de lunch. Binnen is het chique met zithoeken en grand foulards, die de naam van het restaurant – café de Rococo – eer aan doen. Op tv zijn alweer beelden te zien van de henro michi. Het is vandaag een nationale vrije dag – Constitutiedag – en vandaag zijn er extra veel mensen begonnen aan de henro michi. Op tv worden beelden getoond van tempel 1, waar alleen al vanochtend 2000 bezoekers waren, meest auto- en bushenro’s. Een man aan de bar maakt een praatje met ons en voor de zoveelste keer tijdens deze tocht word ik gevraagd of ik Mels’ dochter ben… ‘Een charmeur’, concludeert Mels, die concurrentie herkent als hij er 1 ziet…

Als we weer het stedelijk gebied uitlopen, steekt een flinke tegenwind op, die wat verkoeling brengt in de afmattende hitte. We moeten nog een pas over aan de westkant van Tokushima. Eerst stijgen we via wat smallere wegen, dan volgen we een paadje dat Mels en ik nog niet eerder hebben genomen. Ik probeer de 100-en rupsen te ontwijken die aan lange draden aan de bomen hangen. Ik raak de heren 1x kort kwijt als ik wat achterop raak. Als we na het pasje weer een paadje naar beneden zoeken, raken we vervolgens Mels kwijt, die een ander paadje aan het uitproberen is. Onderaan gekomen, proberen Hide-san en ik uit te vinden waar Mels is gebleven. Hide-san maakt zich ongerust, omdat er een steile klif is verderop. Maar dan komt Mels toch van hetzelfde pad aangelopen. We rusten kort aan een stuwmeertje en bezoeken dan de erbij gelegen bangai (een echte bangai, niet 1 van de 20 bekkaku…), Jizoin genaamd. Als ik naar binnen wil gaan, blijkt dat er eigenlijk geen tijd voor is: Hide-san en Mels-san willen aan het eind van onze dagtocht alvast een tempel bezoeken die morgen op het programma staat. Ik wil toch graag even rondkijken en we halen ook nog een stempel. Daarna wordt er in hoog tempo doorgelopen. Ik kan het nauwelijks bijhouden.

We lopen opnieuw het stedelijk gebied van Tokushima in, hier een mengeling van stedelijke bebouwing en sawa’s. Om 15.50 u komen we aan bij tempel 17. Het is er loeidruk. Een oude vrouw komt op me af en geeft me een zelfgemaakt stoffen tasje, voor mijn tempelspullen. Na het uitvoeren van de rituelen, bezoeken we ook de waterput die op het tempelterrein is gelegen. Als je jezelf kunt zien in het water, dan leef je nog 3 jaar. ‘That’s a deal!’, zeggen we allebei tegen Hide-san. Als de heren opnieuw willen gaan haasten, protesteer ik. Het is onwaarschijnlijk dat we de volgende tempel, 1 km voorbij de ryokan, nog gaan halen voor 5 uur. Dat is nog minstens 3 km. En ik wil nog even de tijd nemen om met de 82-jarige vrouw op de foto te gaan, die hier dag in dag uit zit met een rollator met een mand vol zelfgemaakte stoffen tasjes. En plotseling is er tijd. En Hide-san gaat de foto opsturen naar haar.
Om 16.30 u vertrekken we van de tempel voor de laatste kilometers en om even na 5 uur arriveren we bij de ryokan. Een uitstekende overnachtingsplaats met prima eten. We zijn alledrie moe en concluderen voor de zoveelste keer dat een hoge temperatuur en lopen op vlak asfalt moeier maken dan een afwisselend bergtraject.
Buiten kwaken de kikkers luidruchtig. Ik ben er gek op.

Geplande afstand: 24,8 km, totale stijging 140 m, totale daling 140 m
Werkelijke afstand: 24,9 km, totale stijging 647 m, totale daling 654 m, hoogste punt 135 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1334,4 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 6.45 – ca. 17.04 uur
Looptijd: 5.13 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: tempel 18, bangai Jizoin, tempel 17
Blaren: 4
Overnachting: ryokan Urokoro in Tokushima, hoogte ca. 12 m (kamer 10 tatami groot, tafeltje/2 grondstoeltjes, tv, kamer 10 tatami groot, binnenveranda met tafeltje/2 stoelen, halletje, avondeten prima, ontbijt prima)

20140517-094108.jpg

Dag 71: vrijdag 2 mei 2014: It’s all Greek to me

Als ik toch niet kan slapen, kan ik net zo goed aan het werk gaan. Om 5 uur sta ik op en schrijf nog wat mailtjes. Om 7 uur moeten we helemaal kant en klaar staan, want dan vertrekt de bus van de onsen om ons terug te brengen naar de henro michi. Binnen een kwartier worden we afgezet bij een lange brug, vanwaar we het brede rivierdal van de Katsuura inlopen naar het noorden, om daarna via kleine betonnen weggetjes de berg op te klimmen naar het noordoosten. We hadden ook gewoon door het rivierdal kunnen blijven lopen, maar Hide-san weet een omweg die langs 2 interessante bezienswaardigheden voert.

De klim is moeizaam: Het is heet en de zon brandt. Het (=mijn) tempo is erg langzaam. Maar de wetenschap dat dit de enige klim is vandaag, is bemoedigend… Hide-san gidst; het is een route die hij eerder heeft gelopen, maar wel in de gewone looprichting. Hij heeft dan ook gedetailleerde stafkaarten en gps op een tablet bij zich die hij regelmatig raadpleegt. Afgelopen maanden merkten we in zijn mails dat hij zich zorgen maakte over onze tocht in omgekeerde richting. Zo’n tocht is extreem moeilijk, omdat er onderweg meestal geen of geen eenduidige aanwijzingen zijn. Er wordt wel gezegd dat je tijdens de gyaku uchi Kukai kunt tegenkomen. Maar misschien kom je vooral jezelf tegen… Het is toeval geweest dat we tijdens onze vorige tocht onze stappen hebben geregistreerd op de gps, waardoor voor ons de gyaku uchi zoveel makkelijker is. En dát heeft Hide-san afgelopen dagen gemerkt. Maar elke keer als we af willen wijken van de eerder gelopen route, zitten we evengoed voortdurend te twijfelen…

In anderhalf uur bereiken we op 311 m hoogte Buddha Ishi, een soort ronde piramide van opeengestapelde stenen waarop rijen boeddha’s en boeddha-achtige beelden staan. Ook Kobo Daishi zit er met de sanko, een boeddhistisch instrument dat wordt gebruikt in de rituelen. Een eeuwenoude ginkgo staat ernaast, temidden in een veld vol Japanse irusjes. Bovenaan de trappen die afdalen naar het heiligdommetje, ontdekken we ook wilde hosta’s. We vervolgen onze weg door een paadje te nemen over een pasje en langs een bruggetje (Hide er onderdoor, wij er overheen…) Een slang schiet voor ons van het pad af en blijft vanuit de stenige helling naast het pad naar ons loeren.

Niet lang daarna komen we bij onze volgende bestemming. Een enorm lange waterval. Aan de voet van een lange trap staan 2 reuzensugi’s. De trap leidt naar een grot onder een overhangende richel naast de waterval. Vandaaruit kunnen we achter de waterval langs lopen. Een magische plek, net als de Buddha Ishi. Wat lager leiden op 2 niveaus kleine bruggen over de waterstroom en dan komen we weer op de weg.

Om 11 uur zijn we terug in het brede rivierdal en hebben een vroege lunch in een restaurant bij een michi no eki. We zijn dan al bijna op de helft van onze dagtocht. Daarna lopen we langs een drukke 2-baansweg, over de overdekte goot, naar het noordoosten. Na 3-4 km slaan we een zijdal in naar het oosten. Terwijl Mels en Hide wat achterblijven om de kaarten te vergelijken, staat er in een inrit een vrouw te wachten met een osettai: tissues in een zelfgemaakt stoffen hoesje; ik mag er 1-tje uitkiezen. Als Mels en Hide-san er even later bij komen, vertelt ze dat ze aan de overkant woont, 78 is en al 18 jaar op deze wijze de pelgrims een hart onder de riem steekt.
Na een pasje komen we op een brede vlakte. De wegen worden steeds kleiner en we moeten op de witte streep lopen. In een smal kanaal schieten 10-tallen roodwangschildpadden onder water als we langs lopen. Op de weg vinden een dode schildpad, evenals veel andere roadkill: kikkers, hagedisjes, krabbetjes, een slang, een egeltje…
Als we Komatsushima City in lopen, waar de enige tempel van vandaag is en onze overnachtingsplaats, krijg ik van een oude vrouw, die in haar moestuintje aan het werk is, 2 handen vol heerlijke aardbeien om met zijn 3-en te delen.
Kort daarna is er een mooie rode brug over een rivier, alweer vol met schildpadden, en komen we – om 15.15 u – bij tempel 19, een echte stadstempel. Een 2-persoons tv-ploeg is er druk aan het filmen. Na het uitvoeren van de rituelen rusten we op mijn verzoek even op een bankje. Ik ben moe; er zijn wat weinig pauzes geweest… Snel daarna zijn we al bij onze overnachtingsplaats, een minshuku waar we 1x eerder zijn geweest. Bij aankomst krijgen we thee en wat lekkers te eten. Onze kamer grenst aan een breed kanaal, alweer vol schildpadden.
Bij het vroege avondeten, rond de vroegere vuurplaats, is het gezellig druk. Een mengeling van loop- en autohenro’s en ook een sightseeënde motorrijder. Er zijn veel late binnenkomers en ook onverwachte gasten; het wordt allemaal met een brede lach geaccepteerd. Schuin tegenover Mels en mij, naast Hide-san, zit een arts uit de Kagawa Prefecture in het noordoosten van Shikoku. Hij was zo vaak henro’s tegengekomen, dat hij nieuwsgierig werd om het zelf eens te ervaren. Nu loopt hij de pelgrimstocht voor de 1e x. Behalve Engels, spreekt hij ook Duits en Nieuw-Grieks, vanwege zijn interesse in Griekse filosofie. Mels begint prompt in het Oud-Grieks. Hide-san is diep onder de indruk en beukt van verbazing zijn hoofd tegen de balk naast hem.

Geplande afstand: 21,0 km, totale stijging 350 m, totale daling 450 m
Werkelijke afstand: 19,5 km (excl. 6,5 km per auto vanaf overnachtingsplaats naar doorgaande route), totale stijging 644 m, totale daling 677 m, hoogste punt 353 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1309,5 km (+13 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: ca. 7.16 – ca. 16.00 uur
Looptijd: 4.28 uur
Gemiddelde snelheid: 4,4 km/u
Bezochte tempels: tempel 19
Blaren: 4
Overnachting: minshuku Funa no Sato in Komatsushima City, hoogte ca. 22 m (kamer 7 tatami groot, tafeltje, tv, uitzicht over sawa’s, stedelijke bebouwing en rivier vol schildpadden, avondeten prima, ontbijt prima)

20140515-075847.jpg

20140515-075906.jpg

20140515-075921.jpg

20140515-075935.jpg

20140515-075948.jpg

20140515-080005.jpg