4 weken later…

De jetlag duurt weken en het terug aanpassen is nóg moeizamer. Er wachten honderden e-mails, bergen redactiewerk, akelige vergaderingen… Maar ook… vrienden, familie… huis en tuin… (Mels kan eindelijk het mooie Japanse keukenmes gebruiken!) Plus… een solotentoonstelling! En, zoals altijd voor en na elke pelgrimstocht… ziekenhuisonderzoek… Tegen alle verwachtingen in blijken de uitslagen beter te zijn dan ooit sinds er voor het eerst werd getest in 2008! ‘Ga alsjeblieft meteen weer terug naar Japan!’, dringt mijn arts enthousiast aan. We beginnen meteen te plannen…

Mels werpt zich op het reisschema voor de volgende pelgrimstocht en rekent en passant uit dat de laatste pelgrimstocht 1500 km omvatte (alleen de daadwerkelijk gelopen kilometers). Ik ga me verdiepen in de filosofische werken van Kobo Daishi. Ben ik in 2010 begonnen aan de eerste pelgrimstocht vanuit de wens ‘te ervaren’ – het leven nog zoveel mogelijk te ervaren in de korte tijd die me nog restte -, me nauwelijks bewust van de ‘grondlegger’ van deze pelgrimstocht, gedurende de laatste tocht ben ik nieuwsgierig geworden naar zijn filosofieën. Misschien ga ik Kobo Daishi toch nog tegenkomen…

20140621-185812-68292727.jpg

20140621-185845-68325251.jpg

20140621-185955-68395780.jpg

Dag 88: maandag 19 mei 2014: Italiaans met stokjes

De trein versnelt nog eens zijn gang als we de zee in rijden. Enkele kilometers verder ligt Kanzai Airport, middenin zee. Het hotel op het vliegveld blijkt onverwacht goed (en nog goedkoop ook!) De prima kamer heeft zeezicht. (Nou ja, het is hier uiteraard haast niet te vermijden… Maar toch leuk.) En Kanzai Airport blijkt aan de vertrekzijde meer te herbergen dan we hadden vermoed. Nadat we uitgebreid de 3 winkeltjes hebben bekeken, kunnen we voor het avondeten kiezen uit een Japanner, een Chinees, een Italiaan en een hambaga (=hamburger). De Italiaan wint: The Brasserie met biking (=buffet). De eindstand: voorgerechten (Mels: 4, Yna: 6), hoofdgerechten (Mels: 3, Yna, 2), toetjes (Mels: 11, Yna, 4). De chocoladefontein met marshmallows blijkt (opnieuw) onweerstaanbaar voor Mels… Goede voornemens? Jazeker…

Overnachting: hotel Nikko, Kanzai Airport, Osaka (westerse kamer, 2p bed, bureau/stoel, tafeltje/fauteuil, tv, gang, badkamer/wc, zeezicht(!), wifi, geen avondeten, geen ontbijt)

20140621-113823-41903387.jpg

Dag 87: zondag 18 mei 2014: De poorten naar het geluk

In het zuiden van Kyoto bevindt zich de Fushimi Inari Taisha tempel: de hoofdtempel van de 30.000 Inari-sha tempels in Japan. In 711 werd hier de Inari Okami gehuisvest, de god die gaat over de oogst en ook over bedrijven, rijkdom en veiligheid van het gezin. Deze shinto tempel ligt verspreid over de 329 m hoge Inari berg en staat bekend om zijn lange rijen vermiljoenkleurige poorten. Dat het er erg veel poorten zijn, beginnen we pas door te krijgen als we ons om half 11 tegen de toeristenmassa in door een tunnel van poorten de berg op proberen te werken. Na een 1e grote poort en een pleintje met tempelgebouwen en vooral heel veel eettentjes en souvenirshops vol oranje minipoortjes, vossenbeeldjes en andere shinto objecten, volgt de ene rij poorten na de andere. De poorten staan zo dicht op elkaar, dat het lijkt alsof je door een oranje tunnel loopt. Na een lange, dubbele tunnel komen we weer op een pleintje met tempelgebouwen. We halen er een stempel in ons mooie stempelboek van Shikoku, terwijl meutes schoolkinderen en – meest Chinese -toeristen langstrekken. In al het gewoel voert een shinto priester – uiterlijk onverstoorbaar – een ceremonie uit in het middelste gebouw. Hier en daar steken bezoekers een kaarsje aan en klappen in hun handen bij een heiligdommetje, of kopen 1 van de talloze amuletten of wensplaatjes. Wat rijen poorten verder is er een meertje met wat tempelgebouwen en een paadje dat langs talloze schrijntjes met minipoortjes het bamboewoud invoert. Een wat hoger gelegen minipleintje met tempeltje en eettentje geeft uitzicht op Kyoto. We rusten er even met een ijsje, voor we een rondwandeling maken rond en over de bergtop, nog steeds door tunnels van vermiljoenkleurige poorten. Het pad lijkt eindeloos omhoog te spiralen, met af en toe een heuveltopje tussendoor; ik raak volledig mijn oriëntatie kwijt. Af en toe komen we dezelfde mensen tegen. Een Amerikaanse toeriste vraagt of we al op de top zijn geweest. Nee. Zij ook niet, verklaart ze, in ieder nergens een uitzicht gehad… Maar kort daarna, bij alweer een tempeltje met ertegenover een winkeltje, staat er op een bord vol Japanse karakters ook het woord ‘top’. Geen enkel uitzicht, wel een top. En dan zijn we ook al snel weer op het pleintje waar we een ijsje aten. Voor de zekerheid nemen we er ook nog maar een lunch en dalen dan weer af langs dezelfde bepoorte paden als op de heenweg. Op het onderste tempelplein wordt in een open zijgebouw een opvoering verzorgd met muziekinstrumenten en een minimalistische dans, voor een man aan de zijkant van het podium. In het centrale gebouw voeren shinto priesters allerlei rituelen uit; een klein publiek zit op stoeltjes in de open tempel. Aan het eind van de afdaling kan ik geen poort meer zien. Het moeten er minstens 10.000 zijn, de kleine poortjes die je kunt kopen en ergens kunt neerhangen, -leggen of -zetten niet meegerekend, allemaal geschonken door bedrijven of privépersonen uit dankbaarheid voor uitgekomen wensen. Maar alle moeheid en pijn van de hele reis begint eruit te komen. Ruggen, knieën… alles schreeuwt het uit. Bovendien heb ik sinds 2 dagen een keelontsteking en begin ook steeds meer verkouden te raken…

We bezoeken toch nog de boeddhistische Toji tempel, waar we onze laatste stempel van deze reis halen. De henro michi kun je afsluiten met een bezoek aan Kōya-san of aan de Tōji tempel in Kyoto. Wij doen allebei. De Tōji tempel werd eveneens door Kobo Daishi gesticht en omvat de grootste pagode van Japan. Kobo Daishi woonde er ook langere tijd. We bewonderen de vele, enorm grote beelden in de diverse gebouwen, maar vooral genieten we van de grote tuin eromheen. Slenterend – wat kromgebogen en stijf – van bankje naar bankje.

We eten met Regina, die enkele jaren geleden zo geweldig voor ons tolkte tijdens interviews met keramisten in en rond Kyoto. Zij en haar man wonen tegenwoordig een deel van het jaar in Zwitserland, haar geboorteland. Dus het is een erg prettig toeval dat we elkaar kunnen treffen! We eten Frans bij Le Bouchon en beter dan bij menig Frans restaurant. Een goede gelegenheid om onze (ongeveer) 10.000e wandelkilometer in 5 jaar te vieren!

Overnachting: hotel Sunline Kyoto Gion Shijo, Kyoto (westerse kamer, 2p bed, bureau/stoel, tv, gang, badkamer/wc, uitzicht over straatje, wifi, geen avondeten, ontbijt uitstekend)

20140613-174740-64060042.jpg

20140613-174822-64102516.jpg

20140613-174855-64135843.jpg

20140613-174949-64189007.jpg

20140613-175044-64244569.jpg

20140613-175327-64407533.jpg

20140613-175342-64422449.jpg

20140613-175407-64447937.jpg

Dag 86: zaterdag 17 mei 2014: Mooi Kyoto

Urenlang vermaken we ons in het Kyoto Museum for Traditional Crafts Fureaikan, gretig alle Engelse teksten opdrinkend. Niet alleen de prachtige ambachtelijk vervaardigde producten worden getoond in het museum, ook de vervaardigingstechnieken worden – hoewel summier – uitgelegd: gevlochten koorden, tatamimatten, kimono’s, hina- en andere poppen, huisaltaartjes en bijbehorende benodigdheden, lakwerk, gebonden boeken, stempels, waaiers, ladenkasten, etc. etc. etc. Maar ook buiten het museum is veel moois te zien. We bezoeken, net als gisteren, verschillende speciaalzaken, in kamerschermen, in boeddha’s, in oude prenten en boeken… Op zoek naar yukata’s (kamerjassen), struinen we ook enkele warenhuizen af, waar we kimono’s vinden vanaf zo’n € 130. Een koopje, maar ja, die zoeken we niet…
Het uitgebreide netwerk aan overdekte winkelstraatjes in Kyoto heeft wel wat weg van de overdekte bazaar in Istanboel, zij het dat hier niet de straatjes zijn ingedeeld naar ambachtssoort én dat midden tussen alle winkels regelmatig een tempeltje is te vinden. We rusten kort op een bankje bij een ervan, want van al dat geslenter worden we erg moe. Het is een bizar tempeltje: Alles staat in het teken van de inktvis. Waar normaal een heiligenbeeld staat, bevindt zich op een kussen een beeld van een inktvis… Het is er druk. Een meisje koopt er een houten plaatje met de afbeelding van een inktvis erop: een gebedshoutje.

Na een vroeg avondeten, alweer met sushi, lopen we opnieuw naar de antiekbuurt, waar aan het begin van de avond een optocht zal plaatsvinden. Maar we stranden lange tijd in een winkel met muziekinstrumenten en cd’s uit de hele wereld. Net op tijd komen we bij de shinto tempel Shimogoryo, net ten zuiden van het keizerlijk paleis in Kyoto, vanwaar de optocht zal vertrekken. Het is er gezellig druk. In de straat is een aaneenschakeling aan kraampjes, met etenswaren – friet, saté, suikerspinnen etc. -, speelgoed – naast knuffels ook kraampjes met imitatiewapens! – en spelletjes: knikkers hengelen, prijsschieten, flipperspelletjes, maar ook hengelen op levende(!) krabbetjes, schildpadjes en vissen…
De schemering is al ingevallen als de optocht vertrekt. Enkele schrijnen worden aan lange touwen voortgetrokken door groepen kinderen, voorafgegaan door een hoge stellage vol witte lampionnen, ook al voortgetrokken. Een goede oefening voor het echte werk later, want er zijn talloze van dit soort evenementen in Japan, waarbij grote schrijnen of andere objecten door de straten worden voortgetrokken door volwassen mannen.
Op de terugweg naar het hotel slenteren we door de oude straatjes in de binnenstad, tussen alle stromen taxi’s door bevolkt door geisha’s, die zich naar een uitspanning haasten, en druk fotograferende toeristen.

Overnachting: hotel Sunline Kyoto Gion Shijo, Kyoto (westerse kamer, 2p bed, bureau/stoel, tv, gang, badkamer/wc, uitzicht over straatje, wifi, geen avondeten, ontbijt uitstekend)

20140613-171141-61901736.jpg

20140613-171246-61966870.jpg

20140613-171401-62041970.jpg

20140613-171439-62079118.jpg

20140613-171523-62123983.jpg

20140613-171604-62164419.jpg

20140613-171814-62294137.jpg

Dag 85: vrijdag 16 mei 2014: No goodbye!

Gisteravond hebben we al afscheid genomen, maar we zijn niet verbaasd dat Hide-san op de bank tegenover de lift zit, als we uit willen checken. Hij komt niet alleen zijn auto ophalen, hij heeft nóg een cadeautje voor ons: A4-grote afdrukken van foto’s die hij ook naar mensen geeft gestuurd die ons osettai gaven, zoals het echtpaar dat ons een lift gaf naar het dal na ons bezoek aan bekkaku 20. Erg leuk!!!
We drinken gezamenlijk nog een koffie en nemen dan echt afscheid. ‘No goodbye’, zegt hij. ‘Because saying goodbye is dying a little.’ We blijven wat verweesd achter. Shinkansen Nozomi brengt ons in 33 minuten van Nagoya naar Kyoto met 300 km/u. Dat is uiteraard niks vergeleken bij de magneettrein waar Hide-san ons gisteravond over vertelde: het traject tussen Nagoya en Tokyo zal in 2027 gereed zijn; 600 km/u!
Nadat we onze rugzakken in het hotel in Kyoto hebben afgegeven, gaan we shoppen. We boffen: de zon schijnt en zal dat de komende dagen ook blijven doen. We verkennen het district met antiek- en curiosawinkels, maar we gaan ook op ontdekkingsreis in gespecialiseerde winkels: in wierook, in thee, in bamboeproducten, in theebenodigdheden, in kimono’s, in kalligrafie en penselen… We kijken onze ogen uit. Kyoto staat bekend om haar geisha’s, geiko’s en maiko’s en er zijn dan ook veel winkels vol fraaie stoffen, waar kimono’s op maat worden gemaakt. Maar er zijn ook veel winkels voor het laten maken van ‘gewone’ traditionele Japanse kleding. Op straat zien we veel meer mensen dan in eerdere jaren in traditionele kledij lopen, niet alleen maiko’s e.d. En voor het eerst ook mannen.

Overnachting: hotel Sunline Kyoto Gion Shijo, Kyoto (westerse kamer, 2p bed, bureau/stoel, tv, gang, badkamer/wc, uitzicht over straatje, wifi, geen avondeten, ontbijt uitstekend)

20140613-161829-58709573.jpg

20140613-161859-58739841.jpg

20140613-161942-58782407.jpg

Dag 84: donderdag 15 mei 2014: Witwassen loont!

Het al even overvloedige ontbijt is met uitzicht op de rivier. Onder de zware bewolking maken grote zwarte kraaien weer eens ruzie met een overzwevende buizerd. Tussen het geruzie door proberen zwaluwen hun jongen te voeren; mussen zoeken een goed heenkomen.
We bezoeken enkele musea met degens en messen, producten waar de streek bekend om is. Eerst het Feather Museum in Seki City. Ik denk meteen aan mooie vogelveren, maar mannen weten natuurlijk wel beter: Feather is het bekendste Japanse merk scheermesjes… Daarna bezoeken we 1 van de kleine musea over messen.
Bij de lunch in een hotel in het nabijgelegen Inuyama vindt Mels tot zijn grote vreugde een chocoladefontein en marshmallows om erin te dopen. Vanaf het hotel nemen we via een shinto tempel – waar tot onze verrassing mandjes klaar staan om geld te wassen, waarna het gewassen geld zichzelf ‘binnenkort’ zal verdubbelen… – een pad de heuvel op, om het kasteel van Inuyama te bezoeken. Het is het oudste kasteel van Japan, gebouwd in 1537 en in 2004 door de familie gedoneerd aan de stad. We krijgen een (vrijwillige) Engelstalige gids mee, wat het extra interessant maakt. Op kousenvoeten hijsen we ons de hoge treden van de smalle trappen op – tegelijkertijd proberend met onze hoofden alle laaghangende balken te omzeilen – tot aan de bovenste verdieping waar we een mooi uitzicht hebben over de stad en de Kiso rivier. Even omzichtig hijsen we ons naar beneden, terwijl hordes schoolkinderen zich naar boven werken. Buiten is het begonnen te regenen.

Tegenover de shinto tempel onderaan de heuvel lopen we een traditionele Japanse straat in en bezoeken nog 2 juweeltjes van musea: Het 1e museum gaat over karakuri, mechanische theaterpoppen, ook wel robotpoppen genoemd. Houten poppen, in verschillende maten, mooi aangekleed, die via een ingenieus systeem van vele touwtjes worden bediend door een groepje mannen onder het podium. Het 2e museum gaat over de geschiedenis van Inuyama, met onder meer een grote maquette van het kasteel en de stad in de Edo-periode.
De zon breekt door wat spleten in de bewolking als we terug naar Nagoya rijden. We nemen een shuttle lift in het Midland Square, het hoogste gebouw in Nagoya – ca. 247 m hoog, 46 verdiepingen – en genieten van een sensationeel uitzicht: een eindeloze vlakte met hoge gebouwen waartussen drukke verkeersaders stromen; erboven dreigende luchten, terwijl de avond valt. We lopen een aantal vierkantjes en korte tijd is er een licht- en mistvertoning. Heel bijzonder. Dan dalen we weer af en nemen in de ernaast staande wolkenkrabber een lift om te eten in een bijzonder restaurant: een immense boerderij heeft zowel hier als in Osaka op een toplocatie een buffetrestaurant (‘biking’) met eigen groente, vlees en bier.
Aan het eind van een bijzonder gezellige avond (en dagen!) nemen we afscheid van Hide-san. ‘Ik ben een chidori’, zegt hij, na 6 biersoorten te hebben uitgeprobeerd. Chidori betekent: 1000 strandlopertjes; vogels die een nogal vreemde manier van lopen hebben. Hij neemt de trein en bus naar zijn huis, om morgen zijn auto weer op te pikken.

Overnachting: Meitetsu New Grand Hotel, Nagoya (westerse kamer, 2x 1p bed, tafeltje/bankje, bureau/stoel, tv, kluis, hal met koelkast, krukje, kast, badkamer/wc, uitzicht over stuk Nagoya, wifi, geen avondeten, ontbijt prima)

20140613-160108-57668117.jpg

20140613-160124-57684226.jpg

20140613-160143-57703276.jpg

20140613-160155-57715915.jpg

20140613-160208-57728398.jpg

Dag 83: woensdag 14 mei 2014: Vissen!

De ochtenddienst wordt bijgewoond door 4 buitenlanders en 3 Japanners. Zou het grote aantal buitenlanders in Kōya-san de reden zijn dat er alleen soetrarecitaties door de priesters of monniken plaatsvinden; geen preek door de priester, geen hartsoetra door de aanwezigen, omdat de meeste aanwezigen er toch niet veel van zullen begrijpen?

Mels heeft al een aantal dagen last van een hoge bloeddruk. Hij verbaast zich erover – ‘Na de vorige tochten was ik altijd zo ontspannen!’ -, maar ik niet: KLEI komt in bijna elk gesprek om de hoek piepen…
Met een van buitenlanders uitpuilende bus en cable car komen we onderaan de berg en dezelfde golf aan buitenlanders stroomt de trein in. De zon laat zich niet tegenhouden door de lichte sluierbewolking. Het is al snel warm. De imposante bergen rond Kōya-san zijn in voorjaarstooi. Tussen het donkere loof van coniferen en naaldbomen en het ziekelijke geel van de erg dor uitziende bamboebossen is er massaal het bleekgroen, haast groenwit van de jonge bladeren van de sudajii.

In Osaka Namba station lost de vloedgolf aan buitenlanders op in het grotestadsleven. We zijn lange tijd op zoek naar cappuccino, tot we buiten het station een Starbucks vinden. Na de lunch nemen we de Kintetsu trein naar Nagoya, waar we een paar dagen met Hide-san zullen sightseeën. Stedelijke betonwoestijnen wisselen af met eindeloze vlaktes vol sawa’s. Na enig zoeken vinden Hide-san en wij elkaar op het station van Nagoya en na nog langer zoeken vinden we met 3-en ook zijn auto terug. Hij brengt ons naar Oze, waar we gedrieën zullen overnachten. De bewolking is inmiddels steeds meer dichtgetrokken. Het hotel blijkt aan de fraaie Nagara rivier te liggen. En na een vroege en zeer overvloedige maaltijd in een privézaaltje van het hotel, gaan we… vissen!

Het vissen met aalscholvers op rivierforel gebeurt al 1300 jaar in Japan. Onze visser is de 19e generatie. Zijn shirt en hoofddoek zijn vuurbestendig, want de vissen worden in het donker met een slingerende vuurkorf aan het schrikken gemaakt zodat de aalscholvers ze makkelijker kunnen vangen; zijn rieten rokje is waterproof en hij draagt halve rieten slippers op de stenige bodem van de ondiepe Nagara rivier. We hebben geluk: geen wind en geen regen. Enkele met lampionnen verlichte, overdekte platbodems liggen voor ons hotel in de rivier te wachten. We delen een boot met een clubje jolige 70-jarige docenten. We zitten op de bodem van de schuit; de schoenen netjes op een rij voorin het schip…
De visser vertelt dat de aard van de rivier is veranderd: Toen de overheid na WOII de Japanse bergen massaal liet beplanten met sugi, bestemd voor de woningbouw, hielden deze minder goed dan het oorspronkelijke loofbos het regenwater vast, waardoor de enorme watermassa’s in het regenseizoen de grote rivierkeien meenamen en alleen de kleinere stenen overbleven en daardoor is de variatie aan vissen sterk afgenomen. De aalscholvers kunnen de rivierforel niet makkelijk vangen, omdat de vissen te vlug zijn. Daarom wordt er in het donker gevist met vuurkorven waarmee de vissen worden verrast. Er wordt niet gewerkt met de aalscholvers die hier van nature voorkomen, maar met de grotere zeeaalscholvers die meer vissen kunnen herbergen. De kelen van de aalscholvers zijn met een touwtje dichtgesnoerd, zodat ze alleen kleine vissen kunnen inslikken; de grotere blijven in de keel steken, waar de visser ze later uithaalt.
Het is een sensationeel gezicht: de slingerende vuurkorf op de voortrazende smalle boot, de groep aalscholvers aan touwtjes, die voortdurend onder water duiken om vis te hangen… Surrealistisch haast.

Nadat we in het hotel zijn teruggekeerd, zitten we een tijdje bij elkaar op Hides kamer. Hide heeft een werkkoffertje bij zich: een laptop om foto’s over te nemen om te sturen naar gulle osettai-gevers (aardig!), een Japans voorjaarsplantenboek (geweldig!!!) en… oude kaarten van Nederland! Hij weet feilloos de vinger op de zere Hollandse plek te leggen: ‘Jullie hebben 1 ‘berg’ van 321 m hoog!!!’

Overnachting: Sekikanko hotel, Oze (Seki City) (kamer 10 tatami groot, tokonoma/kastenwand, tafeltje, tv, kluis, hal, badkamer/wc, kamer en suite met bureau/stoel, koelkast, tafeltje/bankje/2 stoeltjes, uitzicht op fraaie Nagara rivier, wifi in lobby, avondeten uitstekend en overvloedig, ontbijt uitstekend)

20140610-193145-70305547.jpg

20140610-193329-70409603.jpg

Dag 82: dinsdag 13 mei 2014: Alles verandert…

Ergens gedurende de nacht is het opgehouden met regenen. De zon schijnt volop als we na de ochtenddienst ons karige ontbijt nuttigen, stiekum op de stoeltjes op de binnenveranda. Honger. Altijd maar weer honger. Daar zullen we nu weer aan moeten wennen. Elke pelgrim klaagt erover na zo’n lange tocht: Je lichaam is gewend om veel te moeten presteren en denkt veel te moeten blijven eten. En in razend tempo kom je op deze manier aan na zo’n tocht, veel meer dan je aan kilo’s kwijt bent geraakt…

We lopen eerst naar het Okunoin, de enorme begraafplaats ten oosten van Kōya-san – bijna even groot als het plaatsje zelf -, waar ook het mausoleum is te vinden waar Kobo Daishi een paar 100 jaar na zijn dood is begonnen te mediteren. Naar goed gebruik onder de Shikoku henro’s, gaan wij hem verantwoording afleggen over onze pelgrimstocht. We laten het dorp achter ons en lopen door de kilometerslange begraafplaats vol bemoste grafstenen en beelden, in een eeuwenoud bos vol reuzenugi’s. Kōya-san mag dan op zijn mooist zijn in de regen, het is ook erg fijn in de zon te slenteren. Tussen de lawaaierige bladblazers, graafmachientjes en slijpschijven, waarmee enkele graven opnieuw worden opgepoetst, is het enkele momenten weer stil, net als 4 jaar geleden, toen we hier voor het eerst waren. We halen een stempel bij het stempelkantoor en nemen dan thee in de ernaast gelegen ontvangstruimte. We zijn allebei moe, erg moe. Eigenlijk ben ik de hele tocht moe geweest, meer dan tijdens de tocht 2 jaar geleden. En we voelen ons ook een beetje leeg. ‘Misschien hadden we meteen na onze henro michi naar huis moeten reizen’, suggereert Mels. ‘Net als vorig jaar na de Camino.’ ‘Maar toen hadden we maandenlang moeite om ons aan te passen aan het normale leven, omdat we geen overgangsfase hadden’, werp ik tegen. Maar Mels denkt dat dat niet daarvan afhankelijk was: ‘Met elke tocht wordt het alleen maar moeilijker ons aan te passen. Het bouwt op…’

Om half 11 lopen we naar het mausoleum aan het eind van de lange begraafplaats, als 3 priesters Kobo Daishi zijn eten gaan brengen in een draagkist. Na de ceremonie in de tempel voor het mausoleum, lopen we naar de achterkant van de tempel en voeren daar, voor de voorlopig laatste maal, de rituelen uit. We zien voor het eerst allerlei Engelse teksten rond de tempel: Slippery road, Overhead obstacles, etc. De eeuwige rust van Kobo Daishi wordt wat verstoord door de renovatiewerkzaamheden aan het gebouwtje waar hij zou verblijven.
Als we teruglopen, komen de 1e groepen toeristen binnen. De parkeerplaats voor touringcars staat vol. De ene na de andere groep wordt gedirigeerd naar een kleine tribune voor het nemen van groepsfoto’s. Ook de parkeerplaats in het dorp staat al vol met touringcars en enkele eetgelegenheden worden volledig aan het zicht onttrokken door de ervoor geparkeerde touringcars. Door de hoofdstaat denderen betonwagens voorbij. En hele slierten touringcars. De hoofdstraat ziet er welvarender uit. Meer eetgelegenheden en grote souvenirbazaars. Zelfs een café met cappuccino. Voor elke tempel staan houten, stripfiguurachtige monnikjes, blijkbaar hier het symbool van het jubileumjaar. Aten we 4 jaar geleden nog in 1 van de aftandse tentjes aan de hoofdstraat, nu in een hypermoderne eetgelegenheid. We worden er consequent aangesproken in het Engels, ook al proberen wij halsstarrig in het Japans te bestellen. Maar sommige dingen zijn niet veranderd: bij het informatiecentrum middenin het dorp proberen we wifi te pakken te krijgen. We krijgen 10 minuten, maar voordat het eindelijk lukt, is onze tijd al bijna op…

Na de lunch is het, door een wegopbreking en een renovatie van de grote poort ervoor, even zoeken naar de Daito, de Grote Pagode. De bouw ervan is geïnitieerd door Kobo Daishi en vormt een 3D-verbeelding van de mandala’s die in het door Kobo Daishi gestichte shingon boeddhisme zo belangrijk zijn. In de Grote Pagode zit een groep enorme, goudkleurige boeddha’s, omringd door kleurige pilaren met afbeeldingen van bodhisattva’s. Op de muren zijn afbeeldingen van de leiders van het shingon boeddhisme, waaronder die van Kobo Daishi. Een indrukwekkende ruimte met al die reuzenboeddha’s en dikke, rode pilaren. We halen bij het ticket- annex stempelkantoortje elk een ander stempel: ik neem een stempel van de Medicijn Boeddha van de Kondo, de Gouden Hal naast de pagode, Mels neemt een stempel van de pagode zelf.
Even verderop is er de Kongobuji tempel, het hoofdkwartier van de shingon-secte. We hebben deze tempel al eens eerder bezocht en halen er nu alleen een stempel. Daarna slenteren we terug naar onze overnachtingsplaats, langs winkels met pelgrimsbenodigdheden, altaarrekwisieten en souvenirs. Het stripfiguurachtige monnikje is ruim vertegenwoordigd op handdoekjes en aan sleutelhangers.

Bij terugkomst in de Jimyoin tempel, onze overnachtingsplaats, vragen we ook daar nog een stempel. Dat vinden we wel een passende afsluiting van ons verblijf in Kōya-san. En dan is het koffers ompakken, want morgen gaan onze ‘burgerkleren’ weer aan voor nog een paar dagen sightseeën. De koffers zien we pas in Kyoto terug, kort voor we terugvliegen naar Nederland.

Bezochte tempels: Okunoin tempel, Daito/Kondo tempel, Kongobuji tempel, Jimyoin tempel
Overnachting: gastenverblijf tempel Jimyoin, Kōya-san, hoogte 814 m (kamer 8 tatami groot, tokonoma, tafeltje, tv, halletje, binnenveranda met tafeltje/2 stoeltjes, uitzicht op fraaie binnentuin met Japanse esdoorns en bloeiende rododendrons en sering, vegetarisch avondeten goed, vegetarisch ontbijt matig)

20140527-183810.jpg

20140527-183836.jpg

20140527-183856.jpg

20140527-183936.jpg

20140527-183959.jpg

20140527-184029.jpg

20140527-184043.jpg

Dag 81: maandag 12 mei 2014: Beren op de weg

Onze echt laatste loopdag breekt aan: 24 km met 850 m stijging naar Kōya-san; geen steile paadjes, dus geen moeilijk traject, maar wel lang. We vertrekken vroeg, al om 6.10 u, want er is regen voorspeld voor vanmiddag. Bij ons vertrek is het bewolkt, maar evengoed warm. We lopen eerst nog door stedelijk gebied en komen weer langs het open drooghok waar kakivruchten te drogen hangen, de vrucht waar deze streek bekend om is.
Dan komen we bij de Jisonin tempel aan de voet van de berg, waar de moeder van Kobo Daishi verbleef, toen hij op Kōya-san woonde. Deze tempel is daarom speciaal voor vrouwen. Bij de hoofdtempel hangen veel stoffen borstenparen, gemaakt door vrouwen om gezondheid af te smeken, en deze keer ook veel bordjes met rose lintjes en ‘no cancer’. Confronterend. Ik voel de angst van deze vrouwen, hun verdriet en hun verlangen. Asaka geeft me een amulet cadeau, met het pink ribbon symbool van de strijd tegen borstkanker. De wereld verschrompelt plotseling om me heen. Er is alleen nog ik met mijn verdriet. En de liefdevolle handreiking van Asaka.

We kunnen bij deze tempel ook een kleine stempelkaart meenemen om bij elke tempel op deze route een stempel te laten zetten. En, we kunnen hier ook een stempel laten zetten in ons grote stempelboek van de henro michi. Vanaf de Jisonin tempel loopt de ca. 24 km lange choishi michi naar Kōya-san, het pad dat Kobo Daishi 9x per maand bewandelde om zijn moeder te bezoeken en dat zijn naam ontleent aan de stenen palen die op elke cho (=109 m) staan. We volgen dit pad voor de 2e x, maar deze keer met een omweg ergens op een derde van de tocht. Kort na de Jisonin tempel is er een verlaten ogende shinto tempel – Nyukanshofu – met op een groot bord een schildering van de honden die volgens het verhaal door een jager naar Kobo Daishi zijn gestuurd om hem bij te staan bij zijn tocht. We zien er voor het eerst waarschuwingsborden: in deze regio komen beren voor en recent zijn deze dieren ook hier gesignaleerd. Kort daarna komen we langs een bord dat waarschuwt voor een berenval.
Lange tijd loopt de route tussen kakigaarden door. We nemen er om 7.50 u – na 3,3 km – ons ontbijt met de via de ryokan aangeleverde sushi, lekker vers gehouden in kakibladeren. In de verte, aan de overkant van de brede vallei, is de lange bergrug te zien waar Kōya-san deel van uit maakt. Om 9.15 u bereiken we na 6,7 km de Ropponsugi toge, een pas op 570 m hoogte. Hier splitst het pad zich en deze keer nemen we de afdaling naar een bekende shinto tempel op 465 m hoogte, een omweg van anderhalf uur volgens de laatste ryokan-eigenaar. Het begint lichtjes te regenen. Een fraaie, bolle, oranje brug geeft toegang tot de Nyutsuhime tempel. Bij het hoofdgebouw geeft een shinto priester uitleg aan een Amerikaans stel over de restauratiewerkzaamheden die blijkbaar plaatshebben aan de fraaie, kleine heiligdommetjes achter het hoofdgebouw. We raken aan de praat terwijl we nog maar eens een stempel laten zetten in ons boek en ik bovendien 2 mini-hondjes koop: beeldjes die de honden voorstellen die ooit Kobo Daishi bijstonden. Om 10.30 u trekken we verder, na een warme cacao uit de vending machine – de 1e cacao die we vinden tijdens deze pelgrimstocht! -, opnieuw omhoog klimmend. Om 11.00 u bereiken we Futatsu torii, de dubbele shinto poort op 641 m hoogte; we hebben dan 9,6 km afgelegd en zijn opnieuw op hetzelfde pad aanbeland als 2 jaar geleden. In de grote rest hut ernaast eten we als vroege lunch wat van de meegebrachte sushi. Ook het Amerikaanse stel rust er. Het blijken Texanen en ze ‘doen’ heel Japan met een gids. Vandaag lopen ze van de Nyutsuhime tempel naar de dubbele poort en weer terug om vervolgens met de auto Kōya-san te bezoeken. De Japanse gids vertelt dat er dit jaar half april nog sneeuw lag op Kōya-san!
Langs de 1e holes van een wat lager gelegen, kilometerslang golfterrein komen we om 11.40 u bij Koda Jizodo, een mooi klein heiligdommetje. Ook erna vangen we nog lange tijd glimpsen van het golfterrein op, tot groot plezier van Asaka, die middenin een golfcompetitie zit. Langs het pad staat weer regelmatig mamushi gusa, de op een Japanse adder lijkende plant.
Om 13.23 u is er – na 16,6 km en op 491 m hoogte – een restaurantje, waar we ook de vorige keer even hebben gezeten. Ook deze keer kunnen we er alleen koeken en (gratis) groene thee nemen. Boven de 650 m zijn er de 1e kolossale sugi. Opnieuw valt er even lichte regen. En dan komen we al om 15.55 u bij de grote Daimon poort aan, de indrukwekkende toegangspoort tot Kōya-san, op 847 m hoogte. Het plaatsje heeft vanaf hier de typische uitstraling van een bergdorp, maar wel met links en rechts een aaneenschakeling aan uitgestrekte tempelcomplexen. Bij de poort begint het eindelijk harder te regenen. We lopen snel door en zo komen we al om 16.35 u aan bij het gastenverblijf van de Jimyoin tempel, waar we voor het eerst verblijven. Het afscheid van Asaka is noodgedwongen wat kort: Zij wil nog doorlopen naar het mausoleum van Kobo Daishi, een paar kilometer verderop, en daarna terug reizen naar haar woonplaats Osaka; wij blijven hier 2 nachten en zullen pas morgen het mausoleum bezoeken.

‘De meeste stijging van de hele tocht!’, zegt Mels. Er staat me iets van bij, dat hij dat wel vaker heeft gezegd. Maar dat zoek ik thuis wel eens uit. Evenals het feit dat er een behoorlijk verschil in kilometers zit tussen de 3e en de 4e tocht. Rekenfoutje?

Na de ofuro zit ik op de binnenveranda naar de binnentuin te kijken, vol Japanse esdoorns, bijna uitgebloeide sakura en zelfs een sering met donkerviolette bloemen. Zouden de bloemen aan de sering in mijn tuin er nog aan zitten? Twee jaar geleden had iemand ze er allemaal uitgeknipt toen we terugkwamen uit Japan. En een jaar geleden waren bij terugkomst alle bloemen van de massaal groeiende judaspenningen afgeknipt… Hoe zou het met mijn tuin zijn? Ik denk terug aan 2010. Toen waren we voor het eerst op Kōya-san, voorafgaand aan onze 1e pelgrimstocht op Shikoku. Het was mijn 1e kennismaking met Japan. Magisch vond ik het. En dat is het nog steeds…

Het eten wordt gebracht op kleine tafeltjes, voor elk 3 tafeltjes en dan nog een groot dienblad met resterende zaken. Ook al staan er stoelen op de binnenveranda, we gaan maar weer op een plat kussen op de tatami zitten. Buiten giet het. Na de meer dan uitstekende, vegetarische maaltijd, worden de bedden opgemaakt. De monnik vertelt dat het morgen ook zal regenen. Voor mij is Kōya-san op zijn mooist in de regen…

Geplande afstand: 24 km (excl. omweg), totale stijging 850 m, totale daling 0 m
Werkelijke afstand: 24,2 km (incl. omweg), totale stijging 1497 m, totale daling 699 m, hoogste punt 847 m (Daimon poort, Kōya-san)
Cumulatief afgelegde afstand: 1478,1 km (+19 km per auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 6.10 – ca. 16.35 uur
Looptijd: 5.40 uur
Gemiddelde snelheid: 4,3 km/u
Bezochte tempels: Jisonin tempel (Nyoninkōya), (shinto) Nyutsuhime tempel
Blaren: 0
Overnachting: gastenverblijf tempel Jimyoin, Kōya-san, hoogte 814 m (kamer 8 tatami groot, tokonoma, tafeltje, tv, halletje, binnenveranda met tafeltje/2 stoeltjes, uitzicht op fraaie binnentuin met Japanse esdoorns en bloeiende rododendrons en sering, vegetarisch avondeten goed, vegetarisch ontbijt matig)

20140520-201332.jpg

20140520-201427.jpg

20140520-201450.jpg

20140520-201504.jpg

20140520-201525.jpg

20140520-201541.jpg